MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Niet-specifieke immuniteit

Niet-specifieke (aangeboren) immuniteit is bij de geboorte al aanwezig. Niet-specifieke immuniteit wordt zo genoemd omdat de componenten ervan alle lichaamsvreemde stoffen ongeveer op dezelfde manier aanpakken.

De witte bloedcellen die bij de niet-specifieke immuniteit zijn betrokken, zijn de monocyten (die zich tot macrofagen ontwikkelen), neutrofielen, eosinofielen, basofielen en natural-killer-cellen. Elk type heeft een iets andere functie. Het complementsysteem en de cytokinen spelen ook een rol bij de niet-specifieke immuniteit.

Macrofagen

Macrofagen ontwikkelen zich uit een type witte bloedcel, de monocyten, nadat deze zich van de bloedsomloop naar de weefsels verplaatsen. Wanneer infectie optreedt, verlaten de monocyten de bloedsomloop en verplaatsen zich naar de weefsels. In een periode van ongeveer 8 uur nemen de monocyten aanzienlijk in omvang toe en vormen in zichzelf granula (korrels). Deze zijn gevuld met enzymen en andere stoffen die helpen bij de vertering van bacteriën en andere lichaamsvreemde cellen. Monocyten die vergroot zijn en granula bevatten, zijn ‘macrofagen'. Macrofagen blijven in de weefsels. Ze nemen bacteriën, lichaamsvreemde cellen en beschadigde en dode cellen op. Het proces waarbij een cel een micro-organisme, een andere cel of celfragmenten opneemt, heet ‘fagocytose' en deze cellen worden ‘fagocyten' genoemd.

Neutrofiele granulocyten

Neutrofiele granulocyten nemen bacteriën en andere lichaamsvreemde cellen op. Neutrofiele granulocyten bevatten granula die enzymen vrijlaten. Deze enzymen helpen de lichaamsvreemde cellen te doden en te verteren. Neutrofiele granulocyten circuleren in de bloedsomloop en moeten een signaal krijgen om de bloedsomloop te verlaten en de weefsels in te gaan. Het signaal komt vaak van de bacteriën zelf, van complementeiwitten of van macrofagen. Allemaal produceren ze stoffen die neutrofiele granulocyten naar een probleemlocatie leiden. Dit proces van aantrekking van cellen wordt ‘chemotaxis' genoemd.

Eosinofiele granulocyten

Eosinofiele granulocyten kunnen bacteriën en andere lichaamsvreemde cellen opnemen, bevatten granula gevuld met enzymen die de opgenomen bacteriën en cellen verteren en circuleren in het bloed. Ze zijn echter minder actief tegen bacteriën dan neutrofiele granulocyten en macrofagen. Hun belangrijkste functie is misschien dat ze zich aan parasieten binden en zo bijdragen aan de immobilisatie en het doden ervan. Eosinofiele granulocyten zijn ook bij allergische reacties (zoals astma (zie Allergische reacties: Introductie)) betrokken.

Basofiele granulocyten

Basofiele granulocyten nemen geen lichaamsvreemde cellen op. Ze bevatten granula die histamine afgeven, een stof die een rol speelt bij allergische reacties. Basofiele granulocyten produceren ook stoffen die neutrofiele en eosinofiele granulocyten aantrekken.

Natural-killer-cellen

Natural-killer-cellen zijn lymfocyten, een type witte bloedcel. Natural-killer-cellen worden ‘natuurlijke' killers genoemd, omdat ze direct nadat ze gevormd zijn andere cellen kunnen vernietigen. Natural-killer-cellen hechten zich aan vreemde cellen en geven enzymen en andere stoffen af waardoor de buitenste membranen van de vreemde cellen worden beschadigd. Natural-killer-cellen vernietigen bepaalde micro-organismen, kankercellen en door virussen geïnfecteerde cellen. Daardoor vormen natural-killer-cellen vaak de eerste verdedigingslinie van het lichaam tegen virale infecties. Natural-killer-cellen produceren ook cytokinen, die sommige taken van de T-lymfocyten, B-lymfocyten en macrofagen regelen.

Complementsysteem

Het complementsysteem bestaat uit meer dan 30 eiwitten die een kettingreactie opwekken: het ene eiwit activeert het andere, enzovoort. Dit proces wordt ‘complementactivatie' genoemd. Complementeiwitten kunnen direct bacteriën doden of helpen bacteriën te vernietigen door zich eraan te binden. De bacteriën zijn dan gemakkelijker te identificeren en op te nemen door neutrofiele granulocyten en macrofagen. Andere functies zijn onder meer het leiden van macrofagen en neutrofiele granulocyten naar de plaats van infectie, waardoor bacteriën samenklonteren, en de neutralisatie van virussen. Het complementsysteem is ook bij de specifieke immuniteit betrokken.

Cytokinen

Cytokinen zijn de boodschappers van het afweersysteem. Witte bloedcellen en bepaalde andere cellen van het afweersysteem produceren cytokinen wanneer een antigeen wordt waargenomen. Er zijn verschillende cytokinen, die verschillende delen van het afweersysteem beïnvloeden. Sommige stimuleren activiteit. Ze zorgen ervoor dat bepaalde witte bloedcellen effectiever cellen kunnen vernietigen en ze trekken andere witte bloedcellen aan. Andere cytokinen remmen activiteit en dragen bij aan beëindiging van een immuunrespons. Sommige cytokinen, ‘interferonen' genoemd, werken in op de reproductie (vermenigvuldiging) van virussen. Cytokinen zijn ook bij de specifieke immuniteit betrokken.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Effecten van het ouder worden

Volgende: Specifieke immuniteit

Illustraties
Tabellen
Disclaimer