MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Portatrombose

Portatrombose is een afsluiting (door een bloedstolsel) van de poortader, de ader die bloed naar de lever voert.

Portatrombose kan worden veroorzaakt door een bloedstollingsstoornis of door elke aandoening waarbij zich bloed in de poortader ophoopt, zoals het syndroom van Budd-Chiari, chronisch hartfalen (zie Hartfalen: Introductie) of chronische constrictieve pericarditis (zie Ziekten van het pericard: Chronische pericarditis). Portatrombose kan ook het gevolg zijn van cirrose (ernstige littekenvorming op de lever) of van lever-, alvleesklier- of maagkanker. Daarnaast kan de aandoening ontstaan door een galwegontsteking (cholangitis), een alvleesklierontsteking (pancreatitis) of een leverabces (een met pus gevulde infectiehaard). Bij pasgeborenen kan portatrombose optreden door een infectie van de navel. Portatrombose kan zich bij zwangere vrouwen voordoen, vooral bij eclampsie (zie Risicozwangerschappen: Zwangerschapscomplicaties). Bij meer dan de helft van de patiënten met portatrombose kan echter geen oorzaak worden gevonden.

Symptomen en diagnose

Een afsluiting van de poortader verhoogt de druk in de poortader en in de andere aders die erin uitmonden (portale hypertensie). Door deze hogere bloeddruk kunnen verwijde, kronkelige (spat)aders in de slokdarm (oesofagusvarices) ontstaan, die kunnen scheuren en bloeden, soms zeer hevig. De bloeding leidt tot braken van bloed. Een dergelijke bloeding is vaak het eerste symptoom van portatrombose. De milt wordt vaak groter, vooral bij kinderen. De arts kan in dat geval een vergrote, mogelijk gevoelige milt voelen.

Bij ongeveer eenderde van de patiënten met portatrombose ontstaat de afsluiting van de poortader langzaam, waardoor andere bloedvaten (collaterale vaten) rond de afsluiting worden gevormd. De poortader gaat zelden weer open. Ook als de poortader weer opengaat, kan de hoge bloeddruk blijven bestaan.

De arts vermoedt portatrombose op grond van de bevindingen bij lichamelijk onderzoek: in het bijzonder een plotselinge bloeding in het bovenste deel van het spijsverteringskanaal en een vergrote milt. Echografie, computertomografie (CT) of MRI kan zinvol zijn. Ter bevestiging van de diagnose kan de arts een leverbiopsie uitvoeren (zie Diagnostisch onderzoek bij leverā€‘ en galblaasaandoeningen: Leverbiopsie), waarbij met een naald een klein stukje leverweefsel wordt verwijderd voor microscopisch onderzoek. Als er in de poortader hoge druk heerst en uit de biopsie blijkt dat de cellen normaal zijn, is portatrombose een mogelijke oorzaak. De afsluiting is vaak zichtbaar op een echogram of een CT-scan (computertomografie). De diagnose wordt bevestigd met behulp van MRI of angiografie, een techniek waarbij röntgenfoto's van de aders worden gemaakt na inspuiting van een contrastmiddel (dat zichtbaar is op röntgenfoto's) in de poortader.

Behandeling

De behandeling is gericht op verlaging van de bloeddruk in de poortader en het voorkomen van bloedingen uit slokdarmspataders.

Er kan een operatie worden uitgevoerd om een verbinding (shunt) tussen de poortader en de onderste holle ader te maken, waardoor het bloed om de lever heen stroomt en de druk in de poortader afneemt. Bij patiënten met cirrose of een aangetaste leverfunctie vergroot deze operatie de kans op leverencefalopathie (hersenbeschadiging door leverziekte (zie Klinische manifestaties van leverziekten: Leverencefalopathie)). Soms hoeft er geen operatie te worden uitgevoerd, maar kan een radioloog het leveradersysteem op de poortader aansluiten doordat hij een naald door de huid rechtstreeks in de lever inbrengt. Vervolgens worden door de naald voerdraden en katheters ingebracht, die worden gebruikt om een shunt te maken.

Voor sommige mensen kan levertransplantatie de doeltreffendste behandeling zijn, afhankelijk van de onderliggende oorzaak en de toestand van de patiënt (zie Transplantatie: Levertransplantatie).

De arts zal proberen de slokdarmspataders dicht te maken door elastiekjes aan te brengen (ligeren) of door er irriterende chemische stoffen in te spuiten (sclerotherapie) via een endoscoop (een flexibele kijkbuis met chirurgische hulpstukken).

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Afwijkingen van de leverslagader

Volgende: Syndroom van Budd-Chiari

Illustraties
Tabellen
Disclaimer