MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Afstaan van bloed
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Afstaan van bloed

Het gehele proces van het afstaan van volbloed duurt ongeveer een uur. Bloeddonors moeten ten minste 18 jaar oud zijn en ten minste 50 kg wegen. Verder moeten ze goed gezond zijn: hartslag, bloeddruk en temperatuur worden opgenomen en het bloed wordt op bloedarmoede gecontroleerd. Er wordt een aantal vragen gesteld over de gezondheid, factoren die van invloed zijn op de gezondheid en de landen die de aanstaande donor heeft bezocht.

Er is een aantal aandoeningen waarmee iemand nooit in aanmerking kan komen voor het bloeddonorschap: hepatitis B of C, een hartaandoening, bepaalde vormen van kanker (leukemie, lymfoom en alle vormen van kanker die na behandeling terugkomen of die ooit met chemotherapie zijn behandeld), ernstig astma, bloedingsziekten, mogelijke blootstelling aan prionziekten (zoals de variant-Creutzfeldt-Jakob-ziekte) (zie Prionziekten: Ziekte van Creutzfeldt-Jakob), aids en mogelijke blootstelling aan het humaan-immunodeficiëntievirus (HIV, het virus dat aids veroorzaakt) als gevolg van risicovol gedrag. (zie Infectie met het humaan-immunodeficiëntievirus (HIV))

Redenen waarom iemand tijdelijk ongeschikt is voor het bloeddonorschap zijn malaria (als de patiënt in de afgelopen 3 jaar symptomen gehad heeft), een kwaadaardige tumor die operatief of met bestraling is behandeld (als de laatste behandeling in de afgelopen 5 jaar heeft plaatsgevonden), zwangerschap, een recente grote operatie, hoge bloeddruk die niet onder controle is, lage bloeddruk, bloedarmoede, het gebruik van bepaalde geneesmiddelen, blootstelling aan bepaalde vormen van hepatitis en een recente bloedtransfusie.

In het algemeen mag een donor niet vaker dan twee keer per jaar bloed afstaan. Bloeddonors in Nederland worden nooit voor hun donorschap betaald. In het buitenland (bijvoorbeeld de Verenigde Staten) gebeurt dit nog wel en komt het te vaak voor dat behoeftige mensen zich als donor aanboden en dan soms ontkennen dat ze aan een bepaalde aandoening lijden die hen als donor ongeschikt maakt.

Nadat iemand is goedgekeurd om bloed te doneren, neemt hij plaats in een ligstoel of op een bed. Een medewerker van de bloedbank inspecteert de binnenkant van de elleboog en besluit welke ader wordt gebruikt. Nadat het gebied rondom de ader is schoongemaakt, wordt een naald in de ader ingebracht en tijdelijk met steriel verband vastgezet. Wanneer de naald wordt ingebracht, is meestal een steek te voelen, maar verder verloopt de procedure pijnloos. Het bloed stroomt door de naald naar een opvangzak. De feitelijke bloedafname duurt maar een minuut of tien.

Gewoonlijk wordt ongeveer een halve liter bloed per keer afgenomen. Het vers afgenomen bloed wordt in een afgesloten plastic zak met conserverings- en antistollingsmiddelen bewaard. Bij elke donatie wordt het bloed gecontroleerd op de infectieuze organismen die aids, virale hepatitis en syfilis veroorzaken.

illustrative-material.sidebar 1

Onderzoek van donorbloed op infecties

Bij een bloedtransfusie kunnen met het donorbloed infectieuze organismen worden overgebracht. Daarom worden mensen die bloeddonor willen worden streng gekeurd en wordt donorbloed grondig getest. Tegenwoordig wordt al het donorbloed gecontroleerd op infecties met de organismen die virushepatitis, aids, een aantal andere virusziekten en syfilis veroorzaken.

virushepatitis

Donorbloed wordt onderzocht op infectie met de virussen die virushepatitis veroorzaken (typen B en C) en die via een bloedtransfusie kunnen worden overgebracht. Niet alle gevallen van besmet bloed kunnen met een dergelijk onderzoek worden opgespoord, maar door recente verbeteringen in het onderzoek en de controle van donors levert een transfusie vrijwel geen risico op van overdracht van hepatitis B. Hepatitis C blijft de meest voorkomende, potentieel gevaarlijke infectie die met een bloedtransfusie kan worden overgebracht. De besmettingskans bedraagt momenteel 1 op de 100.000 eenheden getransfundeerd bloed.

aids

In Nederland wordt donorbloed onderzocht op het humaan-immunodeficiëntievirus (HIV), het virus dat aids veroorzaakt. De test biedt geen 100% zekerheid, maar als onderdeel van de procedure wordt met potentiële donors een gesprek gevoerd. Tijdens dit gesprek wordt geïnformeerd naar risicofactoren voor aids, bijvoorbeeld of de potentiële donor of diens partner drugs hebben geïnjecteerd of wisselende seksuele contacten hebben gehad. Door het bloedonderzoek en het intakegesprek is de kans op een HIV-infectie via een bloedtransfusie uitermate klein, volgens recente schattingen 1 op de 825.000.

syfilis

Syfilis wordt zelden via een bloedtransfusie overgebracht. Niet alleen worden de donors en het afgestane bloed gecontroleerd op het organisme dat syfilis veroorzaakt, het donorbloed wordt ook bij lage temperatuur bewaard, waardoor de infectieuze organismen doodgaan.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Soorten transfusies

Illustraties
Tabellen
Disclaimer