MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Fosfaat

Fosfor komt in het lichaam vrijwel uitsluitend voor in de vorm van fosfaat. Het meeste fosfaat in het lichaam is in het bot opgeslagen. De rest bevindt zich hoofdzakelijk in de cellen, waar het betrokken is bij de energiestofwisseling. Fosfaat is nodig voor de vorming van bot en gebit. Fosfaat wordt ook gebruikt als bouwsteen voor verschillende belangrijke stoffen, waaronder stoffen die de cel gebruikt voor energieproductie en DNA (desoxyribonucleïnezuur). Fosfaat wordt opgenomen uit de voeding en uitgescheiden in de urine en ontlasting.

Hypofosfatemie

Bij hypofosfatemie is de fosfaatspiegel te laag. Chronische hypofosfatemie treedt op bij mensen met hyperparathyreoïdie, hypothyreoïdie (een traag werkende schildklier). een verminderde nierfunctie of die gedurende lange tijd vochtafdrijvende middelen gebruiken. Langdurig gebruik van grote hoeveelheden aluminium bevattende maagzuurremmers of gebruik van grote hoeveelheden van het geneesmiddel theofylline Handelsnaam
Euphyllin
Theolair
kan ook leiden tot uitputting van de voorraad fosfaat in het lichaam. Fosfaatvoorraden raken uitgeput bij mensen met ernstige ondervoeding, diabetische ketoacidose, ernstige alcoholvergiftiging of ernstige brandwonden. De fosfaatspiegel kan zeer snel gevaarlijk laag worden bij mensen die herstellen van deze aandoeningen, doordat het lichaam tijdens het herstel grote hoeveelheden fosfaat gebruikt.

Symptomen treden alleen op wanneer de fosfaatspiegel een zeer lage waarde bereikt. Spierzwakte verergert tot stupor, coma en overlijden. Bij langdurige lichte hypofosfatemie kunnen de botten verzwakken, met als gevolg botpijn en breuken. De diagnose wordt gesteld door het vaststellen van een lage fosfaatspiegel.

Het drinken van een liter halfvolle of magere melk, die een grote hoeveelheid fosfaat bevat, kan helpen. Iemand met lichte hypofosfatemie zonder symptomen kan oraal fosfaat innemen, maar dat veroorzaakt meestal diarree. Bij zeer ernstige hypofosfatemie of als het niet oraal kan worden ingenomen, kan fosfaat intraveneus worden toegediend.

Hyperfosfatemie

Bij hyperfosfatemie is de fosfaatspiegel te hoog. Hyperfosfatemie komt zelden voor, behalve bij mensen met ernstige nierinsufficiëntie. Dialyse is niet erg doeltreffend voor het verwijderen van fosfaat.

Hyperfosfatemie veroorzaakt zelden symptomen. Er kan progressieve botverzwakking optreden, met als gevolg pijn en een verhoogde gevoeligheid voor breuken. Calcium en fosfaat kunnen in de wanden van de bloedvaten en het hart neerslaan, wat leidt tot ernstige arteriosclerose (verharding van de slagaderwand) en een cerebrovasculair accident (‘beroerte'), een hartinfarct of een slechte circulatie. Er kunnen ook kristallen in de huid worden gevormd, wat tot ernstige jeuk leidt. De diagnose wordt gesteld door het vaststellen van een hoge fosfaatspiegel.

Hyperfosfatemie bij patiënten met nierbeschadiging wordt behandeld door de fosfaatinname te beperken en de opname van fosfaat uit het spijsverteringskanaal te verminderen, onder andere door zogenaamde ‘fosfaatbinders' te geven. Voedingsmiddelen die veel fosfaat bevatten, dienen te worden vermeden. Bij de maaltijd dienen fosfaatbindende maagzuurremmers te worden gebruikt op voorschrift van een arts. Deze maagzuurremmers binden het fosfaat en voorkomen dat dit wordt opgenomen.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Fluoride

Volgende: IJzer

Illustraties
Tabellen
Disclaimer