MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Hyperlipoproteïnemie

Hyperlipidemie wordt gedefinieerd als een abnormaal hoog gehalte aan vetten (cholesterol, triglyceriden of beide) in het bloed in de vorm van lipoproteïnen.

De lipidenspiegel (vooral LDL-cholesterol) neemt enigszins toe naarmate mensen ouder worden. De spiegels van verschillende lipoproteïnen zijn bij mannen gewoonlijk iets hoger dan bij vrouwen, maar deze spiegels nemen bij vrouwen na de menopauze toe door een afname in oestrogeenproductie. De stijging van de lipoproteïnenspiegels die optreedt naarmate de leeftijd stijgt, kan tot hyperlipoproteïnemie leiden en kan het risico van atherosclerose verhogen. (Een hoge spiegel van HDL-cholesterol, de goede cholesterol, is nuttig en wordt niet als een aandoening beschouwd.)

Factoren die het risico van hyperlipoproteïnemie verhogen, zijn onder meer naaste verwanten die hyperlipoproteïnemie hebben of hebben gehad (een familiaire voorgeschiedenis van de aandoening), overgewicht, een voeding die rijk is aan verzadigde vetten en cholesterol, gebrek aan lichaamsbeweging en matig tot overmatig alcoholgebruik.

Sommige mensen zijn gevoeliger voor de effecten van voeding dan anderen, maar bij de meeste mensen heeft de voeding een zekere invloed. De één kan grote hoeveelheden dierlijk vet eten zonder dat de totaalcholesterolspiegel hoger wordt dan 5,2 mmol/l. De ander kan een streng vetarm dieet volgen zonder dat het totaal cholesterol lager wordt dan 6,7 mmol/l. Dit verschil lijkt voornamelijk genetisch te zijn bepaald. Het genetisch profiel beïnvloedt de snelheid waarmee het lichaam deze vetten aanmaakt, gebruikt en afvoert. Overmatige calorie-inname kan tot hoge triglyceridenspiegels leiden. Hetzelfde geldt voor overmatig alcoholgebruik.

Sommige aandoeningen (zie Vetstofwisselingsstoornissen: Erfelijke hyperlipoproteïnemie), waaronder enkele erfelijke aandoeningen, leiden tot verhoogde lipidenspiegels. Diabetes mellitus die niet goed wordt gereguleerd of nierfalen kunnen tot hogere totaalcholesterolspiegels en triglyceridenspiegels leiden. Obstructieve leveraandoening en een traag werkende schildklier (hypothyreoïdie) kunnen tot stijging van de totaalcholesterolspiegel leiden.

Gebruik van geneesmiddelen als oestrogenen (oraal ingenomen), orale voorbehoedsmiddelen, corticosteroïden en vochtafdrijvende middelen op basis van thiazide kunnen (in zekere mate) tot verhoogde triglyceridenspiegels leiden.

Symptomen

Hoge lipidenspiegels veroorzaken doorgaans geen symptomen. Bij uitzonderlijk hoge lipidenspiegels wordt er soms vet afgezet in de huid en pezen, waardoor er knobbels (zogenoemde ‘xanthomen') ontstaan. Zeer hoge triglyceridenspiegels kunnen tot een vergrote lever of milt leiden en kunnen het risico van alvleesklierontsteking (pancreatitis) verhogen. Alvleesklierontsteking kan tot hevige buikpijn leiden en is soms dodelijk.

Het risico van het ontstaan van atherosclerose neemt toe naarmate de hoeveelheid totaal cholesterol toeneemt. Atherosclerose kan de slagaders aantasten die het hart van bloed voorzien (met als gevolg coronaire hartziekten), de slagaders die de hersenen van bloed voorzien (met als gevolg cerebrovasculaire aandoening, CVA, ‘beroerte') en de slagaders die de rest van het lichaam van bloed voorzien (met als gevolg perifere vaatziekte). Een hoge totaalcholesterolspiegel kan daardoor ook het risico van een hartinfarct of CVA verhogen. Een lage totaalcholesterolspiegel wordt gewoonlijk als beter beschouwd dan een hoge. Een zeer lage cholesterolspiegel is echter mogelijk ook niet gezond (zie Vetstofwisselingsstoornissen: Hypolipoproteïnemie). Voor volwassenen is een totaalcholesterolspiegel van minder dan 5,2 mmol/l wenselijk. In delen van de wereld (zoals China en Japan) waar de gemiddelde cholesterolspiegel 3,9 mmol/l bedraagt, komt coronaire hartziekte veel minder vaak voor dan in westerse landen als Nederland. Het risico van een hartinfarct is bij een totaalcholesterolspiegel van rond de 7,8 mmol/l meer dan verdubbeld.

De totaalcholesterolspiegel is slechts een algemene indicatie voor het risico van atherosclerose. De spiegels van de afzonderlijke componenten van totaal cholesterol, vooral LDL- en HDL-cholesterol, zijn belangrijker. Een hoge LDL-cholesterolspiegel (de ‘slechte' cholesterol) verhoogt het risico. Een hoge HDL-cholesterolspiegel (de ‘goede' cholesterol) verlaagt het risico en een lage HDL-cholesterolspiegel (gedefinieerd als minder dan 1,0 mmol/l) verhoogt het risico. Deskundigen beschouwen een LDL-cholesterolspiegel van minder dan 2,6 mmol/l als optimaal.

Of hogere triglyceridenspiegels het risico van een hart- of herseninfarct verhogen, is niet duidelijk. Triglyceridenspiegels hoger dan 1,7 mmol/l worden als abnormaal beschouwd, maar hoge spiegels lijken niet voor iedereen een hoger risico op te leveren. Voor mensen met hoge triglyceridenspiegels is het risico van een hart- of herseninfarct verhoogd als ze tevens een lage HDL-cholesterolspiegel hebben, aan diabetes mellitus of een nieraandoening leiden of veel nauwe verwanten hebben die atherosclerose hebben gehad (familiegeschiedenis).

Diagnose

De spiegels van totaal cholesterol, LDL-cholesterol, HDL-cholesterol en triglyceriden (het lipidenprofiel) worden in een bloedmonster gemeten. Omdat het gebruik van voedsel of drank tot een tijdelijke stijging van de triglyceridenspiegels kan leiden, moet de betreffende persoon ten minste 12 uur nuchter zijn voordat er een bloedmonster wordt afgenomen.

Wanneer de lipidenspiegels zeer hoog zijn, worden er speciale onderzoeken uitgevoerd om de onderliggende aandoening te bepalen. Specifieke aandoeningen zijn onder meer verscheidene erfelijke aandoeningen (erfelijke vormen van hyperlipoproteïnemie) die tot verschillende lipidenstoornissen met verschillende risico's leiden, en andere aandoeningen, zoals hypothyreoïdie.

Behandeling

Doorgaans is de beste behandeling voor mensen met hoge cholesterol- of triglyceridenspiegels: afvallen in geval van overgewicht, stoppen met roken, de totale hoeveelheid vet en cholesterol in de voeding verminderen, meer aan lichaamsbeweging doen en indien nodig een lipidenverlagend middel gebruiken.

Een vet- en cholesterolarme voeding kan de LDL-cholesterolspiegel verlagen. Deskundigen adviseren beperking van het aantal calorieën uit vet tot maximaal 25 tot 35% van het totaal aantal calorieën dat in de loop van enkele dagen wordt ingenomen.

Het soort vet dat wordt gebruikt, is ook van belang. (zie Coronaire hartziekte: Preventie)

Vetten kunnen verzadigd, meervoudig onverzadigd of enkelvoudig onverzadigd zijn. Verzadigde vetten verhogen de cholesterolspiegels meer dan andere soorten vet. Verzadigde vetten dienen niet meer dan 7 tot 10% van het totaal aantal calorieën per dag te leveren. Meervoudig onverzadigde vetten (waaronder omega-3-vetten en omega-6-vetten) en enkelvoudig onverzadigde vetten kunnen de spiegels van triglyceriden en LDL-cholesterol in het bloed helpen verlagen. Het vetgehalte van de meeste levensmiddelen staat op het etiket van de verpakking vermeld.

Grote hoeveelheden verzadigde vetten komen voor in vlees, eidooiers, vollemelkproducten, sommige noten (zoals macademianoten) en kokosnoten. Plantaardige oliën bevatten kleinere hoeveelheden verzadigd vet, maar slechts enkele plantaardige oliën zijn werkelijk zeer arm aan verzadigd vet.

Margarine, die uit meervoudig onverzadigde plantaardige oliën wordt vervaardigd, werd vroeger gezien als een gezond alternatief voor boter, die rijk is aan verzadigd vet (ongeveer 60%). Sommige margarines (en sommige bewerkte levensmiddelen) bevatten echter transvetzuren, die de LDL-cholesterolspiegel (de ‘slechte' cholesterol) kunnen verhogen en de HDL-cholesterolspiegel (de ‘goede' cholesterol) verlagen (zie Coronaire hartziekte:IntroductieKader).Margarines die voornamelijk uit vloeibare olie (in knijpfles of kuipje) bestaan, bevatten minder verzadigd vet dan boter, bevatten geen cholesterol en bevatten minder transvetzuren. Margarines die stanolen of sterolen uit planten bevatten, kunnen de spiegels van totaal cholesterol en LDL-cholesterol verlagen.

Het wordt aanbevolen veel fruit, groenten en graanproducten te eten omdat deze producten van nature weinig vet en geen cholesterol bevatten. Voedingsmiddelen die rijk zijn aan oplosbare vezels, die vetten in de darm binden en die helpen bij het verlagen van de cholesterolspiegel, worden eveneens aanbevolen. Daartoe behoren onder meer haverzemelen, havermout, bonen, erwten, rijstzemelen, gerst, citrusvruchten, aardbeien en appelpulp.

Regelmatige lichaamsbeweging kan helpen de LDL-cholesterolspiegel te verlagen en de HDL-cholesterolspiegel te verhogen. Een voorbeeld is een stevige wandeling van 30 tot 45 minuten drie tot vier keer per week.

Een behandeling met lipidenverlagende middelen hangt niet alleen af van de lipidenspiegels van de betreffende persoon maar ook van de vraag of deze persoon een coronaire hartaandoening, diabetes mellitus of andere belangrijke risicofactoren voor een coronaire hartaandoening heeft. (zie Coronaire hartziekte: Introductie)

Voor mensen met een coronaire hartaandoening of diabetes mellitus wordt gestreefd naar een LDL-waarde van 2,6 mmol/l of lager. Deze mensen hebben daarom gewoonlijk lipidenverlagende middelen nodig. Voor mensen die geen coronaire hartaandoening of diabetes mellitus hebben, maar wel twee of meer andere risicofactoren voor coronaire hartaandoening, wordt gestreefd naar 3,4 mmol/l of lager. Voor personen met slechts één of geen risicofactoren wordt gestreefd naar 4,1 mmol/l of lager.

Er zijn verschillende soorten lipidenverlagende geneesmiddelen: galzuurbindende middelen, fibraten, nicotinezuur (een lipoproteïnesyntheseremmer) en statinen. Elke soort verlaagt de lipidenspiegels via een ander mechanisme. Als gevolg daarvan hebben de verschillende soorten middelen verschillende bijwerkingen en kunnen ze de lipidenspiegels op verschillende manieren beïnvloeden. Bij gebruik van lipidenverlagende geneesmiddelen wordt een vetarm dieet aanbevolen.

Lipidenverlagende middelen doen meer dan alleen de lipidenspiegels verlagen, ze kunnen ook een coronaire hartaandoening voorkomen. Verder is aangetoond dat nicotinezuur en statinen het risico van vroegtijdig overlijden verlagen.

illustrative-material.table-short 1

LIPOPROTEÏNEN: LIPIDENDRAGERS
type vorming lipidensamenstelling functie

chylomicronen

gevormd uit vetten in voedsel dat in de darmen wordt verwerkt

voornamelijk triglyceriden

transport van verteerde vetten (als triglyceriden) naar spieren en vetcellen

very-low-density-lipoproteïnen (VLDL)

gevormd in de lever

meer dan 1/2 triglyceriden

ongeveer 1/4 cholesterol

transport van triglyceriden van de lever naar vetcellen

low-density-lipoproteïnen

gevormd uit VLDL nadat dit triglyceriden heeft afgeleverd aan vetcellen

meer dan 1/2 cholesterol

minder dan 1/10 triglyceriden

transport van cholesterol naar diverse cellen

high-density-lipoproteïnen

gevormd in de lever en dunne darm

ongeveer 1/4 cholesterol

ongeveer 1/20 triglyceriden

verwijdering van cholesterol uit lichaamsweefsels en transport naar de lever

illustrative-material.sidebar 1

Metabool syndroom: een complex probleem

Metabool syndroom, ook wel ‘insulineresistentiesyndroom' genoemd, omvat hoge triglyceridenspiegels, een lage HDL-cholesterolspiegel, hoge bloeddruk, resistentie tegen de effecten van insuline, een hoge bloedglucosespiegel en een verhoogde bloedstollingsneiging. Een ander probleem is overgewicht (vooral bij ophoping van vet in de buik). Al deze problemen werken samen en verhogen het risico van coronaire hartziekten. Een kwart van de bevolking van de Verenigde Staten lijdt mogelijk aan deze aandoening. Het risico van het ontstaan van het metabool syndroom neemt in Nederland in sterke mate toe (zie Overgewicht: Introductie), met alle gevolgen voor de gezondheid van dien. Het optreden van diabetes type 2 is hiervan het belangrijkste voorbeeld.

De behandeling bestaat uit gewichtsverlies, meer lichaamsbeweging, gebruik van bloeddrukverlagende middelen en gebruik van acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
(aspirine) om het risico van bloedstolselvorming te verlagen. Veel mensen met het metabool syndroom moeten lipidenverlagende middelen gebruiken.

illustrative-material.table-short 2

LIPIDENVERLAGENDE GENEESMIDDELEN

TYPE werkingsmechanisme indicaties bijwerkingen

galzuurbindende middelen 

cholestyramine

colestipol Handelsnaam
Colestid

binden galzuren in de darm, zodat de zuren worden uitgescheiden in plaats van te worden gebruikt voor de productie van gal, waardoor de lever meer LDL-cholesterol uit de bloedbaan verwijdert om gal te maken

hoog LDL-cholesterol

verstopping, buikpijn, misselijkheid, opgeblazen gevoel, binding van andere geneesmiddelen (waardoor de werkzaamheid daarvan wordt verlaagd) en een verhoogde triglyceridenspiegel

fibraatderivaten 

gemfibrozil Handelsnaam
Lopid

verhoogt de afbraak van lipiden en versnelt de verwijdering van VLDL uit de bloedbaan en kan de aanmaak van VLDL door de lever verminderen

hoog VLDL-cholesterol

laag HDL-cholesterol

dysbètalipoproteïnemie

diarree, misselijkheid, opgeblazen gevoel, buikpijn, huiduitslag, abnormale waarden van leverenzymen, ontstoken spieren, galstenen

lipoproteïnesyntheseremmers 

nicotinezuuranaloga

verlaagt de productiesnelheid van VLDL, dat wordt gebruikt voor de aanmaak van LDL

hoog LDL- en VLDL-cholesterol en laag HDL-cholesterol

dysbètalipoproteïnemie

blozen, jeuk, verstoorde spijsvertering, zweren, verhoogde waarden van leverenzymen, jicht en een hoge bloedglucosespiegel (hyperglykemie)

statine (HMG-CoA-reductaseremmers) 

atorvastatine Handelsnaam
Lipitor

fluvastatine Handelsnaam
Lescol
Canef

lovastatine

pravastatine Handelsnaam
Selektine

simvastatine Handelsnaam
Zocor

blokkeert de aanmaak van cholesterol, verhoogt de verwijdering van LDL uit de bloedbaan

hoog LDL-cholesterol

gecombineerde hyperlipidemie

lichte verstopping, dunne ontlasting, opgeblazen gevoel, hoofdpijn, huiduitslag, vermoeidheid en, in zeldzame gevallen, verhoogde waarden van leverenzymen, spierpijnen als gevolg van ontsteking (myositis) en spierdegeneratie (rabdomyolyse)

HMG-CoA = 3-hydroxy-3-methylglutaryl-coenzym-A

Erfelijke hyperlipoproteïnemie

Cholesterol- en triglyceridenspiegels zijn het hoogst bij mensen met erfelijke vormen van hyperlipoproteïnemie, die de vetstofwisseling en vetuitscheiding in het lichaam verstoren.

Bij familiaire hyperchylomicronemie (type-1-hyperlipoproteïnemie), een zeldzame aandoening, kan het lichaam geen chylomicronen uit de bloedbaan verwijderen, wat tot zeer hoge triglyceridenspiegels leidt. Zonder behandeling zijn de triglyceridenspiegels vaak aanzienlijk hoger dan 11,3 mmol/l. De symptomen treden op tijdens de kinderjaren en bij jongvolwassenen. Symptomen zijn onder meer periodiek optredende buikpijnaanvallen, een vergrote lever en milt en roze-gele knobbels op de huid van de ellebogen, knieën, billen, rug, voorzijde van de benen en achterzijde van de armen. Deze knobbels, zogenoemde ‘eruptieve xanthomen', zijn vetafzettingen. Het eten van vetten verergert de symptomen. Hoewel deze aandoening niet tot atherosclerose leidt, kan deze wel alvleesklierontsteking (pancreatitis) veroorzaken, die soms dodelijk is. Patiënten met deze aandoening dienen het eten van alle soorten vet, zowel verzadigd, onverzadigd als meervoudig onverzadigd vet, te vermijden.

Bij familiaire hypercholesterolemie (type-2a-hyperlipoproteïnemie) is de totaalcholesterolspiegel hoog. Deze ernstige aandoening treft ongeveer 1 op de 500 mensen. Patiënten kunnen vetafzettingen (xanthomen) hebben in de pezen van de hielen, knieën, ellebogen en vingers. In zeldzame gevallen treden rond het tiende jaar xanthomen op. Familiaire hypercholesterolemie kan leiden tot snel-progressieve atherosclerose en vroegtijdig overlijden als gevolg van een coronaire hartaandoening. Een zesde van de mannen met deze aandoening krijgt een hartinfarct rond het 40e levensjaar en tweederde krijgt een hartinfarct rond het 60e levensjaar. Vrouwen met deze aandoening hebben ook een verhoogd risico, maar het risico begint later dankzij een hogere HDL-spiegel in de premenopauzale periode. Ongeveer tweevijfde van de vrouwen met deze aandoening krijgt rond het 60e levensjaar een hartinfarct.

De behandeling begint met het volgen van een dieet dat arm is aan verzadigde vetten en cholesterol. Indien van toepassing wordt gewichtsverlies, stoppen met roken en meer lichaamsbeweging aanbevolen. Gewoonlijk zijn een of meer lipidenverlagende middelen nodig.

Bij familiaire gecombineerde hyperlipidemie (type-2b-hyperlipoproteïnemie) kunnen de cholesterolspiegels, de triglyceridenspiegels of beide hoog zijn. Deze aandoening treft ongeveer 1 tot 2% van de bevolking. De lipidenspiegels worden gewoonlijk na het 30e levensjaar abnormaal, maar soms gebeurt dit reeds op jongere leeftijd, vooral bij mensen met overgewicht, mensen die een zeer vetrijke voeding gebruiken of mensen met een metabool syndroom.

De behandeling bestaat uit beperking van de inname van vet, cholesterol en suiker, evenals voldoende beweging en, indien van toepassing, gewicht verliezen. Veel mensen met deze aandoening moeten lipidenverlagende middelen gebruiken.

Bij familiaire dysbètalipoproteïnemie (type-3-hyperlipoproteïnemie) zijn de spiegels van VLDL-cholesterol, totaal cholesterol en triglyceriden hoog. Deze spiegels zijn hoog doordat een ongewone vorm van VLDL in het bloed wordt gestapeld. Er kunnen vetafzettingen (xanthomen) in de huid op de ellebogen en knieën optreden. Deze zeldzame aandoening leidt tot vroeg ontstaan van ernstige atherosclerose. Op middelbare leeftijd leidt deze atherosclerose vaak tot afsluiting van de kransslagaders en perifere slagaders. De verminderde bloedtoevoer naar de benen kan leiden tot pijn bij het lopen (claudicatie (zie Perifere vaatziekten: Symptomen)).

De behandeling bestaat uit het bereiken en handhaven van het aanbevolen lichaamsgewicht en beperking van de inname van cholesterol, verzadigde vetten en koolhydraten. Gewoonlijk is een lipidenverlagend middel nodig. Bij behandeling kunnen de lipidenspiegels worden verbeterd, kan het voortschrijden van atherosclerose worden vertraagd en kunnen de vetafzettingen in de huid kleiner worden of verdwijnen.

Bij familiaire hypertriglyceridemie (type-4-hyperlipoproteïnemie) zijn de triglyceridenspiegels hoog. Deze aandoening treft ongeveer 1% van de bevolking. In sommige, maar niet alle, families met deze aandoening treedt atherosclerose op jonge leeftijd op. Indien van toepassing leiden gewichtsverlies en beperking van het alcoholgebruik vaak tot daling van de triglyceridenspiegels tot een normaal niveau. Als deze maatregelen geen effect hebben, kan gebruik van een lipidenverlagend middel helpen. Voor mensen die ook diabetes mellitus hebben, is goede regulering van de diabetes belangrijk.

Bij ernstige gemengde hyperlipoproteïnemie (type-5-hyperlipoproteïnemie) is de triglyceridenspiegel zeer hoog. Bij de ernstige vorm van deze aandoening (die zeldzaam is) kan het lichaam de overmaat aan triglyceriden niet goed verwerken en verwijderen. Bij mensen met een lichte vorm van deze aandoening kan de triglyceridenspiegel zeer hoog worden als er ook sprake is van andere omstandigheden (zoals overmatig alcoholgebruik, slecht gereguleerde diabetes mellitus of nierfalen). Symptomen kunnen onder meer zijn: talrijke vetafzettingen (eruptieve xanthomen) in de huid aan de voorzijde van de benen en achterzijde van de armen, een vergrote milt en lever, buikpijn en een verlaagde gevoeligheid voor aanraking als gevolg van zenuwschade. Het eten van vetten of het drinken van alcohol verergert de symptomen. Deze aandoening kan leiden tot alvleesklierontsteking (pancreatitis), die soms dodelijk is. Het eten van vetten kan ook tot herhaalde aanvallen van alvleesklierontsteking leiden en verhoogt het risico van overlijden. Beperking van de vetinname (tot minder dan 50 gram per dag) kan zenuwschade en alvleesklierontsteking voorkomen. Gewichtsverlies en vermijden van alcohol kunnen ook helpen. Lipidenverlagende middelen kunnen helpen.

illustrative-material.table-short 3

WENSELIJKE LIPIDENSPIEGELS BIJ VOLWASSENEN

lipiden

streefwaarde (mmol/l)*

totaal cholesterol

minder dan 5,18

LDL-cholesterol

minder dan 2,59

HDL-cholesterol

minder dan 1,04

triglyceriden

minder dan 3,89

* mmol/l = millimol per liter bloed

illustrative-material.table-short 4

BEPERKEN VAN VET EN CHOLESTEROL IN DE VOEDING

type vet

aanbevolen hoeveelheden

voedselbronnen

verzadigd

7-10% van het totale aantal calorieën

minder dan 7% voor mensen met hoge lipidenspiegels of coronaire hartziekte

vlees

vollemelkproducten, zoals volle melk, kaas en boter

kunstmatig geharde plantaardige oliën

meervoudig onverzadigd

tot 10% van het totale aantal calorieën

omega-3-vetten

vette vis, zoals makreel, zalm en tonijn

omega-6-vetten

plantaardige oliën, zoals maïsolie en saffloerolie

enkelvoudig onverzadigd

tot 20% van het totale aantal calorieën

slaolie

olijfolie

noten

avocado

cholesterol

minder dan 300 mg per dag (minder dan 200 mg per dag voor mensen met hoge lipidenspiegels of hartziekte)

eidooiers

orgaanvlees, zoals lever

vlees

gevogelte

vis en andere zeedieren

vollemelkproducten

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Hypolipoproteïnemie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer