MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Afsluiting van de nierslagaders

Afsluiting van de nierslagader of van een van de grote of middelgrote vertakkingen komt zelden voor. Meestal is er dan sprake van een stolsel afkomstig van elders uit het lichaam (embolus) dat in een nierslagader vastloopt. Dergelijke stolsels zijn gewoonlijk fragmenten afkomstig van een groter bloedstolsel (trombus) in het hart of van een uiteengevallen vetafzetting (atheroom) in de aorta (grote lichaamsslagader).

Ook kan een afsluiting worden veroorzaakt als er een bloedstolsel in een nierslagader zelf ontstaat, meestal op een plaats waar die slagader beschadigd is. Een acute beschadiging kan het gevolg zijn van een medische handeling, zoals een operatie, angiografie (röntgenfoto's van bloedvaten) of angioplastiek (doorgankelijk maken van bloedvaten). Een stolsel kan ook ontstaan op plaatsen waar een nierslagader vernauwd is door atherosclerose, arteriitis (slagaderontsteking) of het ontstaan van een aneurysma (uitpuilende slagaderwand).

Een scheurtje in de binnenwand van de aorta of een nierslagader kan een acute afsluiting veroorzaken, maar de slagader kan ook geheel openscheuren. Aandoeningen waarbij de slagaderwand dikker en minder elastisch wordt door vetafzettingen (atherosclerose) of het ontstaan van vezelig materiaal (fibrodysplasie) kunnen ervoor zorgen dat bloedvaten nauwer worden en gedeeltelijk afgesloten raken, ook als er geen sprake is van bloedstolsels. Een dergelijke toestand wordt ‘renale arteriële stenose' genoemd.

Symptomen

Een gedeeltelijke afsluiting van de nierslagaders veroorzaakt meestal geen symptomen. Een renale arteriële stenose kan geleidelijk steeds hogere bloeddruk veroorzaken. Een reeds bestaande hoge bloeddruk kan acuut verergeren wanneer één of beide nierslagaders geleidelijk steeds nauwer worden. Als de patiënt in die situatie een angiotensine-converterend-enzymremmer (ACE-remmer) of een angiotensine-II-receptorblokker krijgt als behandeling van hoge bloeddruk, kan de nierfunctie snel achteruitgaan. De nierfunctie kan zich herstellen als het geneesmiddel onmiddellijk wordt gestaakt.

Als een afsluiting wordt veroorzaakt door een stolsel van elders dat in een segment van een nierslagader vast is komen te zitten dan kan de patiënt ook op andere plaatsen stolsels hebben, zoals in de darmen, de hersenen en de huid van de vingers en de tenen. Deze stolsels kunnen daar pijn veroorzaken, maar ook tot kleine zweertjes, gangreen of een licht CVA (cerebrovasculair accident, ‘beroerte') leiden.

Een volledige afsluiting van een van de nierslagaders kan koorts, misselijkheid, braken en rugpijn veroorzaken. In zeldzame gevallen veroorzaakt een afsluiting een bloeding, waardoor de urine rood of donkerbruin wordt. Bij volledige afsluiting van beide nierslagaders (of van één nierslagader bij mensen die slechts één nier hebben) houdt de urineproductie geheel op en valt de nierfunctie uit (acute nierinsufficiëntie).

Diagnose

Op basis van de symptomen van de patiënt kan aan een afsluiting worden gedacht. Laboratoriumonderzoek, zoals een volledig bloedbeeld of microscopisch urineonderzoek, kan nadere aanwijzingen opleveren. De hoeveelheid lactaatdehydrogenase in het bloed is vaak verhoogd. Lactaatdehydrogenase is een enzym dat vaak bij orgaanbeschadiging vrijkomt.

Omdat een afsluiting niet alleen op grond van de symptomen en laboratoriumonderzoek kan worden vastgesteld, moet met beeldonderzoek van de nieren worden aangetoond dat ze niet goed functioneren. Met echografie of nucleair geneeskundig onderzoek kan een onderbroken of verminderde bloedstroom naar de aangetaste nier zichtbaar worden gemaakt.

Angiografie is een van de beste onderzoeksmethoden voor bevestiging van de diagnose. Er wordt echter alleen een angiogram gemaakt als de arts overweegt de afsluiting operatief op te heffen. Een alternatief is een MR-angiografie of een speciaal type computertomografie (spiraal-CT-scan), waarmee een renale arteriële stenose nauwkeurig kan worden aangetoond.

Behandeling

De behandeling is gericht op het voorkomen van verdere verslechtering van de bloeddoorstroming en op herstel van de geblokkeerde bloedstroom. Als er sprake is van stolsels, wordt gewoonlijk met antistollingsmiddelen behandeld. (zie Bloedarmoede:IntroductieTabellen)

Deze middelen worden eerst intraveneus of subcutaan toegediend en later als tabletten. Antistollingsmiddelen zorgen ervoor dat het bestaande stolsel niet groter wordt en dat er geen nieuwe stolsels ontstaan. Geneesmiddelen die stolsels oplossen (trombolytica) (zie Bloedarmoede:IntroductieTabellen) kunnen effectiever zijn dan antistollingsmiddelen. Deze trombolytica verbeteren de nierfunctie echter alleen als ze worden toegediend binnen enkele uren na een plotselinge afsluiting met klachten.

Soms wordt een door een stolsel afgesloten nierslagader operatief weer doorgankelijk gemaakt. Deze operatie heeft echter een groot risico van complicaties en overlijden en geeft geen beter resultaat wat betreft de nierfunctie dan alleen toediening van antistollingsmiddelen. Geneesmiddelen zijn bijna altijd te prefereren boven een operatie. Wanneer een trauma echter de oorzaak is, moet de slagader operatief worden hersteld.

Om een vernauwing door atherosclerose of fibrodysplasie van een nierslagader op te heffen, kan een ballonkatheter vanuit de bovenbeenslagader naar de nierslagader worden geschoven. Daar wordt de ballon opgeblazen om het afgesloten gedeelte te openen. Deze methode wordt ‘percutane transluminale angioplastiek' genoemd. Tijdens deze ingreep kan ook een hol buisje (stent) in de slagader worden geplaatst om te voorkomen dat de slagader opnieuw verstopt raakt. Na deze behandeling worden ook vaak antistollingsmiddelen gegeven. Een operatie is nog maar zelden nodig om een afsluiting door atherosclerose of fibrodysplasie op te heffen of om deze te omzeilen met een omleiding.

Hoewel de nierfunctie door behandeling kan verbeteren, herstelt deze meestal niet volledig, omdat het nierweefsel al te veel beschadigd is. De prognose van de patiënt is matig wanneer stolseldeeltjes afkomstig van elders uit het lichaam hier een rol bij spelen, omdat dergelijke stolsels vaak tegelijkertijd problemen geven in de hersenen, lever, darmen en voeten.

illustrative-material.sidebar 1

Fibrodysplasie: een oorzaak van afsluiting van de nierslagader

Fibrodysplasie (ook wel ‘fibromusculaire dysplasie' genoemd) is een aandoening die vooral bij jonge vrouwen voorkomt. De oorzaak is onbekend. Bij fibrodysplasie raken één of beide nierslagaders meestal op verschillende plaatsen door vezelig materiaal vernauwd (renale arteriële stenose). Ongeveer 10 tot 30% van alle gevallen van renale arteriële stenose bij volwassenen wordt door fibrodysplasie veroorzaakt. Renale arteriële stenose door fibrodysplasie veroorzaakt vaak hoge bloeddruk.

De behandeling bestaat meestal uit angioplastiek. Na de behandeling blijft de ziekte bij sommige mensen weg en meestal daalt de hoge bloeddruk tot lagere of normale waarden. Deze aandoening veroorzaakt zelden nierinsufficiëntie.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Athero-embolische nierziekte

Illustraties
Tabellen
Disclaimer