MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Alvleeskliertransplantatie

De gehele alvleesklier of alleen de cellen die insuline produceren (eilandcellen), kunnen worden getransplanteerd. Bij eilandtransplantaties kunnen eigen cellen van de patiënt (eilandcelautotransplantatie) worden getransplanteerd of cellen van een andere persoon (eilandcelallotransplantatie). De eigen eilandcellen kunnen soms worden gebruikt om te voorkomen dat zich diabetes ontwikkelt wanneer de alvleesklier moet worden verwijderd. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan bij patiënten met chronische pancreatitis die moeilijk behandelbare pijn veroorzaakt. Transplantatie van eilandcellen of soms van de gehele alvleesklier van een andere persoon wordt uitgevoerd om patiënten te behandelen met moeilijk behandelbare diabetes die nog geen ernstige complicaties heeft veroorzaakt. Het is echter mogelijk dat deze procedure in de toekomst andere toepassingen krijgt.

Transplantatie van een gehele alvleesklier is een zware operatie, waarvoor een incisie in de buik en algehele narcose nodig is. De alvleesklier van de ontvanger wordt niet verwijderd. De operatie duurt doorgaans ongeveer drie uur en de patiënt blijft één tot drie weken in het ziekenhuis.

Transplantatie van eilandcellen is daarentegen geen zware operatie. Hiervoor is slechts plaatselijke verdoving nodig en geen of slechts kortdurende ziekenhuisopname. Eilandcellen kunnen via een dunne naald in de navelader in de buik van de ontvanger worden geïnjecteerd of via een slangetje in een ader naar de lever.

Bij meer dan 80% van de diabetespatiënten met een alvleeskliertransplantatie en bij ongeveer 75% met eilandceltransplantatie zijn de bloedglucosespiegels na transplantatie normaal en hoeft er geen insuline te worden gebruikt. Patiënten die een alvleesklier of eilandcellen van een andere persoon ontvangen, moeten echter wel immunosuppressiva gebruiken. Dit is een groot nadeel omdat deze geneesmiddelen het risico van infectie vergroten en nog andere bijwerkingen hebben. Het risico bij gebruik van insuline (abnormaal lage bloedglucosespiegels) en een minder goed gereguleerde diabetes worden dus ingeruild voor het risico bij gebruik van immunosuppressiva (groter risico van infectie) en een beter gereguleerde diabetes. Vanwege het risico bij gebruik van immunosuppressiva zijn deze transplantaties meestal voorbehouden gebleven voor patiënten die om een andere reden al immunosuppressiva gebruiken, bijvoorbeeld mensen die een niertransplantatie hebben ondergaan vanwege nierinsufficiëntie. De alvleesklier en de nier worden vaak tegelijk getransplanteerd.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Harttransplantatie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer