MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Introductie
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Bij vaccinatie wordt het vermogen van het lichaam om bepaalde ziekteverwekkende micro-organismen te bestrijden, gestimuleerd of versterkt. Men onderscheidt de actieve en de passieve vaccinatie. Vaccinatie is een methode om mensen tegen bepaalde door bacteriën en virussen veroorzaakte ziekten te beschermen.

Bij actieve vaccinatie worden vaccins gebruikt om infectie te helpen voorkomen door middel van stimulatie van de natuurlijke afweermechanismen van het lichaam. Vaccins zijn preparaten met hetzij niet-infectieuze delen van bacteriën of virussen, hetzij complete vormen van deze organismen die zijn verzwakt zodat ze geen infectie veroorzaken. Het afweersysteem van het lichaam reageert op een vaccin door stoffen te produceren (zoals antilichamen en witte bloedcellen) die de specifieke bacterie of het specifieke virus in het vaccin herkennen en aanvallen. Deze antilichamen en andere stoffen worden vervolgens elke keer dat iemand aan diezelfde bacterie of datzelfde virus wordt blootgesteld vanzelf geproduceerd. Toediening van een vaccin wordt ‘vaccinatie' genoemd, hoewel veel artsen de algemenere term ‘immunisatie' gebruiken.

Bij passieve immunisatie krijgt iemand rechtstreeks antilichamen tegen een bepaald micro-organisme toegediend. Passieve vaccinatie wordt gebruikt voor mensen van wie het afweersysteem niet goed op een infectie reageert of voor mensen die een infectie oplopen voordat ze kunnen worden gevaccineerd (bijvoorbeeld na blootstelling aan het hondsdolheidvirus). Passieve vaccinatie kan ook worden gebruikt om ziekte te voorkomen wanneer blootstelling waarschijnlijk is en er geen tijd is iemand een reeks vaccinaties toe te dienen of af te ronden. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van gammaglobuline (een antilichaampreparaat) ter preventie van hepatitis B bij mensen die aan een prik van een mogelijk besmette naald zijn blootgesteld. Passieve vaccinatie werkt slechts totdat het lichaam na enkele dagen of weken de ingespoten antilichamen verwijdert.

De huidige vaccins zijn zeer betrouwbaar en worden door de meeste mensen goed verdragen. Ze werken echter niet bij iedereen en in zeldzame gevallen veroorzaken ze bijwerkingen.

Diverse vaccins worden routinematig aan kinderen gegeven. Andere vaccins worden hoofdzakelijk aan specifieke groepen mensen geadviseerd. In Nederland zijn vaccinaties niet verplicht. Sommige bestemmingslanden verplichten reizigers echter zich tegen bijvoorbeeld gele koorts te vaccineren. Dit is overigens vaak om het land zelf te beschermen tegen import van ziekte en niet wegens het risico dat de reiziger loopt. Weer andere vaccins worden toegediend na mogelijke blootstelling aan een bepaalde ziekte. Het hondsdolheidvaccin kan bijvoorbeeld worden gegeven aan iemand die door een mogelijk met het hondsdolheidvirus besmette vleesmuis of vos is gebeten.

illustrative-material.table-short 1

BESCHERMING TEGEN ZIEKTE In Nederland zijn vaccins beschikbaar tegen de volgende ziekten:
ziekte wie dient een vaccin te ontvangen ziekte wie dient een vaccin te ontvangen
         

bof, als onderdeel van BMR-vaccinatie

buiktyfus

difterie, als onderdeel van D(K)TP-vaccinatie

Frühsommer-meningo-encefalitis (FSME), ook wel ‘tekenmeningo-encefalitis' genoemd

infecties door Haemophilus influenzae type b (hersenvliesontsteking)

hepatitis A

hepatitis B

gele koorts

griep (influenza)

hondsdolheid (rabiës)

alle kinderen

bepaalde groepen mensen, vooral reizigers

alle kinderen en reizigers

bepaalde groepen mensen die risico lopen op FSME

alle kinderen

bepaalde groepen mensen, vooral reizigers

bepaalde groepen mensen die een verhoogd risico lopen op de ziekte

bepaalde groepen mensen, vooral reizigers

bepaalde groepen mensen, die een verhoogd risico lopen op complicaties van griepinfectie

bepaalde groepen mensen, vooral reizigers of na incident

Japanse encefalitis

kinkhoest, als onderdeel van DKTP-vaccinatie

mazelen, als onderdeel van BMR-vaccinatie

meningokokkenmeningitis (hersenvliesontsteking) (serogroep C)

pneumokokkeninfectie (hersenvliesontsteking, longontsteking)

polio, als onderdeel van D(K)TP-vaccinatie

rodehond (rubella), als onderdeel van BMR-vaccinatie

tetanus, als onderdeel van D(K)TP-vaccinatie

tuberculose, BCG-vaccinatie

varicella zoster

bepaalde groepen mensen, vooral reizigers

alle kinderen

alle kinderen

alle kinderen

bepaalde groepen mensen

alle kinderen en reizigers

alle kinderen

alle kinderen, reizigers en bepaalde groepen volwassenen na incident

bepaalde groepen mensen

bepaalde groepen mensen

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Volgende: Vaccinatie voor reizen naar het buitenland

Illustraties
Tabellen
Disclaimer