MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Galactorroe

Onder galactorroe verstaat men melkafgifte bij mannen of bij vrouwen die niet zogen.

Bij beide geslachten is de meest voorkomende oorzaak van galactorroe een in de hypofyse aanwezige tumor (prolactinoom) die prolactine produceert. Prolactinomen zijn meestal zeer klein wanneer de diagnose voor het eerst wordt gesteld. Bij mannen zijn ze doorgaans groter dan bij vrouwen, waarschijnlijk doordat ze later worden opgemerkt. Een overmatige productie van prolactine en het ontstaan van galactorroe kunnen ook worden veroorzaakt door het gebruik van geneesmiddelen, waaronder fenothiazinen, bepaalde middelen tegen hoge bloeddruk (zoals methyldopa Handelsnaam
Aldomet
), opioïden en zelfs drop. Er zijn nog meer oorzaken van galactorroe die geen verband houden met hoge prolactinespiegels, bijvoorbeeld onvoldoende werking van de schildklier (hypothyreoïdie).

Symptomen

Hoewel melkafgifte soms het enige symptoom van een prolactinoom is, blijft bij veel vrouwen de menstruatie uit (amenorroe) of wordt de menstruatiecyclus onregelmatig. Vrouwen met een prolactinoom hebben als gevolg van lage oestrogeenspiegels ook vaak last van opvliegingen en een droge vagina, wat leidt tot pijn bij geslachtsverkeer. Ongeveer tweederde van de mannen met deze aandoening verliezen hun belangstelling voor seks en krijgen erectieproblemen. Een hoge prolactinespiegel kan bij zowel mannen als vrouwen onvruchtbaarheid veroorzaken.

Een groot prolactinoom kan op de hersenzenuwen net boven de hypofyse drukken, wat hoofdpijn of blindheid in bepaalde gezichtsvelden kan veroorzaken. (zie Aandoeningen van de oogzenuw:OpticusneuropathieKader)

Diagnose

De diagnose wordt meestal vermoed bij vrouwen met verminderde of ontbrekende menstruatie of bij vrouwen met onverwachte melkafgifte. Het vermoeden bestaat eveneens bij mannen die melk produceren en een verminderde geslachtsdrift en verlaagde testosteronspiegels in het bloed hebben. De diagnose wordt bevestigd door een hoge prolactinespiegel. Om een prolactinoom op te sporen, wordt een CT- of MRI-scan uitgevoerd. Als er in de hypofyse geen tumor wordt aangetroffen en er geen andere aanwijsbare oorzaak voor de hoge prolactinespiegel bestaat (bijvoorbeeld een geneesmiddel), is in het bijzonder bij vrouwen de kans groot dat de oorzaak een hypofysetumor is die te klein is om op de scan te worden waargenomen.

Als uit beeldvormend onderzoek blijkt dat het om een grote tumor gaat, wordt door een oogarts een gezichtsveldonderzoek uitgevoerd om vast te stellen of het gezichtsvermogen is aangetast.

Behandeling

Er kunnen geneesmiddelen worden toegediend om de aanmaak te stimuleren van dopamine Handelsnaam
Dynatra
, de stof in de hersenen die de prolactineproductie blokkeert. Het betreft dan middelen als bromocriptine Handelsnaam
Parlodel
en cabergoline Handelsnaam
Dostinex
, die oraal worden toegediend en slechts werkzaam blijven zolang ze worden gebruikt. De tumor wordt er echter zelden door genezen. Bij de meeste mensen verlagen deze middelen de prolactinespiegels in voldoende mate om de menstruatie bij vrouwen te herstellen, de galactorroe te stoppen en oestrogeenspiegels bij vrouwen en testosteronspiegels bij mannen te verhogen. Vaak herstellen ze ook de vruchtbaarheid, maken ze de tumor kleiner en verbeteren ze eventuele problemen met het gezichtsvermogen. Een operatie is ook effectief bij de behandeling van kleine prolactinomen. Omdat behandeling met medicijnen veilig, effectief en eenvoudig is, is een operatie meestal niet de eerste optie.

Wanneer de prolactinespiegel niet bijzonder hoog is en een CT- of MRI-scan geen of slechts een klein prolactinoom aantoont, kan de arts de besluiten geen behandeling voor te schrijven. Hiervoor komen waarschijnlijk vrouwen in aanmerking die geen problemen hebben om zwanger te worden als gevolg van een hoge prolactinespiegel, die regelmatig menstrueren en die geen last hebben van galactorroe. Hetzelfde geldt voor mannen met een niet te lage testosteronspiegel. Lage oestrogeenspiegels gaan meestal gepaard met amenorroe en verhogen het risico van osteoporose bij vrouwen. Bij mannen leiden lage testosteronspiegels tot een verhoogd risico van osteoporose.

Om de effecten van lage oestrogeenspiegels als gevolg van een prolactinoom te bestrijden, kunnen oestrogeen of orale oestrogeenbevattende anticonceptiemiddelen worden toegediend aan vrouwen met een klein prolactinoom die niet zwanger willen worden. Hoewel niet is aangetoond dat behandeling met oestrogeen de groei van kleine prolactinomen bevordert, raden de meeste deskundigen een jaarlijkse CT- of MRI-scan aan gedurende ten minste twee jaar om er zeker van te zijn dat er geen significante groei van de tumor optreedt.

Mensen met grotere tumoren worden meestal met een dopamineagonist (bijvoorbeeld bromocriptine Handelsnaam
Parlodel
of pergolide Handelsnaam
Permax
) behandeld of door middel van operatieve verwijdering van de tumor. Als dopamineagonisten de prolactinespiegels verlagen en de symptomen verdwijnen, kan een operatie achterwege blijven. Zelfs wanneer een operatie noodzakelijk is, kunnen dopamineagonisten worden voorgeschreven om te helpen de tumor vóór de operatie te verkleinen. Vaak worden deze middelen ook na de operatie nog toegediend, aangezien de kans klein is dat een grote tumor die prolactine afscheidt door een operatie volledig kan worden genezen.

Soms, als de tumor niet reageert op geneesmiddelen of een operatie, is bestraling noodzakelijk, net als bij andere hypofysetumoren.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: De ziekte van Cushing

Volgende: Hypopituïtarisme

Illustraties
Tabellen
Disclaimer