MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Introductie
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Bloedtransfusie is het overbrengen van bloed of een bloedcomponent van de ene persoon (donor) naar de ander (ontvanger of recipiënt).

In de VS worden ongeveer 27 miljoen bloedtransfusies per jaar uitgevoerd. Een bloedtransfusie wordt toegediend om het vermogen tot zuurstoftransport van het bloed te verbeteren, het bloedvolume in het lichaam te herstellen, de immuniteit te versterken en stollingsproblemen te behandelen. Typische ontvangers zijn slachtoffers van een ongeluk, mensen die geopereerd worden en patiënten die behandeld worden wegens kanker (bijvoorbeeld leukemie) of andere aandoeningen (zoals de bloedziekten sikkelcelanemie en thalassemie).

In Nederland is de afname, de opslag en het vervoer van bloed en bloedproducten strikt gereguleerd onder verantwoordelijkheid van de Stichting Sanquin. Deze regelingen zijn ingesteld ter bescherming van zowel de donor als de ontvanger. Verder zijn er nog veel nationale en internationale richtlijnen op bloed en bloedproducten van toepassing. Als gevolg van al deze regelingen is het geven en ontvangen van bloed zeer veilig geworden. Toch blijft de ontvanger een zeker risico lopen, zoals het risico van een allergische reactie, koorts en rillingen, overvulling met bloed en bacteriële infecties en virusinfecties. Ondanks het feit dat de kans zeer gering is om door een bloedtransfusie met aids en hepatitis besmet te raken, is de medische wereld zich goed bewust van deze risico's en worden er alleen bloedtransfusies voorgeschreven wanneer er geen alternatieven zijn.

illustrative-material.figure-short 1

Bloedgroeptypering

Bloedgroeptypering

Omdat toediening van bloed dat niet overeenkomt met dat van de ontvanger gevaarlijk kan zijn, wordt donorbloed ingedeeld naar bloedgroep. Iemands bloedgroep wordt vastgesteld door het bloed te onderzoeken op de aan- of afwezigheid van bepaalde eiwitten (de resusfactor en de bloedgroepantigenen A en B) op het oppervlak van de rode bloedcellen.

De vier belangrijkste bloedgroepen zijn A, B, AB en O. Verder is elke bloedgroep resuspositief of resusnegatief. Iemand met bijvoorbeeld bloedgroep O-negatief heeft rode bloedcellen zonder A- en B-antigenen en zonder resusfactor. Iemand met bloedgroep AB-positief heeft rode bloedcellen met A- en B-antigenen en resusfactor. Sommige bloedgroepen komen veel vaker voor dan andere. De meest voorkomende bloedgroepen zijn O-positief en A-positief, gevolgd door B-positief, O-negatief, AB-positief, B-negatief en AB-negatief.

In noodgevallen kan iedereen rode bloedcellen van bloedgroep O ontvangen. Daarom worden donors met bloedgroep O ‘universele donors' genoemd. Mensen met bloedgroep AB kunnen rode bloedcellen van alle bloedgroepen ontvangen en worden daarom ‘universele ontvangers' genoemd. Ontvangers met resusnegatief bloed moeten bloed van resusnegatieve donors krijgen, maar ontvangers met resuspositief bloed mogen resuspositief én resusnegatief bloed krijgen.

.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Volgende: Afstaan van bloed

Illustraties
Tabellen
Disclaimer