MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Eosinofiele-granulocytenstoornissen

Eosinofiele granulocyten maken minder dan 7% van de circulerende leukocyten uit (0,1 tot 0,5 × 109 eosinofiele granulocyten per liter bloed). Deze cellen spelen een rol bij de beschermende immuniteit tegen bepaalde parasieten, maar dragen ook bij aan de ontstekingsverschijnselen die bij bepaalde allergische aandoeningen ontstaan.

Een toename van het aantal eosinofiele granulocyten in het bloed (eosinofilie) duidt meestal op een reactie van het lichaam op abnormale cellen, parasieten of stoffen die een allergische reactie veroorzaken (allergenen). Een klein aantal eosinofiele cellen in het bloed (eosinopenie) kan zich voordoen bij het Cushing-syndroom en bij stressreacties, maar veroorzaakt meestal geen problemen omdat andere onderdelen van het immuunsysteem de functie van de eosinofiele granulocyten afdoende compenseren.

Het idiopathisch hypereosinofiel syndroom is een aandoening waarbij het aantal eosinofiele granulocyten zonder aanwijsbare oorzaak gedurende meer dan zes maanden toeneemt tot meer dan 1,5 × 109/l.

Het idiopathisch hypereosinofiel syndroom kan bij mensen van alle leeftijden ontstaan, maar komt het meest voor bij mensen ouder dan 50 jaar. Door het verhoogde aantal eosinofiele granulocyten kunnen het hart, de longen, de lever, de huid en het zenuwstelsel beschadigd raken. In het hart kunnen zich bijvoorbeeld ontstekingsverschijnselen voordoen (syndroom van Löffler) met als gevolg stolselvorming, hartfalen, hartinfarct of hartklepgebreken.

Symptomen van dit syndroom zijn gewichtsverlies, koorts, nachtzweten, vermoeidheid, hoesten, pijn op de borst, zwelling, maagpijn, huiduitslag, pijn, zwakte, verwardheid en coma. Verdere symptomen zijn afhankelijk van de organen die beschadigd zijn. Aan dit syndroom wordt gedacht wanneer het aantal eosinofiele granulocyten bij patiënten met deze symptomen voortdurend verhoogd is. De diagnose wordt bevestigd wanneer is vastgesteld dat de eosinofilie niet het gevolg is van een parasitaire infectie, een allergische reactie of een andere diagnosticeerbare aandoening.

Zonder behandeling overlijdt gewoonlijk meer dan 80% van de patiënten met dit syndroom binnen twee jaar; met behandeling overleeft meer dan 80%. Hartbeschadiging is de belangrijkste doodsoorzaak. Sommige patiënten hoeven niet te worden behandeld en worden alleen gedurende 3 tot 6 maanden nauwgezet gecontroleerd. De meeste patiënten moeten echter met prednison Handelsnaam
Prednison
of hydroxycarbamide Handelsnaam
Hydrea
worden behandeld. Als deze geneesmiddelen geen effect hebben, kan nog een aantal andere geneesmiddelen worden toegepast, eventueel in combinatie met een procedure waarbij eosinofiele granulocyten uit het bloed worden verwijderd (leukoferese).

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Basofiele-granulocytenstoornissen

Volgende: Lymfocytaire leukocytose

Illustraties
Tabellen
Disclaimer