MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Tubulo-interstitiële nefritis

Tubulo-interstitiële nefritis is een ontsteking waarbij de niertubuli en het omliggende weefsel (het tubulo-interstitiële weefsel) zijn aangedaan.

Tubulo-interstitiële nefritis kan acuut of chronisch zijn en leidt vaak tot nierinsufficiëntie. Verschillende aandoeningen en geneesmiddelen of toxinen die de nieren beschadigen, kunnen de oorzaak zijn.

Oorzaken

De meest voorkomende oorzaak van acute tubulo-interstitiële nefritis is een allergische reactie op een geneesmiddel. Antibiotica als penicilline en de sulfonamiden, vochtafdrijvende middelen (diuretica) en niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID's) kunnen een allergische reactie veroorzaken. De tijd tussen de blootstelling aan het allergeen dat de reactie veroorzaakt en het ontstaan van acute tubulo-interstitiële nefritis varieert van vijf dagen tot vijf weken.

Ook een bacteriële nierinfectie (pyelonefritis) kan acute tubulo-interstitiële nefritis veroorzaken.

Symptomen en diagnostisch onderzoek

Sommige patiënten hebben weinig of geen symptomen. Wanneer zich symptomen voordoen, kunnen die van zeer uiteenlopende aard zijn en plotseling of geleidelijk ontstaan.

Wanneer tubulo-interstitiële nefritis plotseling ontstaat, kan de hoeveelheid geproduceerde urine normaal of kleiner dan normaal zijn. Bij sommige mensen zijn er symptomen van een urineweginfectie: koorts, pijnlijk urinelozing, pus in de urine en pijn onder in de rug of in de zij (flankpijn). Als een allergische reactie de oorzaak is, kan koorts en huiduitslag optreden.

Wanneer tubulo-interstitiële nefritis geleidelijk ontstaat, zoals bij de ziekte van Sjögren of sarcoïdose kan gebeuren, zijn de symptomen dezelfde als bij nierinsufficiëntie: jeuk, vermoeidheid, verminderde eetlust, misselijkheid, braken en ademhalingsproblemen. In de vroege stadia van de ziekte is de bloeddruk normaal of slechts licht verhoogd.

Bij laboratoriumonderzoek worden meestal tekenen van nierinsufficiëntie gevonden, zoals een verhoogde concentratie van afvalstoffen in het bloed. De diagnose kan uitsluitend door middel van een nierbiopsie definitief worden bevestigd. Een nierbiopsie wordt vooral uitgevoerd wanneer behandeling met corticosteroïden wordt overwogen.

Wanneer tubulo-interstitiële nefritis plotseling ontstaat, kan de urine bijna normaal zijn, met slechts een spoortje eiwit of pus, maar vaak zijn de afwijkingen opvallend groot. De urine kan grote hoeveelheden witte bloedcellen, inclusief eosinofiele cellen, bevatten. Eosinofiele cellen komen zelden in de urine voor, maar wanneer dit het geval is, betreft het vrijwel altijd acute tubulo-interstitiële nefritis door een allergische reactie. Het aantal eosinofielen in het bloed kan eveneens verhoogd zijn.

Wanneer een allergische reactie de oorzaak is, zijn de nieren meestal vergroot als gevolg van de ontstekingsverschijnselen die door de allergische reactie worden veroorzaakt. De vergrote nieren zijn met echografie te zien.

Prognose en behandeling

De nierfunctie verbetert meestal wanneer toediening van het betreffende middel wordt gestaakt of wanneer de behandeling van de achterliggende aandoening effect heeft, al treedt enige littekenvorming vaak wel op. Behandeling met corticosteroïden kan het herstel van de nierfunctie bespoedigen wanneer de aandoening door een allergische reactie wordt veroorzaakt. Als de nierfunctie verslechtert en nierinsufficiëntie ontstaat, is dialyse meestal onvermijdelijk. In sommige gevallen is de beschadiging onherstelbaar en wordt de nierinsufficiëntie chronisch.

Wanneer de ontsteking geleidelijk ontstaat, kan de nierbeschadiging in verschillende delen van de nieren meer of minder snel ontstaan. Wanneer de proximale tubuli beschadigd zijn, kan de normale heropname van natrium, kalium, bicarbonaat, urinezuur en fosfaat verstoord zijn, met als gevolg een lage spiegel van bicarbonaat (metabole acidose), kalium (hypokaliëmie), urinezuur (hypo-uricosurie) en fosfaat (hypofosfatemie). Letsel van de distale tubuli gaat gewoonlijk gepaard met een afgenomen vermogen om de urine te concentreren en een toegenomen dagelijkse hoeveelheid urine (polyurie). Zonder behandeling verergert de nierbeschadiging gewoonlijk totdat de nier grotendeels of geheel aangetast is, waarna dialyse en niertransplantatie de enige behandelmogelijkheden zijn. Daarom moet de onderliggende aandoening zo goed mogelijk worden opgespoord en behandeld.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Nefrotisch syndroom

Illustraties
Tabellen
Disclaimer