MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Introductie
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Elke afwijking in het systeem dat de bloedstolling (hemostase) aanstuurt, kan hevige bloedingen of overmatige stolselvorming veroorzaken, die beide gevaarlijk kunnen zijn. Bij een bloedstollingsstoornis kan zelfs een kleine verwonding van een bloedvat tot groot bloedverlies leiden. Wanneer de bloedstolling niet meer gecontroleerd plaatsvindt, kunnen kleine bloedvaten op kritieke plaatsen verstopt raken met stolsels. Afgesloten vaten in de hersenen veroorzaken een CVA (cerebrovasculair accident, ‘beroerte'), afgesloten vaten naar het hart een hartinfarct. Stukjes van stolsels in de aders in de benen, het bekken of de buik kunnen via de bloedstroom worden meegevoerd naar de longen en daar belangrijke slagaders afsluiten (longembolie).

Hemostase (bloedstolling) is de manier waarop het lichaam een bloeding uit een beschadigd bloedvat stopt. Hierbij zijn drie belangrijke processen betrokken: vernauwing (constrictie) van bloedvaten, activiteit van bloedplaatjes en activiteit van stollingsfactoren.

Als een bloedvat wordt beschadigd, trekt het zich samen zodat er minder bloed uitstroomt en het stollingsproces van start kan gaan. Tegelijkertijd drukt de toenemende hoeveelheid bloed aan de buitenkant (hematoom of bloeduitstorting) tegen het bloedvat, waardoor verder bloedverlies wordt tegengegaan.

Zodra de vaatwand beschadigd is, worden er door een reeks reacties bloedplaatjes geactiveerd zodat deze aan het beschadigde gedeelte blijven kleven. De ‘lijm' waarmee de bloedplaatjes aan de bloedvatwand kleven, is de zogeheten ‘von Willebrand-factor', een naar de ontdekker von Willebrand genoemd eiwit dat door de cellen van de vaatwand wordt geproduceerd. Twee eiwitten, collageen en trombine, worden op de plaats van het letsel actief en zorgen ervoor dat de bloedplaatjes aan elkaar gaan kleven. Naarmate zich meer bloedplaatjes ophopen, vormen ze een vlechtwerk dat de wond afsluit. De gladde ronde bloedplaatjes krijgen uitsteeksels en geven eiwitten en andere stoffen af die ervoor zorgen dat er nog meer bloedplaatjes en stollingseiwitten in de steeds groter wordende prop terechtkomen. Deze prop wordt een bloedstolsel.

Het trombine zet fibrinogeen, een stollingsfactor die normaal gesproken in bloed is opgelost, om in lange ‘draden' fibrine. Deze draden strekken zich vanuit de samengeklonterde bloedplaatjes stervormig uit en vormen een vlechtwerk waarin nog meer bloedplaatjes en bloedcellen worden vastgehouden. De fibrinedraden voegen massa toe aan de zich ontwikkelende bloedprop en zorgen ervoor dat deze op zijn plaats blijft om de wand van het bloedvat dicht te houden. Bij de vorming van een stolsel wordt een reeks bloedstollingsfactoren geactiveerd die ervoor zorgen dat trombine ontstaat.

De reacties die resulteren in de vorming van een bloedstolsel worden in evenwicht gehouden door andere reacties die het stollingsproces stoppen en de stolsels weer oplossen nadat het bloedvat is genezen. Zonder dit systeem zou een klein letsel in een bloedvat overal in het lichaam stollingsprocessen in gang kunnen zetten, wat bij sommige ziekten inderdaad ook gebeurt.

illustrative-material.figure-short 1

Bloedstolsels: afsluiting van een opening

Bloedstolsels: 
afsluiting van een opening

Wanneer door letsel een vaatwand wordt beschadigd, worden de bloedplaatjes geactiveerd. De ronde vorm krijgt uitsteeksels, de bloedplaatjes plakken aan de beschadigde vaatwand en aan elkaar en beginnen de opening af te sluiten. De bloedplaatjes reageren ook met andere eiwitten om fibrine te vormen. De fibrinedraden vormen een vlechtwerk waarin meer bloedplaatjes en bloedcellen worden vastgehouden. Zo ontstaat een prop die de opening afsluit.

illustrative-material.sidebar 1

Geneesmiddelen en bloedstolsels: een ingewikkelde relatie

De relatie tussen geneesmiddelen en het vermogen van het lichaam om bloedingen onder controle te brengen (hemostase) is nogal ingewikkeld. Het vermogen van het lichaam stolsels te vormen is van vitaal belang bij het stoppen van bloedingen, maar als er te veel stolsels ontstaan, neemt het risico van hartinfarct, CVA (cerebrovasculair accident of ‘beroerte') of longembolie toe. Veel geneesmiddelen beïnvloeden al dan niet opzettelijk het vermogen van het lichaam stolsels te vormen.

Sommige mensen lopen een groot risico van stolselvorming en krijgen doelbewust geneesmiddelen om dat risico te verkleinen. Er kunnen middelen worden gegeven om de bloedplaatjes minder kleverig te maken, zodat ze niet samenklonteren en een bloedvat afsluiten. Acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
(aspirine), ticlopidine, clopidogrel Handelsnaam
Plavix
, abciximab Handelsnaam
Reopro
en tirofiban Handelsnaam
Aggrastat
zijn voorbeelden van middelen die de activiteit van bloedplaatjes beïnvloeden.

Andere patiënten die risico van stolselvorming lopen, krijgen een anticoagulans (een middel dat de activiteit remt van de bloedeiwitten met de naam ‘stollingsfactoren'). Anticoagulantia worden vaak ‘bloedverdunners' genoemd, al wordt het bloed door deze geneesmiddelen niet echt verdund. Veelgebruikte anticoagulantia zijn acenocoumarol, oraal toegediend, en heparine, per injectie toegediend. Patiënten die deze geneesmiddelen gebruiken, moeten nauwgezet worden gecontroleerd. Het effect van deze geneesmiddelen wordt gecontroleerd met een bloedtest waarmee de stollingstijd van het bloed wordt bepaald. De dosis van het middel wordt aan de hand van de uitslag van dit onderzoek aangepast. Bij een te lage dosring wordt stolling wellicht niet voorkomen, terwijl door een te hoge dosering ernstige bloedingen kunnen ontstaan. Een moderner anticoagulans, laagmoleculaire heparine, hoeft minder nauwkeurig te worden gecontroleerd. Lepirudine Handelsnaam
Refludan
en argatroban zijn twee nieuwe soorten anticoagulantia die direct op trombine ingrijpen.

Iemand die al een bloedstolsel heeft, kan met een thrombolyticum (fibrinolyticum) worden behandeld om het stolsel te helpen oplossen. Trombolytische middelen, waaronder streptokinase Handelsnaam
Streptase
Kabikinase
(een weefselplasminogeenactivator), worden soms gebruikt bij de behandeling van een hartinfarct of een CVA als gevolg van een bloedstolsel. Deze geneesmiddelen kunnen levensreddend zijn, maar kunnen ook hevige bloedingen veroorzaken. Verrassend is dat heparine, een geneesmiddel dat het risico van stolselvorming verkleint, soms onbedoeld bloedplaatjes activeert, waardoor het risico

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Volgende: Allergische purpura

Illustraties
Tabellen
Disclaimer