MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Uitdroging
Behandeling
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Uitdroging

Uitdroging is een tekort aan lichaamsvocht.

Uitdroging treedt op wanneer het lichaam meer vocht uitscheidt dan opneemt. Braken, diarree, het gebruik van diuretica (geneesmiddelen die de uitscheiding van water en zout door de nieren bevorderen), hevige transpiratie (bijvoorbeeld door extreme hitte) en verminderde vochtinname kunnen leiden tot uitdroging.

Uitdroging komt vooral veel voor bij ouderen, omdat hun dorstcentrum niet zo goed werkt als bij jongeren. Ouderen merken daardoor niet altijd dat ze uitdrogen. Bepaalde aandoeningen, zoals diabetes mellitus (zie Diabetes mellitus: Introductie), diabetes insipidus (zie Aandoeningen van de hypofyse: Centrale diabetes insipidus) en de ziekte van Addison (zie Aandoeningen van de bijnier: Ziekte van Addison) kunnen de urine-uitscheiding verhogen en daardoor uitdroging veroorzaken.

Bij uitdroging wordt eerst het dorstcentrum in de hersenen geprikkeld, waardoor de persoon tot meer drinken wordt aangezet. Als de vochtopname geen gelijke tred kan houden met het vochtverlies, verergert de uitdroging. De transpiratie neemt af en de urineproductie daalt. Er stroomt vocht uit de cellen naar de bloedbaan om de benodigde hoeveelheid bloed (het bloedvolume) en de bloeddruk op peil te houden. Bij verdere uitdroging beginnen de lichaamsweefsels uit te drogen en beginnen de cellen te krimpen en slechter te functioneren. Symptomen van lichte tot matige uitdroging zijn onder meer dorst, verminderde transpiratie, verminderde elasticiteit van de huid, verminderde urineproductie en een droge mond. Vooral de hersencellen zijn gevoelig voor ernstige uitdroging. Verwarring is daarom een van de belangrijkste aanwijzingen voor ernstige uitdroging. Zeer ernstige uitdroging kan tot coma leiden.

Uitdroging leidt tot een verhoogde natriumconcentratie in de bloedbaan (zie Mineralen en elektrolyten:NatriumKader). De meest voorkomende oorzaken van uitdroging (zoals hevige transpiratie, braken en diarree) leiden gewoonlijk tot een verlies van elektrolyten (vooral natrium en kalium). Uitdroging gaat daardoor vaak met een elektrolytentekort gepaard. Er gaat natrium verloren, maar doordat het vochtverlies nog verder toeneemt, stijgt de natriumspiegel. Wanneer er ook een elektrolytentekort in de bloedbaan is, stroomt er minder snel vocht uit de cellen naar de bloedbaan. Hierdoor wordt de hoeveelheid vocht in de bloedsomloop niet aangevuld, zoals normaal het geval zou zijn. De bloeddruk kan dalen, wat leidt tot een licht gevoel in het hoofd of het gevoel van flauwvallen, vooral bij rechtop staan (orthostatische hypotensie). Als het verlies van vocht en elektrolyten aanhoudt, kan de bloeddruk tot een gevaarlijk laag niveau dalen, met als gevolg shock en ernstige beschadiging van veel inwendige organen, zoals de nieren, lever en hersenen.

Behandeling

Voorkomen is beter dan genezen. Volwassenen dienen dagelijks ten minste zes glazen water te drinken. Op warme dagen dient dit meer te zijn. Inspanning, koorts en warm weer verhogen de vochtbehoefte van het lichaam. Bij lichte uitdroging zal veel water drinken vaak volstaan. Als er ook sprake is van verlies van elektrolyten (vooral natrium en kalium), moeten deze worden aangevuld. Sportdrankjes zijn samengesteld om de tijdens zware inspanning verloren elektrolyten aan te vullen. Deze drankjes kunnen worden gebruikt om uitdroging te voorkomen of om lichte uitdroging te behandelen. Veel drinken en gebruik van een kleine hoeveelheid zout (door bijvoorbeeld zouttabletten in te nemen of een sportdrank te drinken) tijdens of na inspanning heeft dezelfde uitwerking. Mensen met hart- of nierproblemen dienen vóór sportbeoefening hun arts te raadplegen over de wijze waarop ze vochtverlies veilig kunnen compenseren.

Bij ernstige uitdroging is behandeling door een arts nodig. Als de bloeddruk zeer laag wordt, wordt gewoonlijk intraveneus een fysiologische oplossing (natriumchlorideoplossing) toegediend. De intraveneuze vloeistof wordt aanvankelijk snel en later, wanneer de lichamelijke toestand van de persoon verbetert, langzamer toegediend.

De behandeling is ook gericht op de oorzaak van de uitdroging. Als de persoon bijvoorbeeld diarree heeft, kan het nodig zijn naast vloeistof ook geneesmiddelen toe te dienen om de diarree te behandelen of te beëindigen.

Na de behandeling worden personen die herstellen van uitdroging gecontroleerd om er zeker van te zijn dat ze voldoende drinken om uitdroging te voorkomen.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Hyperhydratie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer