MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

IJzergebreksanemie

IJzergebreksanemie ontstaat wanneer de lichaamsvoorraad ijzer, nodig voor de aanmaak van rode bloedcellen, klein of uitgeput is.

IJzergebreksanemie ontstaat gewoonlijk langzaam omdat het verscheidene maanden kan duren voordat de voorraad ijzer in het lichaam op is. Naarmate de ijzervoorraad afneemt, gaat het beenmerg geleidelijk minder rode bloedcellen produceren. Wanneer de ijzervoorraad uitgeput is, zijn de rode bloedcellen niet alleen geringer in aantal, maar ook abnormaal klein van vorm.

IJzertekort is een van de meest voorkomende oorzaken van bloedarmoede en bij volwassenen is bloedverlies de meest voorkomende oorzaak van ijzertekort. Bij vrouwen na de menopauze en bij mannen duidt ijzertekort meestal op een bloeding in het maag-darmkanaal. Bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd kan de maandelijkse menstruatie de oorzaak van ijzertekort zijn. IJzertekort kan verder het gevolg zijn van voeding met te weinig ijzer (Mineralen en elektrolyten: IJzer), vooral bij baby's, kleine kinderen, tienermeisjes en zwangere vrouwen.

Symptomen en diagnostisch onderzoek

De symptomen van ijzergebreksanemie ontstaan vaak geleidelijk en zijn dezelfde als bij andere vormen van bloedarmoede.

Wanneer de diagnose ‘bloedarmoede' is gesteld, worden vaak tests voor ijzergebrek uitgevoerd. Bij een ijzertekort zien de rode bloedcellen er meestal klein en bleek uit. De ijzer- en transferrinespiegels (transferrine is het eiwit dat ijzer transporteert wanneer het zich niet in de rode bloedcellen bevindt) van het bloed worden gemeten en vergeleken. De nauwkeurigste test voor ijzertekort is de bepaling van de ferritinespiegel van het bloed (ferritine is een eiwit dat ijzer opslaat). Een lage ferritinespiegel duidt op een ijzertekort. Soms is de ferritinespiegel echter misleidend omdat de spiegel foutief verhoogd kan lijken bij leverbeschadiging, ontsteking, infectie of kanker. In die gevallen kan de hoeveelheid worden bepaald van een eiwit op het oppervlak van cellen dat zich aan transferrine bindt (de transferrinereceptor).

Een enkele keer is voor het stellen van de diagnose een beenmergbiopsie nodig om vast te stellen hoeveel ijzer de cellen in het beenmerg bevatten.

Behandeling

De meest voorkomende oorzaak van ijzertekort is overmatig bloedverlies. Daarom dient als eerste stap de plaats van de bloeding te worden vastgesteld.

De dagelijkse hoeveelheid ijzer in de voeding is meestal niet voldoende om het ijzertekort door chronisch bloedverlies aan te vullen. Bovendien heeft het lichaam maar een kleine reservevoorraad ijzer. Daarom moet een ijzertekort met ijzerpreparaten worden aangevuld.

Het duurt gewoonlijk drie tot zes weken voordat het ijzertekort met ijzerpreparaten is aangevuld, zelfs als de bloeding is gestopt. IJzerpreparaten worden gewoonlijk via de mond ingenomen. IJzerpreparaten worden het beste door het lichaam opgenomen wanneer ze 30 minuten voor het ontbijt samen met vitamine C (sinaasappelsap of een vitamine-C-tablet) worden ingenomen. IJzerpreparaten moeten doorgaans nog 6 maanden worden gebruikt nadat het aantal bloedcellen weer normaal is voordat de lichaamsvoorraad ijzer weer op peil is. Er worden periodiek bloedtests uitgevoerd om te controleren of de patiënt over voldoende ijzer beschikt.

illustrative-material.sidebar 1

Aplastische anemie: wanneer het beenmerg niet meer functioneert

Het beenmerg bevat cellen (de ‘stamcellen') die zich tot rijpe bloedcellen en bloedplaatjes ontwikkelen. Wanneer de stamcellen zijn beschadigd of worden onderdrukt, kan het beenmerg ophouden met functioneren (beenmerginsufficiëntie). De bloedarmoede die bij beenmerginsufficiëntie ontstaat, heet ‘aplastische anemie'. De meest voorkomende oorzaak van aplastische anemie is een auto-immuunziekte, waarbij het immuunsysteem de stamcellen in het beenmerg onderdrukt. Andere oorzaken zijn infectie met het parvovirus en blootstelling aan straling, giftige stoffen (zoals benzeen), chemotherapeutische geneesmiddelen en andere geneesmiddelen (zoals chlooramfenicol Handelsnaam
Globenicol
).

Beenmerginsufficiëntie leidt tot tekorten aan rode bloedcellen (bloedarmoede), witte bloedcellen (leukopenie) en bloedplaatjes (trombocytopenie). De bloedarmoede veroorzaakt vermoeidheid, zwakte en bleekheid. De leukopenie veroorzaakt een verhoogde vatbaarheid voor infecties. Door de trombocytopenie ontstaan gemakkelijk bloeduitstortingen en bloedingen. Bij sommige patiënten is alleen de aanmaak van rode bloedcellen aangetast (‘pure red cell aplasia' genaamd), vooral wanneer de oorzaak in een infectie met het parvovirus gelegen is. De diagnose ‘aplastische anemie' wordt gesteld wanneer uit microscopisch onderzoek van een beenmergmonster (beenmergbiopt) blijkt dat het aantal stamcellen en de rijping van bloedcellen sterk is afgenomen.

Patiënten met aplastische anemie komen snel te overlijden als ze niet onmiddellijk worden behandeld. Met transfusies van rode bloedcellen en bloedplaatjes en de toediening van stoffen die worden aangeduid als ‘groeifactoren' kunnen de aantallen rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes tijdelijk stijgen. Jonge patiënten en patiënten van middelbare leeftijd met aplastische anemie kunnen met stamcel- of beenmergtransplantatie worden genezen. Ouderen en patiënten zonder geschikte beenmergdonor reageren vaak goed op behandeling met corticosteroïden en geneesmiddelen die het immuunsysteem onderdrukken.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Hemoglobine-C-ziekte, hemoglobine-SC-ziekte en hemoglobine-E-ziekte

Volgende: Pernicieuze anemie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer