MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Lege‑sellasyndroom
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Lege‑sellasyndroom

Bij het lege-sellasyndroom is de sella turcica (een benige structuur aan de schedelbasis waarin zich een normale of kleine hypofyse bevindt) vergroot, maar blijft de hypofyse normaal van grootte of neemt de grootte daarvan af.

Mensen met het lege-sellasyndroom hebben een stoornis in de weefselbarrière die normaal de liquor (ruggenmergvloeistof) rond de hersenen van de sella turcica scheidt. Daardoor neemt de druk van de liquor op de hypofyse en op de wanden van de sella turcica toe. De sella turcica kan groter worden, de hypofyse juist kleiner.

Het lege-sellasyndroom komt vooral voor bij middelbare vrouwen met overgewicht en hoge bloeddruk. De aandoening komt ook voor, hoewel minder vaak, na een operatie aan de hypofyse, na bestraling of na een infarct (afsterven) van een hypofysetumor.

Het lege-sellasyndroom veroorzaakt soms in het geheel geen symptomen en van ernstige symptomen is zelden sprake. Ongeveer de helft van de mensen met het lege-sellasyndroom heeft hoofdpijn en sommigen hebben ook hoge bloeddruk. In zeldzame gevallen lekt er liquor weg via de neus of ontstaan er problemen met het gezichtsvermogen.

De diagnose ‘lege-sellasyndroom' kan door middel van een CT- of MRI-scan worden gesteld. De hypofysefunctie wordt gecontroleerd om een teveel of tekort aan hormonen uit te sluiten, maar deze functie is vrijwel altijd normaal.

Behandeling is alleen geïndiceerd bij over- of onderproductie van hypofysehormonen en is zelden nodig.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Hypopituïtarisme

Volgende: Vergrote hypofyse

Illustraties
Tabellen
Disclaimer