MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Introductie
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

De hypofyse is een klier ter grootte van een erwt die zich in de sella turcica (het ‘Turkse zadel', een holte in de schedelbasis) bevindt. De sella turcica beschermt de hypofyse, maar laat zeer weinig groei toe.

De hypofyse regelt de werking van de meeste andere endocriene klieren en wordt daarom soms de ‘meesterklier' genoemd. Op zijn beurt wordt de hypofyse grotendeels gestuurd door de hypothalamus, een hersengebied dat net boven de hypofyse gelegen is. De hypothalamus of de hypofyse meet de hormoonspiegels die worden geproduceerd door klieren die door de hypofyse worden gestuurd (doelklieren) en kan zo vaststellen hoeveel prikkeling de doelklieren nodig hebben.

De hypofyse bestaat uit twee afzonderlijke delen: de voorkwab, die 80% van het gewicht van de hypofyse vertegenwoordigt, en de achterkwab. De kwabben zijn met de hypothalamus verbonden via een steel die bloedvaten en uitlopers van de zenuwcellen (zenuwvezels of axonen) bevat. De hypothalamus stuurt de voorkwab door afgifte van hormonen via de bloedvaten die de hypothalamus met de voorkwab verbinden. De hypothalamus stuurt de achterkwab door middel van zenuwprikkels.

De voorkwab van de hypofyse zorgt voor de productie en afgifte (uitscheiding) van zes belangrijke hormonen: groeihormoon (GH), dat de groei en lichamelijke ontwikkeling reguleert en belangrijke effecten heeft op de lichaamsvorm door het stimuleren van spiervorming en door vermindering van het vetweefsel; TSH (thyrotropine), dat de schildklier aanzet tot de productie van schildklierhormonen; ACTH Handelsnaam
Relefact
(ook wel ‘adrenocorticotroop hormoon' of ‘corticotrofine' genoemd), dat de bijnieren aanzet tot de productie van cortisol Handelsnaam
Hydrocortone
Solu‑Cortef
Buccalsone
Locoid
Mildison
en andere hormonen; follikelstimulerend hormoon (FSH) en luteïniserend hormoon (LH), samen de ‘gonadotrope hormonen' genoemd, die de zaadballen aanzetten tot de productie van zaadcellen, de eierstokken tot de productie van eicellen en beide geslachtsorganen tot de productie van geslachtshormonen ( testosteron Handelsnaam
Andriol
Testoderm
Testoviron
en oestrogeen); prolactine, dat de melkklieren in de borst aanzet tot de productie van moedermelk.

De voorkwab produceert tevens hormonen die de huid donkerder maken (MSH, melanotropine), het pijngevoel onderdrukken en bijdragen tot de regulering van het immuunsysteem (endorfinen).

De achterkwab van de hypofyse scheidt slechts twee hormonen af: antidiuretisch hormoon (ADH) en oxytocine Handelsnaam
Syntocinon
. Antidiuretisch hormoon (ook wel ‘vasopressine' genoemd) reguleert de hoeveelheid vocht die door de nieren wordt uitgescheiden en is daarom belangrijk voor het handhaven van de vochtbalans in het lichaam. (Vochtbalans: Introductie).

Oxytocine Handelsnaam
Syntocinon
zorgt ervoor dat de baarmoeder zich tijdens en direct na de bevalling samentrekt, om te hevige bloeding te voorkomen. Oxytocine Handelsnaam
Syntocinon
stimuleert bovendien de samentrekkingen van de melkbuisjes in de borst, waardoorheen melk naar de tepel stroomt (lactatie) bij vrouwen die moedermelk produceren.

De door de hypofyse geproduceerde hormonen worden niet allemaal continu afgegeven. De meeste worden met tussenpozen van één tot drie uur afgegeven, waarbij perioden van activiteit en inactiviteit elkaar afwisselen. Sommige hormonen (zoals ACTH Handelsnaam
Relefact
, groeihormoon en prolactine) volgen een 24-uurscyclus: de hormoonspiegels stijgen en dalen in de loop van een etmaal met een bepaalde regelmaat. Meestal bereiken ze hun hoogste niveau juist voor het ontwaken en hun laagste niveau juist voor het inslapen. De spiegels van de andere hormonen worden door andere factoren beïnvloed. Bij vrouwen variëren tijdens de menstruatiecyclus bijvoorbeeld de spiegels van luteïniserend hormoon en follikelstimulerend hormoon. Deze hormonen reguleren de voortplantingsfuncties.

De werking van de hypofyse kan op diverse manieren verstoord raken, meestal als gevolg van een goedaardige tumor (adenoom). De tumor kan te grote hoeveelheden van één of meer hypofysehormonen produceren, op de gezonde hypofysecellen drukken, de productie van één of meer hypofysehormonen verlagen of leiden tot vergroting van de hypofyse, waarbij de hormoonproductie soms wel en soms niet wordt verstoord. Soms wordt er door een hypofysetumor tegelijkertijd te weinig van het ene hormoon en te veel van het andere hormoon geproduceerd doordat er druk op wordt uitgeoefend. Over- of onderproductie van een hypofysehormoon leidt tot uiteenlopende symptomen.

De arts beschikt over diverse methoden om een verstoorde werking van de hypofyse vast te stellen. Beeldvormende onderzoeksmethoden als een CT (computertomografie)-scan of MRI (magnetische kernspinresonantie)-scan kunnen laten zien of de hypofyse is vergroot of verkleind en kunnen meestal aantonen of er zich een tumor in de klier bevindt.

Een arts kan de spiegels van de hypofysehormonen meten, meestal door middel van een eenvoudig bloedonderzoek. De arts bepaalt op basis van de symptomen welke hormoonspiegels van de hypofyse worden gemeten. Bij sommige hypofysehormonen is meting lastig, aangezien de waarden in de loop van de dag en afhankelijk van de lichaamsbehoeften sterk uiteenlopen. Een willekeurig afgenomen bloedmonster levert dan geen bruikbare informatie op.

Voor sommige van deze hormonen dient de arts een stof toe die normaal de hormoonproductie zou beïnvloeden. Vervolgens wordt de spiegel van dat hormoon gemeten. Als een arts bijvoorbeeld insuline inspuit, dienen de spiegels van ACTH Handelsnaam
Relefact
, groeihormoon en prolactine te stijgen. Vaak meet de arts de groeihormoonspiegel niet rechtstreeks, maar wordt een ander hormoon gemeten dat onder invloed van groeihormoon wordt geproduceerd: IGF-I (insulineachtige groeifactor I). Groeihormoon wordt periodiek geproduceerd en de groeihormoonspiegels dalen snel, maar de IGF-I-spiegels vormen een afspiegeling van de totale dagproductie van groeihormoon. Om al deze redenen is de interpretatie van bloedonderzoeken naar hypofysehormonen een complexe aangelegenheid.

illustrative-material.figure-short 1

Hypofyse: de meesterklier

De hypofyse, een klier ter grootte van een erwt gelegen aan de schedelbasis, produceert een aantal hormonen waarvan elk een specifiek deel van het lichaam beïnvloedt (het doelorgaan). Omdat de hypofyse de werking van de meeste andere endocriene klieren regelt, wordt deze vaak de ‘meesterklier' genoemd. De hypofyse zelf staat weer onder invloed van de hypothalamus.

HORMOON DOELORGAAN
antidiuretisch hormoon nier
bèta-MSH (melanotropine) huid
ACTH (corticotrofine) bijnieren
endorfinen hersenen
enkefalinen hersenen
follikelstimulerend hormoon eierstokken óf zaadballen
groeihormoon spieren en botten
luteïniserend hormoon eierstokken óf zaadballen
oxytocine baarmoeder en melkklieren
prolactine melkklieren
thyreotropine (TSH) schildklier

illustrative-material.sidebar 1

Oorzaken van onvoldoende werking van de hypofyse

oorzaken die voornamelijk de hypofyse beïnvloeden (primair hypopituïtarisme)

  • hypofysetumoren (vaak tumoren die hormonaal inactief zijn)
  • onvoldoende bloedtoevoer naar de hypofyse (als gevolg van een ernstige bloeding, bloedstolsels, bloedarmoede of andere oorzaken)
  • infecties en ontstekingen
  • sarcoïdose of amyloïdose (weinig voorkomend)
  • bestraling
  • operatieve verwijdering van hypofyseweefsel
  • auto-immuunziekte
oorzaken die voornamelijk de hypothalamus beïnvloeden, die op zijn beurt weer de hypofyse beïnvloedt (secundair hypopituïtarisme)
  • hypothalamustumoren
  • ontstekingen
  • hoofdletsel
  • beschadiging van de hypofyse of van de naar de hypofyse leidende bloedvaten of zenuwen door een operatie

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Volgende: Acromegalie en reuzengroei

Illustraties
Tabellen
Disclaimer