MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Introductie
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Leukemie is kanker van de witte bloedcellen of van de cellen waaruit witte bloedcellen ontstaan.

Witte bloedcellen ontstaan uit stamcellen in het beenmerg. Soms verloopt die ontwikkeling verkeerd en worden delen van chromosomen in een andere volgorde gezet. De afwijkende chromosomen die daardoor ontstaan, verstoren de normale regulering van de celdeling. De aangetaste cellen vermenigvuldigen zich daardoor ongecontroleerd en worden kwaadaardig (maligne), met leukemie als resultaat. Uiteindelijk bezetten leukemiecellen het beenmerg en ze verdringen of onderdrukken de functie van cellen die zich tot normale bloedcellen ontwikkelen. Leukemiecellen kunnen ook in andere organen binnendringen, onder meer in de lever, de milt, de lymfeklieren, de zaadballen en de hersenen.

Leukemie wordt onderverdeeld in vier hoofdgroepen: acute lymfatische leukemie (ALL), acute myeloïde leukemie (AML), chronische lymfatische leukemie (CLL) en chronische myeloïde leukemie (CML). Deze indeling is gebaseerd op de snelheid waarmee de ziekte voortschrijdt en het type cel dat kwaadaardig wordt. Een acute leukemie (ALL en AML) verloopt snel, een chronische leukemie (CLL en CML) langzaam. Een lymfatische leukemie (ALL en CLL) ontstaat uit kwaadaardige veranderingen in lymfocyten of in cellen die normaal gesproken lymfocyten produceren. Een myeloïde leukemie (AML en CML) ontstaat uit kwaadaardige veranderingen in cellen die normaal gesproken neutrofiele granulocyten, basofiele granulocyten, eosinofiele granulocyten en monocyten produceren.

De oorzaak van de meeste vormen van leukemie is onbekend. Blootstelling aan straling of aan sommige vormen van chemotherapie verhoogt het risico van bepaalde vormen van leukemie, al komt leukemie bij slechts een zeer klein aantal patiënten voor die een dergelijke behandeling hebben ondergaan. Bij mensen met een bepaalde erfelijke aandoening, zoals het syndroom van Down of het syndroom van Fanconi, bestaat ook een verhoogd risico. Een virus met de naam ‘HTLV-1' (humaan T-celleukemievirus 1), dat op het virus lijkt dat aids veroorzaakt, wordt er sterk van verdacht een zeldzame vorm van lymfatische leukemie, ‘T-celleukemie' genaamd, te veroorzaken. Infectie met het Epstein-Barr-virus is in verband gebracht met een agressieve vorm van lymfatische leukemie, het Burkitt-lymfoom.

Veel vormen van leukemie kunnen goed worden behandeld en bij sommige vormen geneest de patiënt zelfs. Wanneer leukemie onder controle is gebracht, wordt gezegd dat de patiënt ‘in remissie' is. Als er opnieuw leukemiecellen verschijnen, wordt dat ‘relaps' (terugval) genoemd. Bij sommige patiënten met een terugval kan de kwaliteit van leven uiteindelijk achteruitgaan en kunnen de potentiële voordelen van verdere behandeling uitermate beperkt zijn. Het kan dan belangrijker zijn dat de patiënt zich prettig voelt dan dat zijn leven nog iets wordt verlengd. De patiënt en zijn naasten moeten bij deze beslissingen worden betrokken. Een zorgzame benadering, verlichting van de symptomen (Overlijden en het stervensproces: Symptomen tijdens een dodelijke ziekte) en het handhaven van de waardigheid van de patiënt zijn dan belangrijk.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Volgende: Acute lymfatische leukemie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer