MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Vitaminen en mineralen

De meeste vitaminen en alle mineralen zijn essentiële voedingsstoffen. Dat wil zeggen dat deze niet door het lichaam kunnen worden geproduceerd en daarom via de voeding moeten worden opgenomen. Mineralen zitten ook als vaste stof in veel van onze voedingsmiddelen. Ze worden opgenomen door planten en dieren, waarna ze in onze voedselketen terechtkomen. Een aantal van de mineralen speelt een belangrijke rol in tal van processen in het lichaam. Ze zijn bijvoorbeeld van belang als bouwstof of als onderdeel van stofwisselingsreacties. Zo spelen ze een rol bij de groei en de ontwikkeling van het lichaam. De Gezondheidsraad, een adviescollege van de regering, geeft in Nederland per voedingsstof aanbevelingen voor de hoeveelheid die dagelijks nodig is. Deze voedingsnormen geven de hoeveelheid van een bepaalde voedingsstof aan die gemiddeld in de dagelijkse voeding aanwezig moet zijn om ervoor te zorgen dat vrijwel iedereen, ook degenen die veel nodig hebben, er voldoende van binnenkrijgt. Deze voedingsnormen worden aangeduid als ‘Aanbevolen dagelijkse hoeveelheden' (ADH) of als ‘Adequaat niveau van inneming' (AI).

Vitaminen worden onderverdeeld in wateroplosbare (vitamine C en de acht vitaminen van het vitamine-B-complex) en vetoplosbare vitaminen (de vitaminen A, D, E en K).

Sommige mineralen zijn in vrij grote hoeveelheden nodig (ongeveer 1 tot 2 gram per dag). Dit zijn onder meer calcium, chloor, magnesium, fosfor (in het lichaam voornamelijk als fosfaat voorkomend), kalium en natrium. Mineralen die in kleine hoeveelheden nodig zijn, worden eveneens als micronutriënten beschouwd en worden ‘spoorelementen' genoemd. Dit zijn onder meer koper, fluoride, jodium, ijzer, selenium en zink. Met uitzondering van fluoride activeren al deze mineralen enzymen die voor de stofwisseling nodig zijn. Fluoride vormt met calcium een stabiele verbinding die de mineraalconcentratie van botten en gebit stabiliseert en tandbederf helpt voorkomen. Van spoorelementen als arsenicum, chroom, kobalt, nikkel, silicium en vanadium, die mogelijk essentieel zijn in diervoeding, is niet aangetoond dat ze noodzakelijk zijn in de menselijke voeding. Alle spoorelementen zijn in hoge concentraties giftig en van sommige (arsenicum, nikkel en chroom) is vastgesteld dat ze kankerverwekkend zijn.

Sommige vitaminen en mineralen (zoals vitamine C en E en selenium) werken als antioxidanten, evenals andere stoffen in fruit en groenten (zoals bèta-caroteen). Antioxidanten beschermen de cellen tegen schade door vrije radicalen (reactieve bijproducten van de normale celactiviteit). Verondersteld wordt dat vrije radicalen bijdragen aan aandoeningen als hartziekte en kanker. Mensen die voldoende fruit en groenten (beide rijk aan antioxidanten) eten, hebben minder kans op het ontstaan van hartziekte en bepaalde vormen van kanker. Of deze voordelen echter te danken zijn aan antioxidanten, aan andere stoffen in fruit en groenten of aan andere factoren, is niet bekend.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Vezels

Illustraties
Tabellen
Disclaimer