MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Niertransplantatie
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Niertransplantatie

Voor mensen (ongeacht de leeftijd) van wie de nieren ondanks andere behandelingen niet functioneren (irreversibele nierinsuffiëntie), is niertransplantatie een levensreddend alternatief voor dialyse. In de Verenigde Staten worden jaarlijks ongeveer 11.000 nieren getransplanteerd. In Nederland ligt dit aantal tussen de 300 en 400 per jaar. Ongeveer 90% van de nieren afkomstig van levende donoren functioneert 1 jaar na transplantatie nog. In elk volgend jaar laat 3 tot 5% van deze nieren het alsnog afweten. Ongeveer 70 tot 90% van de nieren afkomstig van iemand die pas is overleden, functioneert 1 jaar na transplantatie nog. In elk volgend jaar laat 5 tot 8% van deze nieren het alsnog afweten. Getransplanteerde nieren functioneren soms meer dan 30 jaar. Mensen met een succesvol getransplanteerde nier leiden meestal een normaal, actief leven.

Meer dan tweederde van de getransplanteerde nieren is afkomstig van mensen die zijn overleden, meestal door een ongeluk. De nieren worden verwijderd, gekoeld en snel naar een transplantatiecentrum gebracht voor transplantatie naar een patiënt met een weefseltype dat zoveel mogelijk overeenkomt en die geen antilichamen tegen de weefsels van de donor in het bloed heeft.

Een niertransplantatie is een zware operatie. De donornier wordt door een incisie in het bekken geplaatst en op de bloedvaten en de blaas van de ontvanger aangesloten. Meestal blijven de niet-functionerende nieren op hun plaats. Soms worden ze verwijderd, omdat ze onbehandelbare hoge bloeddruk veroorzaken of geïnfecteerd zijn.

Ondanks het gebruik van immunosuppressiva treden er kort na de transplantatie vaak een of meerdere perioden van afstoting op. Afstoting van een nier kan koorts veroorzaken, maar ook gewichtstoename door vasthouden van vocht (doordat de nieren niet genoeg vocht uit het bloed verwijderen). Het gebied boven de getransplanteerde nier kan gevoelig en opgezet zijn. Mogelijk wordt er minder urine geproduceerd en neemt de bloeddruk toe. Bloedonderzoek kan een verslechterende nierfunctie aantonen. Als de arts er niet zeker van is of de nier wordt afgestoten, kan hij een naaldbiopsie uitvoeren.

Afstoting kan meestal wordt onderdrukt door de dosis van het immunosuppressivum te verhogen, over te schakelen op een ander type of meer dan één immunosuppressivum te gebruiken. Als de afstoting niet kan worden onderdrukt, is de transplantatie mislukt. De afgestoten nier kan in het lichaam blijven, tenzij koorts, gevoeligheid, bloed in de urine of hoge bloeddruk aanhouden. Wanneer de transplantatie is mislukt, moet opnieuw met dialyse worden begonnen. Vaak kan een andere nier worden getransplanteerd nadat de persoon van de eerste poging is hersteld. De kans op succes bij een tweede transplantaat is bijna even groot als die bij een eerste transplantaat.

Afstoting en andere complicaties doen zich meestal voor binnen drie tot vier maanden na de transplantatie. Daarna blijft de ontvanger voor onbepaalde tijd immunosuppressiva gebruiken, tenzij deze bijwerkingen veroorzaken of er een ernstige infectie optreedt. Als het gebruik van immunosuppressiva wordt onderbroken, al is het maar kort, kan het lichaam de nieuwe nier afstoten. Het komt betrekkelijk vaak voor dat afstoting zich over een periode van weken of maanden ontwikkelt. De nierfunctie kan hierdoor geleidelijk verslechteren.

Vergeleken met de gehele bevolking hebben niertransplantatiepatiënten 10 tot 15 keer zo veel risico kanker te krijgen. Waarschijnlijk komt dit door de geneesmiddelen die nodig zijn om afstoting van de getransplanteerde nier te voorkomen. Deze onderdrukken namelijk ook het afweersysteem dat het lichaam helpt te beschermen tegen kanker. De kans dat bij niertransplantatiepatiënten kanker van het lymfestelsel (lymfoom) ontstaat, is ongeveer 30 keer groter dan bij de gehele bevolking. Toch komt deze vorm van kanker, zelfs bij mensen die een niertransplantatie hebben ondergaan, relatief weinig voor.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Long- en hart-longtransplantatie

Volgende: Principes van orgaantransplantatie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer