MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Diëten

De term ‘dieet' omvat alles wat iemand eet, ongeacht het doel, of het nu is om gewicht te verliezen, aan te komen, de vetopname te verminderen, koolhydraten te vermijden of zonder bepaald doel. De term wordt echter vaak gebruikt met de implicatie dat gewichtsverlies wordt nagestreefd, iets dat voor veel mensen een obsessie is.

Een standaard gezonde voeding voor kinderen en volwassenen is gebaseerd op de behoeften van gemiddelde personen die geen gewicht hoeven te verliezen of niet hoeven aan te komen, voor wie geen noodzaak bestaat een onderdeel van de voeding te beperken wegens aandoeningen, risico of gevorderde leeftijd en die een normale hoeveelheid energie verbruiken door lichaamsbeweging of andere inspannende activiteiten. Daardoor kan de voeding voor een bepaalde persoon aanzienlijk afwijken van de aanbevelingen voor een standaardvoeding. Speciale diëten zijn bijvoorbeeld nodig voor personen met diabetes, bepaalde nieraandoeningen, bepaalde leveraandoeningen, coronaire hartziekte, hoge cholesterolwaarden, osteoporose, diverticulose, chronische obstipatie of voedselovergevoeligheid. Er bestaan speciale voedingsadviezen voor jonge kinderen, maar voor andere specifieke leeftijdsgroepen als ouderen zijn er weinig richtlijnen beschikbaar.

Vermageringsdiëten

Om af te vallen moeten minder calorieën worden ingenomen dan het lichaam verbruikt. Om 250 gram vet kwijt te raken door een dieet te volgen, moeten 10 dagen lang 200 kilocalorieën per dag minder worden ingenomen dan het lichaam verbruikt. Als er 400 kilocalorieën minder dan nodig worden ingenomen, kan iemand die een dieet volgt elke 5 tot 7 dagen bijna 250 gram afvallen. Een kilo lichaamsvet bevat ongeveer 9000 kilocalorieën.

Bij de meeste conservatieve vermageringsdiëten wordt het aantal opgenomen calorieën gewoonlijk beperkt tot 1200 tot 1500 per dag. Diëten met minder dan 1200 calorieën bevatten vaak te weinig essentiële voedingsstoffen als eiwit, ijzer en calcium. Om gezond te zijn dient een vermageringsdieet ongeveer hetzelfde volume voedsel te bevatten (door meer vezel en vocht te gebruiken) als de normale voeding. Dergelijke diëten dienen ook weinig verzadigd vet en suiker te bevatten, maar wel essentiële voedingsstoffen, waaronder antioxidanten. Door de etiketten op levensmiddelen te lezen worden mensen zich bewust van de samenstelling en calorische inhoud (energie-inhoud) van voedsel, inclusief dranken. Calorieën tellen helpt mensen de calorie-inname te beperken. Het gebruik van vervangingsmiddelen voor suiker en vet en het eten van voedsel dat dergelijke middelen bevat, helpt sommige mensen de calorie-inname te beperken.

Met een combinatie van meer lichaamsbeweging en een dieet wordt een veel groter gewichtsverlies bereikt, omdat het lichaam door lichaamsbeweging meer calorieën verbruikt. Bij stevig wandelen worden bijvoorbeeld ongeveer 4 kilocalorieën per minuut verbrand, zodat door 1 uur stevig wandelen ongeveer 240 kilocalorieën worden verbrand. Hardlopen is nog beter. Daarbij worden ongeveer 6 tot 8 kilocalorieën per minuut verbrand. Uitgangspunt bij afvallen is een gezond beweeg- en voedingspatroon volgens de Richtlijnen Goede Voeding.

Door vaak kleine maaltijden te gebruiken kan om diverse redenen meer gewichtsverlies worden bereikt. Na het eten stijgt de insulinespiegel gewoonlijk en wanneer veel calorieën worden ingenomen, wordt er meer insuline geproduceerd, vooral wanneer de maaltijd veel koolhydraten bevat. Hoge insulinespiegels bevorderen de afzetting van vet en versterken de eetlust. Door vaak kleine maaltijden te gebruiken, wordt voorkomen dat de insulinespiegels stijgen, zodat de afzetting van vet wordt tegengegaan en de eetlust wordt onderdrukt. Het eten van bepaalde soorten voedingsmiddelen op bepaalde tijdstippen kan ook gewichtsverlies bevorderen. Voedingsmiddelen die snel energie leveren, dienen bijvoorbeeld bij voorkeur te worden gegeten wanneer het lichaam veel energie nodig heeft, dat wil zeggen 's ochtends en bij zware lichamelijke inspanning. De energiebehoefte van het lichaam is 's nachts het laagst, zodat het kan helpen om 's avonds koolhydraten te vermijden.

Eiwitrijke/koolhydraatarme diëten: diëten met veel eiwitten en weinig koolhydraten zijn tegenwoordig populair om gewicht te verliezen. Dergelijke diëten beperken gewoonlijk ook de hoeveelheid vet, omdat elk gram vet zo veel calorieën levert. Bij sommige eiwitrijke, koolhydraatarme diëten, zoals het Atkins-dieet, wordt de hoeveelheid vet echter niet beperkt.

De theorie achter deze diëten is dat energiebronnen die langzamer worden verbrand (eiwit en vet), continu energie leveren en daardoor minder snel tot gewichtstoename leiden. Bovendien voelen mensen zich gewoonlijk langer verzadigd na het eten van eiwit dan na het eten van koolhydraten, doordat koolhydraten snel uit de maag verdwijnen en snel worden verteerd. Koolhydraten zorgen ook voor een sterke stimulatie van de insulineproductie, wat de afzetting van vet bevordert en de eetlust versterkt.

Bij sommige van deze diëten wordt geadviseerd voedingsmiddelen met een hoge glykemische index te vermijden. Aan voedingsmiddelen die koolhydraten bevatten, wordt een glykemische index toegekend. Deze index geeft aan hoe snel de koolhydraten worden verteerd en dus hoe een voedingsmiddel de bloedglucosespiegel beïnvloedt. Voedingsmiddelen die grote hoeveelheden suiker bevatten (zoals (biet)suikersiroop, honing en snoepgoed) en zetmeelrijke voedingsmiddelen (zoals wortelen, aardappelen en sommige cereals) hebben een hoge glykemische index, omdat deze snel worden verteerd en snel leiden tot verhoging van de bloedglucosespiegel. Vezelrijke voedingsmiddelen (zoals volkorenbrood en alle graanproducten waarin de zemelen niet zijn verwijderd) hebben een lage glykemische index, omdat deze langzamer worden afgebroken en niet snel leiden tot verhoging van de bloedglucosespiegel. Deze index is zinvol voor diabetici die hun bloedglucosespiegel onder controle moeten houden en voor sporters die hun bloedglucosespiegel op een normaal niveau moeten brengen na een sportprestatie. De glykemische index is echter niet zinvol voor iemand die een dieet volgt. Het verschil in snelheid waarmee koolhydraten worden verteerd bij voedingsmiddelen met de hoogste en de laagste glykemische index is zo klein dat het weinig verschil maakt voor de meeste mensen die een dieet volgen. Het vermijden van voedingsmiddelen met een hoge glykemische index helpt niet om gewicht te verliezen en door dergelijke voedingsmiddelen uit de voeding weg te laten zullen ook voedingsmiddelen met waardevolle vitaminen en mineralen in de voeding ontbreken.

Sommige deskundigen raden het gedurende langere tijd volgen van een eiwitrijk dieet af. Er zijn aanwijzingen dat diëten die zeer veel eiwit bevatten, na verloop van jaren leiden tot een verminderde nierfunctie en mede verantwoordelijk zijn voor de verminderde nierfunctie die optreedt bij ouderen. Personen met bepaalde nier- en leveraandoeningen mogen geen eiwitrijke voedingsmiddelen gebruiken.

Zeer koolhydraatarme diëten (minder dan 100 gram per dag) kunnen ook een probleem veroorzaken, namelijk stapeling van ketonzuren (ketose). Wanneer iemand niet voldoende energie inneemt om aan de behoeften van het lichaam te voldoen, breekt het lichaam vetten af. Hierbij produceert het lichaam ketonzuren. In kleine hoeveelheden worden ketonzuren gemakkelijk door de nieren uitgescheiden zonder symptomen te veroorzaken. In grote hoeveelheden kunnen deze echter leiden tot misselijkheid, vermoeidheid, slechte adem en nog ernstigere symptomen, zoals duizeligheid (als gevolg van uitdroging) en hartritmestoornissen (als gevolg van een verstoord elektrolytenevenwicht). Personen die een koolhydraatarm dieet (of een ander vermageringsdieet) volgen, dienen grote hoeveelheden water te drinken om de ketonzuren uit het lichaam te verwijderen.

Koolhydraatarme diëten leiden doorgaans tot sterk gewichtsverlies in de eerste week, doordat het lichaam opgeslagen koolhydraten (glycogeen) omzet in energie. Bij de afbraak van glycogeen scheidt het lichaam ook grote hoeveelheden water uit, wat het gewichtsverlies verder versterkt. Wanneer het lichaam echter opgeslagen vet als energiebron gaat aanspreken, verloopt het gewichtsverlies langzamer. Dergelijke koolhydraatarme diëten kunnen veel vet bevatten, waardoor de totale calorie-inname groter kan zijn dan wat het lichaam gebruikt. In die gevallen is het mogelijk dat er geen verder gewichtsverlies optreedt nadat het glycogeen is verbruikt.

Vetarme diëten: dit type diëten zijn het effectiefst om gewicht te verliezen en het gewichtsverlies te handhaven. Vet levert veel calorieën per gram en wordt gemakkelijker als lichaamsvet afgezet dan eiwitten en koolhydraten. Beperking van de hoeveelheid vet in plaats van de hoeveelheid eiwit of koolhydraten kan een gemakkelijkere manier zijn om de totale calorie-inname te beperken omdat een kleine beperking van de hoeveelheid vet het aantal calorieën zo sterk verlaagt. Met een vermindering van slechts 10 gram vet per dag wordt een vermindering van ongeveer 90 kilocalorieën bereikt. Om af te vallen mag de hoeveelheid ingenomen eiwit en koolhydraten niet sterk toenemen wanneer de hoeveelheid vet wordt beperkt. De belangrijkste reden om de hoeveelheid vet in de voeding te beperken is echter verlaging van de hoeveelheid cholesterol in het bloed. Voor iemand die een dieet volgt, is dit niet altijd noodzakelijk. (zie Coronaire hartziekte: Preventie) en (zie Cardiomyopathie: Symptomen en diagnose)

Vezelrijke diëten: voedingsvezels helpen indirect op verschillende manieren bij het afvallen. Voedingsvezels zorgen voor volume, waardoor mensen zich sneller verzadigd voelen. Voedingsvezels verlagen de snelheid waarmee de maag wordt geledigd, zodat mensen zich langer verzadigd voelen. Voedingsvezels moeten ook meer worden gekauwd, waardoor mensen worden gedwongen langzamer, en mogelijk minder, te eten. Vezelrijke voedingsmiddelen, zoals fruit en groenten, volkorenbrood en bonen, vullen de maag zonder veel calorieën te leveren. Door meer vezelrijke voedingsmiddelen te eten worden minder niet-vullende, calorierijke voedingsmiddelen, zoals vetrijke voedingsmiddelen, gegeten. Vezelsupplementen, zoals guargom en cellulose, helpen echter niet om af te vallen.

Toverdiëten bestaan niet. Veel in de mode zijnde voedingsadviezen hebben ernstige en ongewenste neveneffecten. Vloeibare diëten: veel mensen gebruiken vloeibare diëten om gewicht te verliezen, hoofdzakelijk omdat deze praktisch zijn. De voedingswaarde van dergelijke vloeistoffen varieert echter en van veel van deze diëten is het onwaarschijnlijk dat ze helpen om af te vallen. Sommigen in de handel verkrijgbare vloeibare diëten hebben een evenwichtige samenstelling, met eiwitten, koolhydraten en vetten in de juiste verhoudingen, plus extra vitaminen en mineralen. Maar andere bevatten een hoog percentage koolhydraten om een zoete en smakelijke drank te verkrijgen en zijn niet noodzakelijk caloriearm.

Zeer caloriearme in de handel verkrijgbare vloeibare diëten bevatten alle benodigde voedingsstoffen. Gewoonlijk wordt in plaats van maaltijden 4 maal per dag een drankje met 220 kilocalorieën gebruikt. Dergelijke diëten zijn effectief voor gewichtsverlies op korte termijn. Voor gewichtsverlies op lange termijn worden twee of drie maaltijden vervangen door een dieetdrankje. De overige een of twee maaltijden dienen vetarm, caloriearm en voedzaam te zijn.

Een alternatief voor in de handel verkrijgbare diëten is het melkdieet. Dit dieet is eenvoudig en goedkoop en kan zinvol zijn om op korte termijn gewicht te verliezen.

Grapefruitdieet: een populair modedieet bestaat uit het nuttigen van grote hoeveelheden grapefruit en grapefruitsap. De theorie achter dit dieet is dat grapefruit een enzym bevat dat helpt vet te verbranden, maar deze theorie is nooit bewezen.

Hoewel grapefruits gezond zijn (ze bevatten geen vet, weinig natrium en grote hoeveelheden vitamine C, bèta-caroteen (althans de roze grapefruits) en vezels) is een dieet dat voornamelijk uit één soort fruit bestaat uit voedingsoogpunt ongezond. Een grapefruitdieet kan sommige mensen helpen de totale calorieopname te beperken, maar het levert geen evenwichtige voeding die nodig is voor een goede gezondheid. Bovendien wordt door het eten van grapefruits de concentratie van diverse geneesmiddelen in het bloed gewijzigd (zie Factoren die de reactie op geneesmiddelen beïnvloeden:Interacties tussen geneesmiddelen en voedingsmiddelenTabellen) en veroorzaakt het eten van grote hoeveelheden grapefruits vaak diarree. Zo mogen cholesterolverlagende geneesmiddelen niet samen met grapefruit worden ingenomen.

Voedselcombinatie- en cyclusdiëten: andere modediëten zijn gebaseerd op een theorie dat het eten van bepaalde voedingsmiddelen op verschillende tijden gewichtsverlies bevordert. Een voorbeeld is het Beverly-Hills-dieet, dat adviseert verschillende voedingsmiddelen cyclisch af te wisselen, gewoonlijk met een cyclus van zes weken. Gedurende een deel van deze periode wordt alleen fruit gegeten. Later wordt alleen brood gegeten, vervolgens alleen eiwit en dan alleen vet. Er is geen wetenschappelijk bewijs om deze vermageringsmethode te ondersteunen en het dieet is vooral ongezond.

Andere modediëten: er zijn veel modediëten. Sommige vereisen extreme verlaging van het aantal ingenomen calorieën, andere zijn gebaseerd op supplementen waarvan wordt beweerd dat deze helpen vet te verbranden. Weer andere zijn gebaseerd op het eten van één enkel voedingsmiddel. Het Richard-Simmons-dieet (900 calorieën per dag) en het Atkins-dieet (2000 calorieën per dag) bevatten beide weinig koolhydraten en kunnen leiden tot uitdroging als er niet voldoende vocht wordt gebruikt. Het gedurende lange tijd volgen van het Richard-Simmons-dieet kan leiden tot gebrek aan ijzer, calcium en eiwit, evenals aan vitamine A, B1 (thiamine), B2 (riboflavine) en B3 (niacine). Het Atkins-dieet is bijzonder vet- en cholesterolrijk. Het Beverly-Hills-, Rice- en Pritikin-dieet zijn vet- en eiwitarm en koolhydraatrijk. Het Beverly-Hills-dieet en het Rice-dieet bevatten te weinig eiwit, ijzer, calcium, zink en vitamine B12. Het Pritikin-dieet is acceptabel wat betreft voedingsstoffen, maar is door het lage vetgehalte niet lekker, wat het minder waarschijnlijk maakt dat mensen het volhouden. Er is niet aangetoond dat deze diëten leiden tot blijvend gewichtsverlies en veel van dergelijke diëten zijn gevaarlijk doordat ze onvoldoende essentiële voedingsstoffen leveren en leiden tot ernstige problemen met de spijsvertering, zoals verlaging van de botdichtheid en botsterkte (inclusief osteoporose), menstruatieproblemen, hartritmestoornissen, hoge cholesterolwaarden, nierstenen en verslechterende jicht.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Calorieën

Volgende: Koolhydraten, eiwitten en vetten

Illustraties
Tabellen
Disclaimer