MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Hoe kanker ontstaat en zich verspreidt

Kankercellen ontwikkelen zich uit gezonde cellen in een ingewikkeld proces dat ‘transformatie' wordt genoemd. De eerste stap in dit proces heet initiatie. In deze fase ontstaat een verandering in het genetisch materiaal van de cel (het DNA en soms de structuur van de chromosomen) waardoor deze zich carcinomateus (kankerachtig) gaat ontwikkelen. De verandering in het genetisch celmateriaal kan spontaan ontstaan of kan worden veroorzaakt door een kankerverwekkende stof (een carcinogeen). Carcinogenen zijn onder andere bepaalde chemische stoffen, tabak, virussen, straling en zonlicht. Niet alle cellen zijn echter even gevoelig voor carcinogenen. Door een genetische afwijking kan een cel gevoeliger worden voor carcinogenen. Zelfs chronische fysische prikkels kunnen een cel gevoeliger maken.

De tweede stap bij het ontstaan van kanker heet promotie. Stoffen die promotie veroorzaken, heten ‘promotors'. Promotors kunnen stoffen uit de omgeving zijn, maar ook bepaalde geneesmiddelen (zoals barbituraten). Anders dan carcinogenen veroorzaken promotors zelf geen kanker. Promotors zorgen ervoor dat een cel die de initiatiefase heeft doorgemaakt, kwaadaardig wordt. Promotie heeft geen invloed op niet-geïnitieerde cellen. Voor het ontstaan van kanker zijn dus verschillende factoren nodig, meestal een combinatie van een gevoelige cel en een carcinogeen.

Sommige carcinogenen zijn zo krachtig dat ze kanker kunnen veroorzaken zonder dat daarbij promotie nodig is. Ioniserende straling, bijvoorbeeld, kan verschillende vormen van kanker veroorzaken, in het bijzonder sarcomen, leukemie, schildklierkanker en borstkanker. Ioniserende straling wordt gebruikt bij röntgenonderzoek en is een product van kerncentrales en komt vrij bij kernexplosies.

Kanker kan direct in het omliggende weefsel ingroeien, maar kan zich ook uitzaaien naar dichtbij of veraf gelegen weefsels of organen. Kanker kan zich via het lymfestelsel verspreiden. Deze vorm van uitzaaiing komt vooral voor bij carcinomen. Borstkanker zaait zich bijvoorbeeld gewoonlijk eerst uit naar dichtbij gelegen lymfeklieren en verspreidt zich pas later verder door het gehele lichaam. Kanker kan zich ook via de bloedbaan uitzaaien. Deze vorm van uitzaaiing komt vooral voor bij sarcomen.

illustrative-material.sidebar 1

Betekenis van gebruikte termen

Agressiviteit: de mate waarin of de snelheid waarmee een tumor groeit en zich uitzaait.

Anaplasie: ontbreken van differentiatie. Een anaplastische tumor is dus slecht gedifferentieerd en gewoonlijk zeer agressief.

Benigne: goedaardig.

Carcinogeen: een stof die kanker veroorzaakt.

Carcinoma in situ: kankercellen die nog binnen het weefsel liggen waarin hun groei begonnen is en die nog niet zijn ingegroeid in of uitgezaaid naar andere delen van het lichaam.

Differentiatie: de mate waarin de kankercellen op gezonde cellen lijken. Minder gelijkenis betekent dat de tumor minder gedifferentieerd en agressiever is.

Genezing: een zodanige behandeling van kanker dat deze is verdwenen en niet meer terugkomt (recidiveert).

Infiltratie: het vermogen van een tumor om in omliggende weefsels binnen te dringen en deze te vernietigen.

Maligne: kwaadaardig.

Metastase: uitzaaiing, kankercellen die naar een geheel andere plaats zijn uitgezaaid.

Neoplasma: algemene term voor een tumor, ongeacht of deze goed- dan wel kwaadaardig is.

Overlevingspercentage: het percentage patiënten dat na behandeling nog een gegeven periode in leven blijft (de vijfjaarsoverleving, bijvoorbeeld, is het percentage patiënten dat na vijf jaar nog in leven is).

Recidief: tumorcellen die na behandeling terugkomen. Dat kan op de oorspronkelijke plaats zijn of als uitzaaiing.

Remissie: geen aanwijzingen voor kanker na behandeling.

Tumor: abnormale groei of massa.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Kanker en het immuunsysteem

Illustraties
Tabellen
Disclaimer