MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Neutropenie

Neutropenie is een abnormaal laag aantal neutrofiele granulocyten in het bloed.

Neutrofiele granulocyten vormen de belangrijkste verdediging van het lichaam tegen acute bacteriële infecties en bepaalde schimmelinfecties. Neutrofiele granulocyten maken ongeveer 45 tot 75% van alle witte bloedcellen in de bloedbaan uit. Wanneer het aantal neutrofiele granulocyten tot onder 1,0 × 109/l bloed daalt, neemt het infectierisico enigszins toe. Wanneer het aantal neutrofiele granulocyten tot onder 0,5 × 109/l daalt, neemt het infectierisico zeer sterk toe. Zonder de belangrijkste verdedigingslinie, de neutrofiele granulocyten, heeft de patiënt problemen met het onder controle brengen van een infectie en bestaat het risico dat hij aan de infectie overlijdt.

Oorzaken

Neutropenie kan ontstaan als de neutrofiele granulocyten in de bloedbaan zijn opgebruikt of sneller worden afgebroken dan het beenmerg ze kan aanmaken. Bij sommige bacteriële infecties, sommige allergische aandoeningen en het gebruik van sommige geneesmiddelen worden de neutrofiele granulocyten sneller vernietigd dan dat ze worden geproduceerd. Patiënten met een auto-immuunziekte kunnen antilichamen maken die neutrofiele granulocyten vernietigen, waardoor neutropenie ontstaat. Patiënten met een vergrote milt (zie Miltafwijkingen: Vergrote milt) kunnen een laag aantal neutrofiele granulocyten hebben doordat de vergrote milt deze bloedcellen vasthoudt en vernietigt.

Neutropenie kan ook ontstaan als de aanmaak van neutrofiele granulocyten in het beenmerg is afgenomen, zoals het geval kan zijn bij kanker, virusinfecties als griep, bacteriële infecties als tuberculose, myelofibrose of een tekort aan vitamine B12 of foliumzuur. Ook bij patiënten die zijn bestraald op gebieden met beenmerg kan neutropenie ontstaan. Veel geneesmiddelen, waaronder fenytoïne Handelsnaam
Diphantoine‑Z
Epanutin
, chlooramfenicol Handelsnaam
Globenicol
, sulfapreparaten en veel middelen tegen kanker (chemotherapeutica) en bepaalde giftige stoffen (benzeen en insecticiden) kunnen eveneens het vermogen van het beenmerg tot produceren van neutrofiele granulocyten aantasten.

Verder wordt de aanmaak van neutrofiele granulocyten in het beenmerg aangetast door een ernstige ziekte met de naam ‘aplastische anemie', waarbij het beenmerg geen enkel type bloedcellen meer produceert. (zie Bloedarmoede:IJzergebreksanemieKader)

Bepaalde zeldzame erfelijke aandoeningen kunnen er ook de oorzaak van zijn dat het aantal neutrofiele granulocyten daalt.

Symptomen en diagnostisch onderzoek

Neutropenie kan plotseling binnen een paar uur of een paar dagen ontstaan (acute neutropenie), maar kan zich ook geleidelijk in de loop van maanden of jaren ontwikkelen (chronische neutropenie). Omdat neutropenie zelf geen symptomen veroorzaakt, wordt de diagnose vaak gesteld wanneer er een infectie optreedt. Bij acute neutropenie kunnen koorts en pijnlijke zweren (ulcera) rond de mond en de anus voorkomen. Vervolgens kunnen een bacteriële longontsteking en andere ernstige infectieziekten ontstaan. Bij chronische neutropenie kan de ziekte minder ernstig verlopen als het aantal neutrofiele granulocyten niet extreem laag is. Soms wisselen periodes met en zonder neutropenie elkaar af (cyclische neutropenie).

Wanneer iemand vaak of ongewone infecties heeft, kan dit op neutropenie wijzen. Om de diagnose te stellen, wordt een volledig bloedbeeld bepaald. Een laag aantal neutrofiele granulocyten duidt op neutropenie. In veel gevallen wordt de aandoening verwacht en is de oorzaak bekend, zoals bij patiënten die met chemotherapie of bestraling worden behandeld. Wanneer de oorzaak niet bekend is, moet deze worden vastgesteld.

Meestal wordt via een naald wat beenmerg afgenomen. (zie Symptomen en diagnostisch onderzoek bij bloedziekten: Beenmergonderzoek)

Het beenmergmonster wordt microscopisch onderzocht om na te gaan of het er normaal uitziet, een normaal aantal neutrofiele stamcellen bevat en de ontwikkeling van neutrofiele granulocyten normaal verloopt. Door vast te stellen of het aantal stamcellen is afgenomen en of deze cellen normaal rijpen, kan worden bepaald of het probleem in een gestoorde aanmaak van de cellen moet worden gezocht of dat er te veel cellen in de bloedbaan worden gebruikt of vernietigd. Soms duidt beenmergonderzoek erop dat het beenmerg door een andere ziekte is aangetast, zoals leukemie of een andere vorm van kanker of een infectie als tuberculose.

Behandeling

De behandeling van neutropenie is afhankelijk van de oorzaak en de ernst van de aandoening. Geneesmiddelen die neutropenie veroorzaken, worden waar mogelijk gestaakt. Blootstelling aan mogelijk giftige stoffen wordt vermeden. Soms herstelt het beenmerg spontaan, zonder behandeling. De neutropenie bij virusinfecties (zoals griep) kan van voorbijgaande aard zijn en verdwijnen nadat de patiënt van de infectie is genezen. Patiënten met een lichte neutropenie hebben meestal geen symptomen en behandeling is dan niet altijd noodzakelijk.

Patiënten met een ernstige neutropenie kunnen snel aan een infectie overlijden omdat hun lichaam geen middelen heeft om de binnendringende organismen te bestrijden. Wanneer bij deze patiënten infecties ontstaan, worden ze gewoonlijk opgenomen en onmiddellijk met krachtige antibiotica behandeld, zelfs voordat de oorzaak en de precieze locatie van de infectie zijn vastgesteld. Koorts, het symptoom dat bij een patiënt met neutropenie meestal op een infectie duidt, is een belangrijk signaal dat medische zorg onmiddellijk noodzakelijk is.

Groeifactoren met de naam ‘koloniestimulerende factoren' (stoffen die de aanmaak van witte bloedcellen stimuleren) kunnen soms helpen. Corticosteroïden kunnen helpen als de neutropenie het gevolg is van een auto-immuunreactie. Antithymocytenglobuline of andere behandelingen die de activiteit van het immuunsysteem onderdrukken, kunnen worden toegepast wanneer er sprake is van een aandoening als aplastische anemie. Operatieve verwijdering van een vergrote milt kan genezing bewerkstelligen van neutropenie als gevolg van hypersplenie.

Wanneer neutropenie het gevolg is van een andere aandoening (zoals tuberculose, leukemie of een andere vorm van kanker), kan behandeling van de onderliggende aandoening de neutropenie doen verdwijnen. Beenmerg- of stamceltransplantatie wordt niet gebruikt om de neutropenie zelf te behandelen, maar kan worden aanbevolen om een ernstige ziekte als aplastische anemie of leukemie te behandelen, die aan de neutropenie ten grondslag ligt.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Neutrofiele leukocytose

Illustraties
Tabellen
Disclaimer