MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Vorming van bloedcellen

Rode bloedcellen, de meeste witte bloedcellen en de bloedplaatjes ontstaan in het beenmerg, het zachte vettige weefsel in de botholte. Twee typen witte bloedcellen, de T- en de B-lymfocyten, worden ook in de lymfeklieren en de milt gevormd en verder ontstaan en rijpen er T-lymfocyten in de zwezerik (thymus).

In het beenmerg ontstaan alle bloedcellen uit één type niet-gespecialiseerde cellen, ‘stamcellen' genaamd. Wanneer een stamcel zich deelt, ontstaat eerst een onrijpe rode of witte bloedcel of een cel waaruit een bloedplaatje ontstaat. Daarna deelt de onrijpe cel zich, groeit verder uit en wordt uiteindelijk een rijpe rode bloedcel, een rijpe witte bloedcel of een rijp bloedplaatje.

De productiesnelheid van de bloedcellen wordt bepaald door de behoefte van het lichaam aan bloedcellen. Normale bloedcellen gaan beperkte tijd mee (de levensduur van witte bloedcellen is enkele uren tot enkele dagen, van bloedplaatjes ongeveer 10 dagen en van rode bloedcellen ongeveer 4 maanden) en moeten constant worden aangevuld. Bepaalde omstandigheden kunnen een verhoogde productie van bloedcellen op gang brengen. Wanneer de hoeveelheid zuurstof in de lichaamsweefsels of het aantal rode bloedcellen afneemt, zorgen de nieren voor de productie en afgifte van erytropoëtine, een hormoon dat het beenmerg aanzet tot een grotere productie van rode bloedcellen. Als reactie op een infectie stijgen de productie en afgifte van witte bloedcellen in het beenmerg. Bij een bloeding worden meer bloedplaatjes geproduceerd en afgegeven.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Samenstelling van het bloed

Illustraties
Tabellen
Disclaimer