MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Transplantatie van andere organen

Huidtransplantaten kunnen worden gebruikt bij patiënten bij wie grote stukken huid verloren zijn gegaan, bijvoorbeeld door grote brandwonden. Een huidtransplantatie lukt het best wanneer gezonde huid van het ene lichaamsdeel wordt verwijderd en op het andere wordt aangebracht. Wanneer dat niet mogelijk is, kan huid van een donor of zelfs van dieren (bijvoorbeeld varkens) worden gebruikt als tijdelijke oplossing. Dergelijke transplantaten blijven slechts korte tijd goed, maar ze kunnen tijdelijke bescherming bieden totdat er normale huid aangroeit om ze te vervangen. De hoeveelheid huid die beschikbaar is voor transplantatie, kan worden vergroot door kleine stukjes huid te kweken in weefselkweek of door kleine insnijdingen te maken in de getransplanteerde huid, zodat deze kan worden uitgerekt en een veel groter gebied kan bedekken.

Kraakbeen kan met succes worden getransplanteerd zonder gebruik van immunosuppressiva. Het afweersysteem van het lichaam valt getransplanteerd kraakbeen veel minder fel aan dan andere weefsels. Bij kinderen wordt kraakbeen meestal gebruikt om afwijkingen aan oren of neus te herstellen. Bij volwassenen kan het worden gebuikt om gewrichten te herstellen die door artritis zijn aangetast.

Het hoornvlies, het transparante koepelvormig laagje aan de voorkant van het oog, kan meestal met succes worden getransplanteerd zonder gebruik van immunosuppressiva.

Bot van de ene plaats van het lichaam kan worden gebruikt om bot op een andere plaats te vervangen. Bot dat van de ene persoon naar een andere wordt getransplanteerd, overleeft slechts korte tijd. Het stimuleert echter de groei van nieuw bot, stabiliseert het gebied tot zich nieuw bot kan vormen en biedt een structuur waarbinnen nieuw bot kan groeien.

Transplantatie van de dunne darm bevindt zich nog in een experimenteel stadium. Deze kan worden toegepast als laatste redmiddel bij patiënten van wie de darm door een aandoening is vernietigd of niet goed genoeg functioneert om hen in leven te houden. Doordat de dunne darm een grote hoeveelheid lymfatisch weefsel bevat, kan het nieuwe darmweefsel cellen produceren die de cellen van de ontvanger aanvallen en leiden tot een graft-versus-host-reactie.

De ziekte van Parkinson kan worden behandeld door bijnierweefsel van een patiënt naar diens hersenen te transplanteren. Een andere mogelijkheid is om hersenweefsel van geaborteerde foetussen te gebruiken. Beide procedures kunnen de symptomen verlichten. Gebruik van weefsel van geaborteerde foetussen is om ethische redenen echter omstreden.

De thymus (zwezerik) van foetussen van abortus of miskraam kunnen worden getransplanteerd in kinderen die zijn geboren zonder thymus (een aandoening die het ‘DiGeorge-syndroom' wordt genoemd). Wanneer de thymus ontbreekt, is het afweersysteem verzwakt. Dit komt doordat witte bloedcellen, die een essentieel onderdeel vormen van de verdediging van het afweersysteem tegen lichaamsvreemde stoffen, in de thymus rijpen. Transplantatie van een thymus herstelt het verzwakte afweersysteem bij deze kinderen. De nieuwe thymus kan echter cellen produceren die de cellen van de ontvanger aanvallen, wat leidt tot een graft-versus-host-reactie.

illustrative-material.sidebar 3

Waarom hoornvliestransplantaties meestal lukken

Hoornvliestransplantatie is een veelvoorkomende en zeer succesvolle vorm van transplantatie. Een verlittekend of troebel hoornvlies kan worden vervangen door een helder, gezond hoornvlies door middel van microchirurgie. Deze operatie duurt ongeveer een uur. Donorhoornvliezen zijn afkomstig van mensen die net zijn overleden. Er wordt gebruikgemaakt van algehele of plaatselijke verdoving. Het donorhoornvlies wordt op maat gesneden, het beschadigde hoornvlies wordt verwijderd en het donorhoornvlies wordt daarvoor in de plaats aangebracht. De ontvanger blijft meestal één of twee nachten in het ziekenhuis, maar kan ook dezelfde dag nog naar huis.

Een hoornvlies wordt zelden afgestoten, omdat het niet een eigen bloedvoorziening heeft. Het ontvangt zuurstof en andere voedingsstoffen uit weefsels en vloeistof in de nabijheid. De onderdelen van het afweersysteem die aanzetten tot afstoting als reactie op een lichaamsvreemde stof, bepaalde witte bloedcellen en antilichamen, worden in de bloedbaan vervoerd. Deze cellen en antilichamen bereiken het getransplanteerde hoornvlies niet, komen daar niet in aanraking met het lichaamvreemde weefsel en zetten niet aan tot afstoting. Bij weefsels met een uitgebreide bloedvoorziening is de kans op afstoting veel groter.

TYPE

GENEESMIDDEL

MOGELIJKE BIJWERKINGEN

OPMERKINGEN

corticosteroïden

(ontstekingsremmende geneesmiddelen die het afweersysteem als geheel onderdrukken)

dexamethason Handelsnaam
Decadron
Maxitrol
Oradexon
Tobradex

prednisolon Handelsnaam
Pred Forte
Ultracortenol
Di‑Adreson‑F

prednison Handelsnaam
Prednison

hoge bloedglucosespiegels (zoals die optreden bij diabetes mellitus), spierzwakte, osteoporose, vochtophoping, maagzweren, een opgeblazen gezicht, een kwetsbare huid en overmatige haargroei in het gezicht

intraveneuze toediening in een hoge dosering bij transplantatie, vervolgens geleidelijk verlaging tot een orale onderhoudsdosering, meestal voor onbeperkte tijd

immunoglobulinen

(natuurlijke door het lichaam geproduceerde stoffen die specifieke onderdelen van het afweersysteem onderdrukken)

antilymfocytenglobuline

antithymocytenglobuline

ernstige allergische (anafylactische) reacties met koorts en rillingen, meestal alleen optredend na de eerste en tweede dosis

intraveneuze toediening, wordt met andere immunosuppressiva gebruikt zodat later met andere immunosuppressiva kan worden begonnen of de dosering daarvan kan worden verlaagd (om bijwerkingen te verminderen)

macrolide immunosuppressiva

(geneesmiddelen die specifieke onderdelen van het afweersysteem onderdrukken)

sirolimus Handelsnaam
Rapamune
(rapamune)

verhoogde cholesterolspiegels, hoge bloeddruk, uitslag, bloedarmoede, gewrichtspijn, diarree, lage kaliumspiegels en verhoogd risico van lymfomen

orale toediening en gebruikt met corticosteroïden of ciclosporine Handelsnaam
Sandimmune
Neoral
bij mensen die een niertransplantatie hebben ontvangen

tacrolimus Handelsnaam
Prograft

tremor, hoofdpijn, diarree, hoge bloeddruk, misselijkheid, lever- en nierbeschadiging, slapeloosheid, een vergroot hart en verhoogd risico van lymfomen

intraveneuze of orale toediening bij transplantatie of later, wordt gebruikt als alternatief voor ciclosporine Handelsnaam
Sandimmune
Neoral
bij mensen die een levertransplantatie hebben ontvangen

mitoseremmers

(geneesmiddelen die de celdeling onderdrukken en daarmee de productie van witte bloedcellen)

azathioprine Handelsnaam
Imuran

moeheid, verhoogd risico van infectie, een neiging tot bloeden, misselijkheid, overgeven, hepatitis (zeldzaam) en een te laag aantal leukocyten

intraveneuze of orale toediening bij transplantatie en vaak voortzetting voor onbepaalde tijd, soms met een lagere dosering, kan met ciclosporine Handelsnaam
Sandimmune
Neoral
worden gebruikt

cyclofosfamide Handelsnaam
Endoxan
Cycloblastine

moeheid, verhoogd risico van infectie, een neiging tot bloeden, misselijkheid, overgeven, haaruitval, blaasontsteking (cystitis) met bloedbijmenging en onvruchtbaarheid

intraveneuze of orale toediening, wordt gebruikt bij mensen die azathioprine Handelsnaam
Imuran
niet kunnen verdragen, wordt in hoge dosering gebruikt bij mensen die een beenmergtransplantatie hebben ontvangen

methotrexaat Handelsnaam
Emthexate
Ledertrexate

moeheid, verhoogd risico van infectie, een neiging tot bloeden, misselijkheid, overgeven, mondzweren, maagklachten, algemeen gevoel van ziekte, rillingen, koorts en duizeligheid

orale toediening of door injectie in een spier

monoklonale antilichamen

(stoffen die zich richten op specifieke onderdelen van het afweersysteem en deze onderdrukken)

basiliximab Handelsnaam
Simulect

daclizumab Handelsnaam
Zenapax

infliximab Handelsnaam
Remicade

muromonab Handelsnaam
Orthoclone OKT3
(OKT3)

ernstige allergische (anafylactische) reacties, koorts, beven (rigor), spier- en gewrichtspijn, irritatie van het spijsverteringskanaal, epileptische aanvallen en geneesmiddeltolerantie (het geneesmiddel wordt minder effectief bij volgende perioden van afstoting), ernstige bijwerkingen treden meestal alleen op na de eerste paar doseringen

intraveneuze toediening bij een episode van afstoting of transplantatie

schimmelmetaboliet

(een door een schimmel geproduceerde stof die de activiteit van T‑lymfocyten remt)

ciclosporine Handelsnaam
Sandimmune
Neoral

lever- en nierbeschadiging, hoge bloeddruk, tremor, vergrote speekselklieren, overmatige beharing (hirsutisme) en verhoogd risico van kanker

eerst intraveneuze, later orale toediening, wordt meestal met azathioprine Handelsnaam
Imuran
of prednison Handelsnaam
Prednison
gegeven

andere

glatirameracetaat

ontsteking van de plaats van injectie, pijn op de borst, zwakte, infectie, pijn, misselijkheid en gewrichtspijn

onderhuidse injectie, wordt gebruikt bij mensen die een levertransplantatie hebben ontvangen

mycofenolaatmofetil Handelsnaam
CellCept

diarree, bloedinfectie (sepsis), misselijkheid, overgeven en verhoogd risico van lymfoma

eerst intraveneuze, later orale toediening, wordt met corticosteroïden of ciclosporine Handelsnaam
Sandimmune
Neoral
gebruikt

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Stamceltransplantatie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer