MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Acute intermitterende porfyrie

Acute intermitterende porfyrie, die neurologische verschijnselen veroorzaakt, is de meest voorkomende vorm van acute porfyrie.

Acute intermitterende porfyrie komt bij alle rassen voor, maar mogelijk iets vaker bij Noord-Europeanen. In de meeste landen is het de meest voorkomende vorm van acute porfyrie. Acute intermitterende porfyrie begint met acute neurologische symptomen. Aanvallen komen bij vrouwen vaker voor dan bij mannen.

Acute intermitterende porfyrie is het gevolg van een tekort aan het enzym porfobilinogeendeaminase (ook ‘hydroxymethylbilaansynthetase' genoemd) dat aanvankelijk leidt tot stapeling van de haemprecursors delta-aminolevulinezuur en porfobilinogeen in de lever. De aandoening wordt overgedragen als gevolg van een enkel abnormaal gen bij één ouder. Het normale gen van de andere ouder handhaaft halfnormale concentraties van het enzym waaraan een tekort bestaat, wat voldoende is voor het produceren van normale hoeveelheden haem. In zeer zeldzame gevallen wordt de ziekte overgedragen door beide ouders (waardoor er twee abnormale genen aanwezig zijn). De symptomen kunnen dan optreden tijdens de kinderjaren en groeiafwijkingen omvatten.

Bij de meeste mensen met een tekort aan porfobilinogeendeaminase ontstaan er nooit symptomen. Bij sommige mensen kunnen bepaalde factoren (geneesmiddelen, hormonen of voeding) echter symptomen veroorzaken, met als gevolg een aanval. Veel geneesmiddelen (onder meer barbituraten, middelen tegen epileptische aanvallen en sulfonamidenantibiotica) kunnen een aanval uitlokken. Hormonen als progesteron en verwante steroïden kunnen de symptomen verergeren, evenals caloriearme en koolhydraatarme voeding, grote hoeveelheden alcohol of roken. Stress als gevolg van een infectie, een andere ziekte, operatief ingrijpen of een psychologische schok speelt soms ook een rol. Gewoonlijk betreft het een combinatie van factoren. Soms is het niet mogelijk te achterhalen welke factoren een aanval hebben veroorzaakt.

Symptomen

Symptomen treden op in aanvallen die enkele dagen of weken en soms zelfs langer duren. Dergelijke aanvallen openbaren zich na de puberteit. Bij sommige vrouwen doen zich in de tweede helft van de menstruatiecyclus aanvallen voor.

Buikpijn is het meest voorkomende symptoom. De pijn kan zo ernstig zijn dat de arts mogelijk ten onrechte denkt dat een buikoperatie nodig is. Tot de maag-darmsymptomen behoren misselijkheid, braken, obstipatie of diarree en een gezwollen buik. De blaas kan aangedaan zijn, wat het urineren bemoeilijkt en soms leidt tot een overvolle blaas. Tijdens een aanval treden ook vaak snelle hartslag, hoge bloeddruk, transpireren en rusteloosheid op. Slaapstoornissen komen vaak voor. Na een aanval is het mogelijk dat de hoge bloeddruk niet verdwijnt.

Al deze symptomen, waaronder die van het maag-darmkanaal, zijn het gevolg van effecten op het zenuwstelsel. De zenuwen die de spieren aansturen, kunnen beschadigd raken. Dit leidt tot zwakte, die gewoonlijk in de schouders en armen begint. De zwakte kan zich tot vrijwel alle spieren uitbreiden, inclusief de ademhalingsspieren. Er kunnen bevingen en epileptische aanvallen optreden.

Herstel van de symptomen kan binnen enkele dagen optreden, hoewel volledig herstel van ernstige spierzwakte maanden of jaren kan duren. Aanvallen zijn zelden fataal. Bij sommige mensen kunnen deze echter invaliderend zijn.

Diagnose en prognose

De ernstige symptomen van maag-darmkanaal en zenuwstelsel vertonen overeenkomst met die van vaker voorkomende aandoeningen. Laboratoriumonderzoeken die worden uitgevoerd op urinemonsters laten verhoogde concentraties van twee haemprecursors (delta-aminolevulinezuur en porfobilinogeen) zien. De spiegels van deze precursors zijn tijdens aanvallen zeer hoog en blijven hoog bij patiënten bij wie zich bij herhaling aanvallen voordoen. De precursors kunnen porfyrines vormen, die roodachtig van kleur zijn en andere bruingekleurde stoffen. De urine is hierdoor donker gekleurd, vooral na blootstelling aan licht.

Symptoomloze verwanten kunnen als dragers van deze aandoening worden herkend door meting van porfobilinogeendeaminase in rode bloedcellen of soms door DNA-onderzoek. Het is ook mogelijk de diagnose te stellen vóór de geboorte, maar gewoonlijk is dit niet nodig omdat de meeste dragers van deze aandoening nooit symptomen krijgen.

Preventie en behandeling

Aanvallen van acute intermitterende porfyrie kunnen worden voorkomen door goede voeding en door geen geneesmiddelen te gebruiken die aanvallen kunnen opwekken. Drastische vermageringsdiëten dienen te worden vermeden. Om aanvallen te voorkomen, kan haem worden toegediend. Premenstruele aanvallen bij vrouwen kunnen worden voorkomen met een van de GnRH (gonadotrophin-releasing hormone)-agonisten die worden gebruikt voor de behandeling van endometriose. (zie Endometriose: Introductie)

Deze behandeling verkeert echter nog in de onderzoeksfase.

Mensen met aanvallen van acute intermitterende porfyrie worden vaak in het ziekenhuis opgenomen voor behandeling van ernstige symptomen. Ernstige aanvallen worden behandeld met intraveneus toegediende haem. De concentraties delta-aminolevulinezuur en porfobilinogeen in bloed en urine dalen onmiddellijk en de symptomen verbeteren, meestal binnen enkele dagen. Als een behandeling wordt uitgesteld, duurt het herstel langer en kan er blijvende zenuwbeschadiging optreden.

Intraveneus toegediende glucose of een koolhydraatrijk dieet kan ook zinvol zijn, vooral bij mensen bij wie aanvallen worden uitgelokt door een caloriearme of koolhydraatarme voeding, maar deze maatregelen zijn minder effectief dan haem. Tot de patiënt op haem of glucose reageert, kan medicatie (zoals opioïden) worden toegediend om de pijn te verlichten.

Misselijkheid, braken, angst en rusteloosheid worden gedurende korte tijd behandeld met fenothiazine. Slapeloosheid kan worden behandeld met chloralhydraat of lage doses benzodiazepinen, maar niet met barbituraten. Een overvolle blaas kan worden behandeld door de urine via een katheter af te laten lopen.

De arts gaat na of de patiënt medicijnen gebruikt waarvan bekend is dat deze een aanval uitlokken en neemt, indien mogelijk, maatregelen tegen andere factoren die wellicht aan de aanval hebben bijgedragen. De behandeling van epileptische aanvallen is problematisch omdat vrijwel elk anti-epileptisch geneesmiddel de aanval zal verergeren. Bètablokkers kunnen worden gebruikt voor het behandelen van een snelle hartslag en hoge bloeddruk, maar worden niet gebruikt bij mensen met uitdroging, bij wie een snelle hartslag nodig is om de bloedcirculatie op peil te houden.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Erytropoëtische protoporfyrie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer