MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Stamceltransplantatie

Stamcellen zijn niet-gespecialiseerde cellen waarvan alle gespecialiseerde cellen afstammen. Zowel volwassenen als embryo's hebben stamcellen. Stamcellen voor verschillende soorten bloedcellen kunnen worden verkregen uit het beenmerg of, in kleine aantallen, uit het bloed. Stamcellen afkomstig van foetussen genieten de voorkeur, aangezien de kans dat deze cellen transplantatie overleven, groter is dan bij de cellen afkomstig van kinderen of volwassenen. Beenmergtransplantatie is een vorm van stamceltransplantatie, omdat beenmerg stamcellen bevat die weer bloedcellen produceren.

Stamceltransplantatie kan worden toegepast als onderdeel van de behandeling van leukemie, bepaalde vormen van lymfomen (inclusief de ziekte van Hodgkin) en aplastische anemie. Deze methode kan ook worden gebruikt om kinderen met bepaalde genetische aandoeningen te behandelen, waaronder thalassemie, sikkelcelanemie en sommige aangeboren stofwisselingsziekten of immunodeficiënties (zoals chronische granulomateuze ziekte). Bepaalde soorten stamcellen kunnen ook worden gebruikt als transplantaat voor patiënten van wie het beenmerg is vernietigd door hoge doses chemotherapie of bestraling bij de behandeling van bepaalde vormen van kanker, bijvoorbeeld borstkanker. Stamceltransplantatie kan in de toekomst mogelijk worden toegepast als behandeling van andere aandoeningen, zoals de ziekte van Parkinson en de ziekte van Alzheimer, waarbij de getransplanteerde stamcellen hersencellen kunnen worden.

Stamcellen kunnen cellen van de patiënt zelf zijn (autologe transplantatie) of afkomstig zijn van een donor (allogene transplantatie). Wanneer iemands eigen stamcellen worden gebruikt, worden ze verzameld voorafgaand aan chemotherapie of bestraling, omdat deze behandelingen de stamcellen kunnen beschadigen. Ze worden na de behandeling weer in het lichaam geïnjecteerd.

Het afnemen van beenmerg voor transplantatie gebeurt meestal onder algehele narcose. Een arts haalt met een naald merg uit het heupbeen van de donor. Afname van beenmerg duurt ongeveer één uur.

Soms worden stamcellen van volwassenen verkregen uit bloed via een poliklinische procedure. Eerst krijgt de donor een geneesmiddel dat er voor zorgt dat het beenmerg meer stamcellen aan het bloed afgeeft. Vervolgens laat men het bloed via een katheter in een arm door een machine stromen die de stamcellen verwijdert. De rest van het bloed vloeit weer terug naar de patiënt via een katheter in de andere arm. Om genoeg stamcellen te verkrijgen zijn meestal ongeveer zes sessies van twee tot vier uur nodig in een periode van één tot twee weken. Stamcellen kunnen door invriezing voor later gebruik worden bewaard.

De arts injecteert de stamcellen in de ader van de ontvanger. De geïnjecteerde stamcellen bewegen zich naar de botten en gaan zich daar vermenigvuldigen en bloedcellen vormen.

Stamceltransplantatie is riskant omdat de witte bloedcellen van de ontvanger door bestraling of chemotherapie zijn vernietigd of in aantal zijn verminderd. Als gevolg daarvan is het risico van infectie gedurende twee tot drie weken zeer hoog, totdat de gedoneerde stamcellen genoeg witte bloedcellen kunnen produceren om het lichaam tegen infecties te beschermen.

Een ander probleem is dat het nieuwe beenmerg afkomstig van een andere persoon cellen kan produceren die de cellen van de ontvanger aanvallen. Dit leidt tot een graft-versus-host-reactie. (zie Bloedtransfusie: Voorzorgen en reacties)

Bovendien kan de oorspronkelijke aandoening terugkeren.

Het risico van infectie kan worden verkleind door de ontvanger een bepaalde tijd in isolatie te houden tot de getransplanteerde cellen bloedcellen beginnen te produceren. Gedurende deze tijd moeten personeel en bezoekers een beschermend masker en beschermende kleding dragen en hun handen grondig wassen voor ze de kamer binnengaan. Antilichamen die uit het donorbloed zijn geïsoleerd, kunnen intraveneus aan de ontvanger worden gegeven om deze beter tegen infectie te beschermen. Groeifactoren, die de productie van bloedcellen stimuleren, kunnen helpen het risico van infectie en van een graft-versus-host-reactie te verminderen.

Ontvangers van een stamceltransplantaat blijven meestal één tot twee maanden in het ziekenhuis. Na ontslag uit het ziekenhuis is het nodig met regelmatige tussenpozen controles te laten uitvoeren. De meeste patiënten hebben minstens één jaar nodig voor herstel.

illustrative-material.sidebar 2

Wat zijn stamcellen?

Stamcellen zijn ongedifferentieerde cellen. Dat betekent dat ze de mogelijkheid hebben zich tot één van de vele verschillende soorten gespecialiseerde cellen te ontwikkelen. Sommige stamcellen kunnen worden aangezet zich te ontwikkelen tot ongeacht welke soort cel in het lichaam. Andere zijn al deels gedifferentieerd. Deze stamcellen kunnen bijvoorbeeld elke soort zenuwcel of cel van klierweefsel worden. Stamcellen delen zich, zodat er meer stamcellen ontstaan, totdat ze worden aangezet zich te specialiseren. Terwijl ze zich blijven delen, worden ze steeds gespecialiseerder totdat ze het vermogen verliezen iets anders te worden dan een bepaalde soort cel. Stamcellen produceren alle cellen in het lichaam, meer dan 200 soorten, waaronder bloed-, zenuw-, spier-, hart-, klier- en huidcellen.

Onderzoekers denken dat stamcellen kunnen worden aangezet tot herstel of vervanging van cellen of weefsels die zijn beschadigd of vernietigd door aandoeningen als de ziekte van Alzheimer, de ziekte van Parkinson, diabetes mellitus en ruggenmergletsel. Stamcellen kunnen worden gestuurd door stimulatie van de genetische code die ervoor zorgt dat ze zich specialiseren. Ze kunnen uit vier bronnen worden verkregen (maar andere bronnen kunnen spoedig worden ontdekt):

Embryo's: stamcellen worden uit embryo's gehaald die in vruchtbaarheidsklinieken zijn ontstaan door (in vitro) reageerbuisbevruchting. Sperma van de man en verschillende eicellen van de vrouw worden in een petrischaaltje gedaan. Het sperma bevrucht de eicel en de bevruchte cel deelt zich en er vormt zich een embryo. Verschillende van de gezondst ogende embryo's worden in de baarmoeder van de vrouw geplaatst. De rest wordt vernietigd of ingevroren om, indien nodig, later te worden gebruikt. Stamcellen kunnen worden verkregen van de embryo's die niet worden gebruikt. In het proces worden de embryo's vernietigd. Hierdoor is het gebruik van stamcellen van embryo's controversieel. Onderzoekers denken dat deze stamcellen de grootste mogelijkheden hebben voor de productie van verschillende soorten cellen en voor overleving na ontvangen van een transplantaat.

Foetussen: na 8 weken van ontwikkeling wordt het embryo een ‘foetus' genoemd. Stamcellen kunnen worden verkregen van de foetussen van een miskraam of een abortus.

Navelstreng: stamcellen kunnen worden verkregen uit het bloed in de navelstreng of placenta nadat een kind is geboren. Deze stamcellen kunnen alleen bloedcellen produceren.

Kinderen en volwassenen: het beenmerg en bloed van kinderen en volwassenen bevat stamcellen. Deze stamcellen kunnen alleen bloedcellen produceren. Op dit moment zijn deze cellen de enige stamcellen die voor transplantatie worden gebruikt.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Principes van orgaantransplantatie

Volgende: Transplantatie van andere organen

Illustraties
Tabellen
Disclaimer