MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Hypoglykemie is een abnormaal lage glucosespiegel in het bloed.

Normaal houdt het lichaam de bloedglucosespiegel binnen vrij nauwe grenzen (ongeveer 4 tot 5,6 mmol/l). Bij hypoglykemie worden de bloedglucosespiegels echter te laag. Bij diabetes mellitus worden deze spiegels juist te hoog en is er sprake van hyperglykemie. Hoewel diabetes wordt gekenmerkt door hoge bloedglucosespiegels, hebben veel mensen met diabetes periodiek last van hypoglykemie, meestal als gevolg van hoge doses insuline of orale geneesmiddelen tegen diabetes. Hypoglykemie komt zelden voor bij mensen zonder diabetes.

Lage bloedglucosespiegels verstoren de werking van tal van orgaanstelsels. De hersenen zijn bijzonder gevoelig voor een lage bloedglucosespiegel aangezien glucose de belangrijkste energiebron van de hersenen vormt. Als de bloedglucosespiegels ver beneden hun normale bereik dalen, reageren de hersenen door de bijnieren aan te zetten tot de afgifte van epinefrine Handelsnaam
Epinefrine
Epipen
(adrenaline), de alvleesklier tot de afgifte van glucagon en de hypofyse tot de afgifte van groeihormoon en ACTH Handelsnaam
Relefact
waardoor de bijnieren meer corticosteroïden afscheiden. Al deze gebeurtenissen zorgen ervoor dat er glucose uit de lever in het bloed vrijkomt.

Oorzaken

Geneesmiddelen: de meeste gevallen van hypoglykemie doen zich voor bij mensen met diabetes en worden veroorzaakt door insuline of andere middelen (bijvoorbeeld sulfonylureumderivaten) die worden ingenomen om de bloedglucosespiegels te verlagen. Mensen met diabetes beschrijven de hypoglykemie die na de inname van insuline kan optreden als een ‘insulinereactie' of een ‘hypo'. Insulinereacties komen vaker voor wanneer alles in het werk wordt gesteld om de bloedglucosespiegels zo dicht mogelijk bij de normale waarden te houden. Mensen die gewicht verliezen of bij wie nierinsufficiëntie optreedt, hebben een verhoogd risico van hypoglykemie. Als gevolg van sulfonylureumpreparaten zijn ouderen gevoeliger voor hypoglykemie dan jongeren.

Als iemand na inname van een middel tegen diabetes minder eet of lichamelijk actiever is dan normaal, kan dat middel de bloedglucosespiegel te sterk verlagen. Vooral patiënten die al lang een ernstige vorm van diabetes mellitus hebben, zijn in deze situaties gevoelig voor ernstige hypoglykemie doordat ze onvoldoende glucagon of epinefrine Handelsnaam
Epinefrine
Epipen
produceren. De hoeveelheden afgegeven glucagon en epinefrine Handelsnaam
Epinefrine
Epipen
zijn vaak te laag om een lage bloedglucosespiegel te kunnen corrigeren.

Behalve diabetesmedicatie zijn er nog veel andere geneesmiddelen die hypoglykemie veroorzaken, zoals pentamidine Handelsnaam
Pentacarinat
, dat wordt gebruikt voor de behandeling van een vorm van longontsteking die meestal door aids wordt veroorzaakt, en kinine, een middel tegen spierkramp.

Een zeldzame vorm van geneesmiddelafhankelijke hypoglykemie treedt soms op bij mensen met het Münchhausen-syndroom, die heimelijk insuline of andere geneesmiddelen gebruiken om aandacht te trekken (zie Somatoforme stoornissen:IntroductieKader).

Vasten: bij hypoglykemie door vasten is het lichaam niet in staat om na een periode van vasten de bloedglucosespiegels op peil te houden. De kans is klein dat langdurig vasten en langdurige zware lichamelijke inspanning (zelfs na een periode van vasten) hypoglykemie bij verder gezonde mensen veroorzaken, maar soms gebeurt dat wel.

Er zijn diverse ziekten of aandoeningen die hypoglykemie door vasten kunnen veroorzaken. Bij mensen die veel drinken zonder te eten, kan de alcohol de afgifte van opgeslagen glucose uit de lever blokkeren. Bij mensen met een leveraandoening zoals virale hepatitis, cirrose of kanker is de lever soms niet in staat voldoende glucose op te slaan. Bij zuigelingen en kinderen met een afwijking in de enzymsystemen die het glucosegebruik reguleren, kan ook hypoglykemie door vasten ontstaan.

Reactie op voedsel: hypoglykemie kan optreden als reactie op voedsel, meestal voedsel dat koolhydraten bevat. Het lichaam reageert overmatig op voedsel en produceert daardoor meer insuline dan nodig is.

Na bepaalde maagoperaties, bijvoorbeeld verwijdering van een deel van de maag, worden suikers zeer snel opgenomen, wat een overmatige insulineproductie stimuleert. Problemen met de vertering van bepaalde suikers (fructose en galactose) en aminozuren (leukine) kunnen eveneens reactieve hypoglykemie veroorzaken. Na drinken van alcohol in combinatie met suiker (bijvoorbeeld gin en tonic) kan een zeldzame vorm van reactieve hypoglykemie optreden.

Andere oorzaken: bij sommige oorzaken van hypoglykemie lijkt er geen specifieke relatie met voedsel te bestaan, maar vasten of zware lichamelijke inspanning kan wel een episode van hypoglykemie veroorzaken of verergeren. In zeldzame gevallen kan een tumor in de alvleesklier grote hoeveelheden insuline produceren, wat tot hypoglykemie leidt. Bij sommige mensen verlaagt een auto-immuunziekte de bloedglucosespiegels, door verstoring van de insulineafgifte of door andere oorzaken. Stoornissen die de hormoonproductie door de hypofyse en bijnieren verlagen (vooral de ziekte van Addison) kunnen hypoglykemie veroorzaken. Bepaalde ernstige ziekten, zoals nierinsufficiëntie, hartfalen, kanker en shock, kunnen eveneens tot hypoglykemie leiden, in het bijzonder bij iemand die ook voor diabetes wordt behandeld.

Symptomen

De symptomen van hypoglykemie beginnen zelden voordat de bloedglucosespiegel lager wordt dan 3,3 mmol/l. Sommige mensen krijgen al symptomen bij een iets hogere waarde, vooral wanneer de bloedglucosespiegels snel dalen. Bij anderen ontstaan de symptomen pas als de bloedglucosespiegels aanzienlijk lager zijn.

Als eerste reactie op een daling van de bloedglucosespiegel geeft het lichaam epinefrine Handelsnaam
Epinefrine
Epipen
(adrenaline) af uit de bijnieren. Epinefrine Handelsnaam
Epinefrine
Epipen
stimuleert de afgifte van glucose uit de opslagplaatsen in het lichaam, maar veroorzaakt ook symptomen die lijken op die van een angstaanval: transpiratie, zenuwachtigheid, trillingen, zwakte, hartkloppingen en honger. Ook scheiden de bijnieren meer corticosteroïden af die de glucosespiegel verhogen. Bij ernstigere hypoglykemie daalt de glucosetoevoer naar de hersenen, met als gevolg duizeligheid, vermoeidheid, zwakte, hoofdpijn, concentratiestoornissen, verwardheid, ongepast gedrag (dat voor dronkenschap kan worden aangezien), onduidelijke spraak, wazig zien, aanvallen die op epilepsie lijken en coma. Langdurige hypoglykemie kan blijvende hersenbeschadiging tot gevolg hebben. De symptomen kunnen zich geleidelijk of plotseling manifesteren, waarbij een licht ongemak in enkele minuten kan uitgroeien tot ernstige verwarring of paniek. In de zeldzame gevallen dat hypoglykemie bij mensen met goed gereguleerde diabetes optreedt, verdwijnt soms het besef dat er sprake is van hypoglykemische symptomen. De persoon kan dan zonder waarschuwing een gevoel van zwakte krijgen of zelfs in coma raken.

Bij iemand met een insulineproducerende alvleeskliertumor treden de symptomen meestal 's morgens vroeg op (soms zijn patiënten alleen maar wekbaar met een suikerklontje), wanneer de betrokkene nog nuchter is. Dit is vooral het geval wanneer de hoeveelheid glucose in het bloed door lichamelijke inspanning voor het ontbijt nog verder is verminderd. De glucosespiegel is te laag, terwijl de insulinespiegel relatief hoog is. Mensen met een tumor hebben aanvankelijk slechts af en toe een hypoglykemische aanval, maar in de loop van maanden of jaren nemen de frequentie en ernst van deze aanvallen toe.

Diagnose

Bij iemand van wie bekend is dat hij aan diabetes lijdt, kan de arts hypoglykemie vermoeden wanneer de symptomen van hypoglykemie worden beschreven. De diagnose kan worden bevestigd wanneer er lage bloedglucosespiegels worden gemeten terwijl die persoon last heeft van symptomen.

Bij iemand die niet aan diabetes lijdt en verder gezond is, kan een arts meestal herkennen dat er sprake is van hypoglykemie op basis van de symptomen, medische voorgeschiedenis, een lichamelijk onderzoek en eenvoudige tests.

De arts meet eerst de bloedglucosespiegel. Bij iemand zonder diabetes wordt de diagnose bevestigd door een lage bloedglucosespiegel op het moment dat die persoon last heeft van klassieke symptomen van hypoglykemie. Dat geldt vooral in situaties waar het verband tussen een lage bloedglucosespiegel en symptomen herhaaldelijk wordt aangetoond. De diagnose wordt ondersteund als verlichting van de symptomen optreedt wanneer de bloedglucosespiegel binnen enkele minuten na het gebruik van suiker stijgt.

Wanneer het verband tussen de symptomen van iemand zonder diabetes en de bloedglucosespiegels onduidelijk blijft, kunnen aanvullende onderzoeken nodig zijn. Vaak wordt dan als volgende stap de bloedglucosespiegel gemeten na een nacht vasten in het ziekenhuis of in een andere omgeving met controle. Soms zijn uitgebreidere onderzoeken nodig.

Als wordt vermoed dat het gebruik van een middel als pentamidine Handelsnaam
Pentacarinat
of kinine de oorzaak van hypoglykemie is, wordt gebruik van het middel stopgezet en wordt vervolgens gemeten of de bloedglucosespiegels stijgen. Blijft de oorzaak onduidelijk, dan zijn soms andere laboratoriumonderzoeken nodig.

Het kan nodig zijn de bloedinsulinespiegels tijdens vasten (soms tot 72 uur) te bepalen om vast te stellen of de betrokkene een insulineproducerende tumor heeft. Als de insulinewaarden op een tumor wijzen, zal de arts eerst proberen de plaats van de tumor vast te stellen voordat met behandeling wordt begonnen.

Behandeling

De symptomen van hypoglykemie verminderen al enkele minuten na inname van suiker, in welke vorm dan ook: snoep, glucosetabletten of een zoete drank zoals vruchtensap. Mensen die regelmatig hypoglykemische aanvallen hebben, vooral diabetespatiënten, geven er meestal de voorkeur aan glucosetabletten (dextrose of duivensuiker) bij zich te hebben omdat deze snel werken en een vaste dosis suiker verschaffen. Zowel voor diabetespatiënten als voor personen zonder diabetes met hypoglykemie kan het zinvol zijn suiker te gebruiken gevolgd door een voedingsmiddel dat koolhydraten bevat die langzaam worden opgenomen (zoals brood of crackers). Wanneer bij ernstige of langdurige hypoglykemie orale opname van suiker niet mogelijk is, dient de arts onmiddellijk intraveneus glucose toe om hersenbeschadiging te voorkomen.

Mensen van wie bekend is dat ze een risico hebben van ernstige hypoglykemische aanvallen kunnen voor noodgevallen glucagon bij de hand houden. Toediening van glucagon zet de lever aan tot de afgifte van grote hoeveelheden glucose. De stof wordt door middel van een injectie toegediend en leidt gewoonlijk binnen vijf tot 15 minuten tot herstel van de bloedglucosespiegel.

Insulineproducerende tumoren dienen operatief te worden verwijderd. Aangezien deze tumoren echter klein en moeilijk te vinden zijn, dient de operatie door een specialist te worden uitgevoerd. Voor de operatie kan het nodig zijn dat de patiënt een middel als diazoxide Handelsnaam
Hyperstat
Proglicem
gebruikt om de insulineproductie door de tumor te remmen. Soms is er meer dan één tumor aanwezig en als de chirurg niet alle tumoren verwijdert, kan een tweede operatie nodig zijn.

Mensen zonder diabetes mellitus die gevoelig zijn voor hypoglykemie kunnen een aanval vaak voorkomen door regelmatig kleine maaltijden te gebruiken in plaats van de gebruikelijke drie maaltijden per dag. Ze dienen een medische identificatie bij zich te dragen om hulpverleners over hun aandoening te informeren. 

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven
Illustraties
Tabellen
Disclaimer