MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Schildklierkanker
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Schildklierkanker

De oorzaak van schildklierkanker is onbekend, maar de schildklier is uiterst gevoelig voor straling. Schildklierkanker komt vooral voor bij mensen bij wie tijdens de jeugd het hoofd, de hals of de borst is bestraald, meestal voor goedaardige aandoeningen (hoewel tegenwoordig geen bestraling voor goedaardige aandoeningen meer plaatsvindt).

Meestal veroorzaakt schildklierkanker geen vergroting van de gehele schildklier, maar ontstaan er knobbels (noduli) in de schildklier. Schildkliernoduli zijn echter meestal goedaardig. De kans dat ze kwaadaardig zijn, is groter als er slechts één knobbel is in plaats van verschillende. Ook als de knobbel massief is en niet met vocht is gevuld (cysteachtig), als de knobbel weinig schildklierhormoon produceert, hard is, snel groeit of bij een man ontstaat, is de kans op kwaadaardigheid groter.

Een pijnloze bult in de hals is gewoonlijk het eerste teken van schildklierkanker. Als de arts een knobbel in de schildklier aantreft, zal hij verschillende onderzoeken laten uitvoeren. Een van de meest gebruikte onderzoeken om hyperthyreoïdie vast te stellen, is meting van de thyrotropinespiegel (TSH-spiegel) in het bloed. Een schildklierscan wordt bij een lage thyrotropinespiegel uitgevoerd. Op deze scan is te zien of de knobbel schildklierhormoon produceert. Bij een schildklierscan met radioactieve isotopen neemt de schildklierknobbel niets op; men spreekt dan van een koude nodus. Echografie is minder goed bruikbaar maar kan wel worden toegepast om te bepalen of de knobbel massief is of met vocht is gevuld en of er nog meer knobbels zijn.

Meestal wordt een aspiratiebiopsie uitgevoerd, waarbij een klein stukje van de knobbel via een dunne naald wordt opgezogen voor microscopisch onderzoek. Deze procedure, die in de praktijk van de arts wordt uitgevoerd, is vrijwel altijd pijnloos. In zeldzame gevallen wordt er plaatselijke verdoving toegediend en wordt de naald onder geleide van echografie ingebracht.

Kanker kan in verschillende typen cellen van de schildklier ontstaan.

Papillair carcinoom, de meest voorkomende vorm, vertegenwoordigt 60 tot 70% van alle vormen van schildklierkanker. Papillair carcinoom komt circa twee à drie keer zo vaak bij vrouwen als bij mannen voor. Papillair carcinoom komt meer voor bij jongeren maar groeit en verspreidt zich sneller bij ouderen. Mensen die op de hals bestraald zijn, gewoonlijk voor een goedaardige aandoening in hun kinderjaren of voor een vorm van kanker als volwassene, lopen een groter risico een papillair carcinoom te ontwikkelen.

Papillair carcinoom ontwikkelt zich binnen de schildklier, maar zaait zich soms uit (metastaseert) naar nabijgelegen lymfeklieren. Onbehandeld papillair carcinoom kan zich naar verder gelegen plaatsen uitbreiden.

Papillair carcinoom geneest vrijwel altijd. Knobbels kleiner dan 2 cm in doorsnede worden met het direct omliggende schildklierweefsel verwijderd. De meeste specialisten raden echter aan de volledige schildklier te verwijderen. Bij grotere knobbels wordt de schildklier meestal grotendeels of in zijn geheel verwijderd. Vaak wordt radioactief jodium toegediend om eventueel achtergebleven schildklier- of tumorweefsel te verwijderen. Om de groei van achtergebleven schildklierweefsel te onderdrukken, wordt schildklierhormoon eveneens in hoge doses toegediend.

Ongeveer 15% van alle schildkliercarcinomen bestaat uit folliculair carcinoom. Deze vorm komt vooral voor bij ouderen en wordt vaker bij vrouwen dan bij mannen gezien.

Folliculair carcinoom is agressiever dan papillair carcinoom en verspreidt zich vaak door de bloedbaan, waardoor uitzaaiingen in verschillende delen van het lichaam ontstaan. De behandeling van folliculair carcinoom bestaat uit zo volledig mogelijke operatieve verwijdering van de schildklier en vernietiging van overblijvend schildklierweefsel en van de eventuele uitzaaiingen met behulp van radioactief jodium. Folliculair carcinoom kan vaak worden genezen, maar minder vaak dan papillair carcinoom.

Minder dan 5% van alle schildkliercarcinomen bestaat uit anaplastisch carcinoom. Deze vorm komt vooral voor bij oudere vrouwen. Dit carcinoom groeit zeer snel, vormt gewoonlijk een grote tumor in de hals en zaait zich vaak door het gehele lichaam uit.

Ongeveer 80% van de patiënten met anaplastisch carcinoom overlijdt binnen een jaar, zelfs als ze behandeld zijn. Genezing treedt echter soms op bij behandeling met chemotherapie en bestraling voor en na de operatie. Bij deze vorm van kanker werkt radioactief jodium niet.

Medullair schildkliercarcinoom ontstaat in de schildklier, maar in een ander type cel dan waarin schildklierhormoon wordt geproduceerd. Deze vorm van kanker vindt zijn oorsprong in de C-cel, die normaal verspreid door de schildklier voorkomt en het hormoon calcitonine Handelsnaam
Calcitonine
afscheidt. Bij medullair schildkliercarcinoom worden te grote hoeveelheden calcitonine Handelsnaam
Calcitonine
geproduceerd. Doordat medullair carcinoom ook andere hormonen kan produceren, kan het tot ongewone symptomen leiden.

Dit carcinoom heeft de neiging zich via de lymfevaten naar de lymfeklieren en via het bloed naar lever, longen en botten uit te zaaien. Medullair carcinoom kan samen met andere typen endocriene carcinomen ontstaan. Men spreekt dan van het ‘multipele endocriene neoplasiesyndroom' (zie MEN (multipele endocriene neoplasie): Introductie).

De behandeling bestaat uit verwijdering van de schildklier. Verdere operaties kunnen nodig zijn om vast te stellen of het carcinoom zich naar de lymfeklieren heeft uitgezaaid. Ruim tweederde van de patiënten bij wie medullair schildkliercarcinoom deel uitmaakt van het multipele endocriene neoplasiesyndroom genezen. Wanneer medullair schildkliercarcinoom alleen optreedt, zijn de overlevingskansen minder gunstig.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Hypothyreoïdie

Volgende: Thyreoïditis

Illustraties
Tabellen
Disclaimer