MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Cholecystitis

Cholecystitis is een ontsteking van de galblaaswand, meestal als gevolg van een galsteen die de galblaasbuis afsluit.

Acute cholecystitis is de plotseling optredende ontsteking van de galblaas, met ernstige, aanhoudende pijn in de bovenbuik. Een dergelijke ontsteking kan zich herhaaldelijk voordoen. Chronische cholecystitis is een chronische galblaasontsteking die wordt gekenmerkt door regelmatige pijnaanvallen gedurende een lange periode.

Ten minste 95% van de mensen met acute cholecystitis heeft galstenen. De ontsteking begint bijna altijd zonder infectie, hoewel later wel een infectie kan ontstaan. Acute cholecystitis bij iemand die geen galstenen heeft, is zeldzaam (acalculeuze cholecystitis). Acalculeuze cholecystitis is een ernstige ziekte. De ontsteking ontstaat vaak na een zware verwonding, operatie, verbranding, door het gehele lichaam verspreide infecties (sepsis) en levensbedreigende ziekten, vooral bij patiënten die langdurig kunstmatig worden gevoed. De aandoening kan zich ook voordoen bij jonge kinderen, met als mogelijke oorzaak een infectie (virale of andere infectie).

Bij chronische cholecystitis wordt de galblaas beschadigd door terugkerende aanvallen van acute ontsteking, meestal als gevolg van galstenen. De galblaas kan daardoor kleiner worden met dikke wanden en littekenvorming. In de galblaas bevinden zich over het algemeen bezinksels en galstenen die vaak de uitmonding van de galblaas of de galblaasbuis afsluiten.

Symptomen

Bij acute en chronische cholecystitis is het eerste symptoom ernstige, aanhoudende pijn, meestal in de rechter bovenbuik. Kenmerkend is dat de patiënt een scherpe pijn voelt wanneer de arts op de rechter bovenbuik drukt. De pijn kan toenemen bij diep inademen en straalt vaak uit naar de onderkant van het rechter schouderblad. De pijn kan ondraaglijk worden; misselijkheid en braken zijn veelvoorkomende symptomen. De pijn houdt meestal meer dan 12 uur aan.

Binnen enkele uren worden de buikspieren aan de rechterzijde stijf. Ongeveer eenderde van de patiënten krijgt koorts. Bij oudere mensen is het risico hiervan echter kleiner. In het begin is de koorts meestal laag, maar vervolgens stijgt de temperatuur geleidelijk tot meer dan 38 °C.

Een aanval van cholecystitis vermindert vaak binnen 2 tot 3 dagen en verdwijnt volledig binnen een week. Als een aanval langer duurt, kan dat wijzen op een ernstige complicatie. Hoge koorts, koude rillingen, een opvallende stijging van het aantal witte bloedcellen en het ontbreken van de normale stuwende beweging van de darmen (ileus) (zie Gastro-intestinale noodsituaties: Ileus) kunnen wijzen op de vorming van een abces (een met pus gevulde infectiehaard), gangreen (afsterven van weefsel) of een galblaasperforatie.

Er kunnen ook andere complicaties optreden. Een galkoliek in combinatie met geelzucht (zie Klinische manifestaties van leverziekten: Geelzucht) en andere aanwijzingen voor galstuwing in de lever (cholestase), zoals lichtgekleurde ontlasting, geven aan dat de galbuis (meestal gedeeltelijk) door een galsteen wordt afgesloten. Als bij bloedonderzoek een verhoogde concentratie van een alvleesklierenzym (amylase of lipase) wordt aangetoond, kan de alvleesklier ontstoken zijn (pancreatitis) doordat een galsteen de afvoergang van de alvleesklier afsluit.

Bij acalculeuze cholecystitis heeft de patiënt vooraf vaak geen symptomen of andere aanwijzingen voor een galblaasaandoening, maar ontstaat er plotseling ondraaglijke pijn in de bovenbuik. De aandoening is meestal zeer ernstig en kan leiden tot gangreen of tot het scheuren van de galblaas. Als de patiënt andere ernstige problemen heeft (de patiënt ligt bijvoorbeeld op de intensivecareafdeling), kan acalculeuze cholecystitis in eerste instantie over het hoofd worden gezien.

Diagnose

De arts diagnosticeert een acute of chronische cholecystitis op basis van de symptomen van de patiënt en onderzoeksresultaten die op galblaasontsteking wijzen. Een stijging van het aantal witte bloedcellen wijst op ontsteking of infectie, of op beide. De aanwezigheid van galstenen in de galblaas kan vaak met behulp van echografie worden bevestigd. De aanvallen worden mogelijk door deze stenen veroorzaakt. Met echografie kan ook een eventuele verdikking van de galblaaswand worden aangetoond, een veelvoorkomend verschijnsel bij cholecystitis.

Cholescintigrafie is een beeldvormende techniek die zinvol is wanneer de diagnose ‘acute cholecystitis' moeilijk te stellen is. Bij dit onderzoek wordt intraveneus een radioactieve ‘isotoop' ingespoten, waarna wordt gevolgd hoe deze zich vanuit de lever door de galwegen verplaatst. Er worden afbeeldingen gemaakt van de lever, de galwegen, de galblaas en het bovenste gedeelte van de dunne darm. Als de isotoop de galblaas niet bereikt, gaat men ervan uit dat de galblaasbuis door een galsteen wordt afgesloten.

Behandeling

Iemand met acute of chronische cholecystitis bij wie een galkoliek ontstaat, wordt meestal in het ziekenhuis opgenomen, krijgt intraveneus vocht en elektrolyten toegediend en mag niets eten of drinken. De arts kan een sonde inbrengen via de neus naar de maag, zodat de maag door afzuiging leeg kan worden gehouden en vochtophoping in de darmen wordt tegengegaan. Door de ontsteking in de buikholte functioneren de darmen namelijk niet goed. Meestal worden antibiotica toegediend.

Als de diagnose ‘acute cholecystitis' vaststaat en het risico van een operatie klein is, wordt in de eerste paar dagen van de ziekte meestal de galblaas verwijderd. Zo nodig wordt de verwijdering van de galblaas uitgesteld. Als de aanval afneemt, kan verwijdering 6 weken of langer worden uitgesteld. Als een complicatie als een abces, gangreen of galblaasperforatie wordt vermoed, is acuut operatief ingrijpen noodzakelijk.

Bij chronische cholecystitis bestaat de behandeling over het algemeen uit operatieve verwijdering van de galblaas zodra de acute aanval is afgenomen. De galblaas wordt meestal door middel van laparoscopische cholecystectomie verwijderd.

Bij acalculeuze cholecystitis moet de aangetaste galblaas zo spoedig mogelijk operatief worden weggenomen.

Een klein percentage van de patiënten bij wie in verband met cholecystitis met galstenen de galblaas is verwijderd, krijgt nieuwe of terugkerende pijnaanvallen die aanvoelen als galsteenkolieken, hoewel ze geen galblaas meer hebben. De oorzaak van deze aanvallen is onbekend, maar ze zijn mogelijk het gevolg van een afwijkend functionerende sfincter van Oddi, de opening onder aan de galbuis die de galafscheiding naar de dunne darm reguleert. Verondersteld wordt dat de pijn ontstaat door de verhoogde druk in de galwegen die wordt veroorzaakt door de weerstand in de afvoer van gal of van de door de alvleesklier geproduceerde spijsverteringssappen. Bij sommige patiënten kan pijn ontstaan door kleine galstenen die na een operatie zijn achtergebleven. De arts kan met behulp van endoscopische retrograde cholangiopancreatografie de sfincter van Oddi (door insnijding) verwijden. Deze ingreep geeft vaak verlichting van de symptomen bij patiënten met een herkenbare afwijking van de sfincter. Bij veel anderen wordt de pijn veroorzaakt door een ander probleem, zoals het prikkelbaredarmsyndroom of zelfs een maagzweer (ulcus pepticum).

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Galstenen

Illustraties
Tabellen
Disclaimer