MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Introductie
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Cholesterol en triglyceriden zijn belangrijke vetten (lipiden) in het bloed. Cholesterol is een essentieel bestanddeel van celmembranen, hersen- en zenuwcellen en van de gal, die het lichaam helpt vetten en in vet oplosbare vitaminen op te nemen. Het lichaam gebruikt cholesterol voor de productie van vitamine D en verschillende hormonen, zoals oestrogeen, testosteron Handelsnaam
Andriol
Testoderm
Testoviron
en cortisol Handelsnaam
Hydrocortone
Solu‑Cortef
Buccalsone
Locoid
Mildison
. Het lichaam kan alle cholesterol die het nodig heeft produceren, maar het haalt ook cholesterol uit de voeding. Triglyceriden, die in vetcellen voorkomen, kunnen worden afgebroken om te worden gebruikt als energiebron voor de stofwisselingsprocessen in het lichaam, waaronder de groei. Triglyceriden worden in de darm en lever geproduceerd uit kleinere vetmoleculen, de zogenoemde ‘vetzuren'. Sommige soorten vetzuren worden door het lichaam aangemaakt en andere soorten moeten uit de voeding worden verkregen (zie Overzicht van de voedingsleer: Koolhydraten, eiwitten en vetten).

Vetten, zoals cholesterol en triglyceriden, kunnen niet vrij in het bloed circuleren, omdat bloed grotendeels uit water bestaat. Om in bloed te kunnen circuleren, worden cholesterol en triglyceriden samen met eiwitten en andere stoffen verpakt in deeltjes, de zogenoemde ‘lipoproteïnen'.

Er bestaan verschillende soorten lipoproteïnen. Elke soort heeft zijn eigen doel en wordt op een enigszins eigen wijze afgebroken en uitgescheiden. Tot de lipoproteïnen behoren onder meer chylomicronen, very-low-density-lipoproteïnen (VLDL), low-density-lipoproteïnen (LDL) en high-density-lipoproteïnen (HDL). Cholesterol dat door LDL wordt getransporteerd, wordt ‘LDL-cholesterol' genoemd en cholesterol dat door HDL wordt getransporteerd, wordt ‘HDL-cholesterol' genoemd.

Het lichaam kan de lipidenspiegels regelen door de productie van lipoproteïnen te verhogen of te verlagen. Het lichaam kan ook regelen hoe snel lipoproteïnen in de bloedbaan komen en eruit worden verwijderd.

De cholesterol- en triglyceridenspiegels variëren sterk van dag tot dag. Tussen twee metingen kunnen de cholesterolspiegels ongeveer 10% en de triglyceridenspiegels tot 25% variëren. De beste meting is in nuchtere toestand.

De lipidenspiegels kunnen abnormaal worden als gevolg van veranderingen die optreden bij het ouder worden, bij verschillende aandoeningen (waaronder sommige erfelijke), bij het gebruik van bepaalde geneesmiddelen en bij een bepaalde levensstijl (het gebruik van een vetrijke voeding, overgewicht en gebrek aan lichaamsbeweging).

Abnormale lipidenspiegels (vooral van cholesterol) kunnen leiden tot problemen op lange termijn, zoals atherosclerose. In het algemeen leidt een hoge spiegel van totaal cholesterol (dat wil zeggen het totaal van LDL-, HDL- en VLDL-cholesterol) of een hoge LDL-waarde (de ‘slechte' cholesterol) tot verhoging van het risico van atherosclerose en dus van het risico van een hart- of herseninfarct. Niet alle soorten cholesterol leiden echter tot verhoging van dit risico. Een hoge HDL-waarde (de ‘goede' cholesterol) kan het risico verlagen en omgekeerd kan een lage HDL-waarde dit risico verhogen. Het effect van de triglyceridenspiegels op het risico van een hartinfarct is minder duidelijk. Zeer hoge triglyceridenspiegels (hoger dan 5,7 mmol/l bloed) kunnen het risico van alvleesklierontsteking (pancreatitis) verhogen.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Volgende: Hyperlipoproteïnemie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer