MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Carcinoïden zijn goedaardige of kwaadaardige tumoren die overmatige hoeveelheden hormoonachtige stoffen produceren.

Carcinoïden ontstaan meestal in hormoonproducerende cellen die de binnenbekleding van de dunne darm vormen (entero-endocriene cellen) of in andere cellen van het maag-darmkanaal, de alvleesklier, zaadballen, eierstokken of longen. Carcinoïden produceren een overmaat aan neuropeptiden en aminen (hormoonachtige stoffen) als serotonine, bradykinine, serotonine, histamine en prostaglandinen. Te hoge spiegels van deze stoffen kunnen soms een reeks uiteenlopende symptomen veroorzaken, die men samen het ‘carcinoïdsyndroom' noemt.

Wanneer in het maag-darmkanaal of de alvleesklier carcinoïden ontstaan, worden de hormoonachtige stoffen afgegeven in een bloedvat dat rechtstreeks naar de lever leidt (poortader). In de lever worden ze dan door enzymen afgebroken. Daardoor leiden carcinoïden in het maag-darmkanaal doorgaans niet tot symptomen, tenzij uitzaaiing van de tumoren naar de lever heeft plaatsgevonden.

Als de tumoren naar de lever zijn uitgezaaid, is deze niet in staat om de stoffen onschadelijk te maken voordat ze door het lichaam beginnen te circuleren. Afhankelijk van de stoffen die door de tumoren worden afgescheiden kan de patiënt verschillende symptomen van het carcinoïdsyndroom vertonen. Carcinoïden in de longen, zaadballen en eierstokken veroorzaken ook symptomen doordat de door deze tumoren gevormde stoffen in de bloedbaan circuleren zonder eerst de lever te passeren.

Symptomen

De meeste mensen met carcinoïden hebben symptomen die lijken op die van andere soorten darmkanker, vooral pijnlijke krampen en veranderingen van de stoelgang als gevolg van obstructie.

Bij minder dan 10% van de mensen met carcinoïden treden symptomen van het carcinoïdsyndroom op. Het meest voorkomende en vaak ook vroegste symptoom van carcinoïdsyndroom is hinderlijk blozen, meestal in de hals en het gezicht. Het blozen, dat door verwijding van bloedvaten ontstaat, wordt vaak op gang gebracht door emoties, door eten of door het drinken van alcohol of warme vloeistoffen. Na het blozen volgen soms perioden waarin de huid een blauwe tint heeft (cyanose). Overmatige samentrekking van de darmen kan tot darmkrampen en diarree leiden. De darmen zijn niet in staat om de voedingsstoffen in voldoende mate af te breken, wat tot ondervoeding en vettige, onwelriekende ontlasting leidt.

Er kan hartbeschadiging optreden, met als gevolg zwelling van voeten en benen (oedeem). Door belemmering van de luchtstroom in de longen kunnen er een fluitende ademhaling en benauwdheid ontstaan. Sommige mensen met deze aandoening verliezen hun belangstelling voor seks en sommige mannen worden impotent.

Diagnose

Wanneer op basis van de symptomen een carcinoïd wordt vermoed, kan de arts de diagnose vaak bevestigen door de hoeveelheid 5-HIAA (5-hydroxy-indolazijnzuur, een van de metabolieten van serotonine) in de 24-uurs urine van de patiënt te bepalen. Gedurende ten minste drie dagen voorafgaand aan het onderzoek dient de patiënt geen voedingsmiddelen te gebruiken die veel serotonine bevatten. Dit zijn bijvoorbeeld bananen, tomaten, pruimen, avocado's, ananas, aubergines en walnoten. Ook bepaalde geneesmiddelen, waaronder guaiafenesine Handelsnaam
Toplexil
(dat vaak in hoestmiddelen wordt toegepast), methocarbamol (een spierontspanner) en fenothiazinen (antipsychotica) kunnen de onderzoeksresultaten verstoren.

Voor het opsporen van carcinoïden bestaan verschillende onderzoeken: CT-scans, MRI-scans en arteriografie. Soms is een proefoperatie nodig om de plaats van de tumor te bepalen.

Scintigrafie is ook een zinvol onderzoek. De meeste carcinoïden hebben receptoren voor het hormoon somatostatine. De arts kan daarom een radioactieve vorm van somatostatine in het bloed injecteren en door middel van scintigrafie de aanwezigheid van carcinoïden en uitzaaiingen bepalen. Ongeveer 90% van de tumoren kan met behulp van deze techniek worden aangetoond. Met een CT- of MRI-scan kan worden bevestigd of de tumor naar de lever is uitgezaaid.

Behandeling

Wanneer een carcinoïd tot een specifiek gebied (zoals blinde darm, dunne darm, endeldarm of longen) beperkt blijft, bestaat de kans dat de aandoening door operatieve verwijdering te genezen is. Is de tumor echter al naar de lever uitgezaaid, dan is genezing door een operatie zelden mogelijk maar kan deze de symptomen wel verlichten. De tumoren groeien zo langzaam dat zelfs patiënten met uitzaaiingen vaak nog 10 of 15 jaar te leven hebben.

Voor de genezing van carcinoïden zijn noch stralingstherapie (radiotherapie) noch chemotherapie afdoende. Combinaties van bepaalde chemotherapeutica (streptozocine met fluorouracil Handelsnaam
Efudix
Fluracedyl
en soms doxorubicine Handelsnaam
Adriblastina
Caelyx
) kunnen echter de symptomen verlichten. Het geneesmiddel octreotide Handelsnaam
Sandostatine
, een aan somatostatine verwante stof, kan eveneens de symptomen verlichten en tamoxifen Handelsnaam
Nolvadex
Tamoplex
, interferon-alfa en eflornithine kunnen de groei van de tumor afremmen. Fenothiazinen, cimetidine Handelsnaam
Tagamet
en fentolamine Handelsnaam
Regitine
worden gebruikt om het blozen te onderdrukken. Prednison Handelsnaam
Prednison
wordt soms gegeven aan mensen met longcarcinoïdtumoren met ernstige bloosaanvallen. Diarree kan onder controle worden gebracht met codeïne, opiumtinctuur, difenoxylaat of cyproheptadine Handelsnaam
Periactin
.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven
Illustraties
Tabellen
Disclaimer