MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Veel toegepaste vaccinaties

Kinderen worden meestal gevaccineerd volgens het Rijksvaccinatieprogramma. (zie Gezonde pasgeborenen en zuigelingen:VaccinatiesIllustraties)

Afhankelijk van de omstandigheden kunnen bepaalde vaccins ook voor volwassenen worden geadviseerd. Omstandigheden die een arts in overweging neemt bij advies aan volwassenen over vaccinatie, zijn enerzijds afhankelijk van persoonlijke omstandigheden, zoals de leeftijd, de medische voorgeschiedenis, vaccinaties op de kinderleeftijd en het beroep, en anderzijds van de reisbestemming, zoals het risico van infectieziekten in het bestemmingsland, de reisroute, het reisgedrag en de lokale beschikbaarheid van gezondheidszorg.

Bof, mazelen en rodehond

Bof, mazelen en rodehond zijn virusinfecties. In Nederland worden alle kinderen op de leeftijd van 14 maanden en 4 jaar hiertegen gevaccineerd. Bij zwangere vrouwen wordt altijd gecontroleerd of ooit een BMR-vaccinatie is gekregen. Indien dit niet het geval is, wordt deze alsnog verstrekt voorafgaand aan een eventuele volgende zwangerschap. De vaccinatiegraad in Nederland voor deze ziekten is erg hoog, waardoor deze ziekten niet snel worden opgelopen. Eens in de ongeveer zes jaar treedt een mazelenepidemie op die vooral in de gordel van Zeeland naar de Veluwe optrekt wegens de lagere vaccinatiegraad in dit gebied. Niet gevaccineerd worden zwangere vrouwen en mensen die allergisch zijn voor eieren of voor het antibioticum neomycine.

Tetanus

Tetanusvaccinatie beschermt het lichaam tegen het toxine dat door de tetanusbacterie wordt geproduceerd, niet tegen de bacterie zelf. Het vaccin wordt ook vaak gegeven in combinatie met difterie en polio (DTP) of ook in combinatie met kinkhoest (DKTP). Omdat tetanus vaak dodelijk is, is vaccinatie zeer belangrijk. Na een basisserie op de kinderleeftijd of op de volwassen leeftijd is de DTP- of T-vaccinatie tien jaar beschermend en hoeft derhalve geen immunoglobuline of vaccinatie meer te worden verstrekt bij mogelijke blootstelling door een dierenbeet of (straatvuil)verwonding. Een eerste reeks van drie injecties gedurende een periode van 7 maanden (0, 1 en 7 maanden) wordt geadviseerd aan iedere volwassene die als kind niet is gevaccineerd. Aan volwassenen kan het vaccin worden gegeven aansluitend aan een mogelijke blootstelling. Kinderen ontvangen vier injecties met een gecombineerd vaccin tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio (het DKTP-vaccin) in het eerste levensjaar (2, 3, 4 en 14 maanden). Op 4-jarige leeftijd ontvangen zij naast een injectie met het DTP-vaccin nog een laatste injectie met het acellulaire kinkhoestvaccin. Vaccinatie tegen kinkhoest is voor volwassenen niet nodig. Elke volwassen persoon maakt in zijn leven waarschijnlijk enkele kinkhoestepisoden door zonder dit te merken doordat het veelal lijkt op een wat langer durende hoest of verkoudheid zonder het kenmerkende kinken zoals dit bij kinderen voorkomt. Er zijn twee soorten vaccins beschikbaar: het whole-cell-vaccin en het acellulaire vaccin. Het acellulaire vaccin heeft minder bijwerkingen, maar ze verschillen amper in werkzaamheid.

Hepatitis A

Vaccinatie tegen het hepatitis-A-virus wordt geadviseerd voor alle reizigers buiten Europa en Noord-Amerika, tenzij er reeds antistoffen tegen hepatitis A zijn aangemaakt, voor mensen met mogelijke beroepsblootstelling en voor mensen met chronische hepatitis B of C. Er worden twee doses toegediend, de tweede dosis 6 tot 12 maanden na de eerste. Na twee doses wordt revaccinatie (booster) niet meer nodig geacht en geldt dus in principe een levenslange immuniteit. In Nederland wordt het vaccin soms ook aangeboden in sommige gemeenschappen met een hoog percentage hepatitis A bij kinderen, zoals de Turkse en Marokkaanse gemeenschap en verstandelijk gehandicapten.

Hepatitis B

Hepatitis-B-vaccinatie wordt aanbevolen voor kinderen van wie minstens een van de ouders afkomstig is uit een land waar veel hepatitis B voorkomt of met een ouder die drager is van het hepatitis-B-virus en voor elke volwassene met een groot risico van blootstelling aan het hepatitis-B-virus. Een verhoogd risico hebben onder andere mensen die in de gezondheidszorg of in een mortuarium werken, mensen die vaak bloedproducten krijgen toegediend of dialyse ondergaan, volwassenen met het syndroom van Down en vaste partners van dragers van het hepatitis-B-virus.

Het vaccin wordt in een reeks van drie injecties gegeven. Ongeveer één maand tot zes weken na een serie van drie vaccinaties wordt vaak de antilichaamrespons van het lichaam op hepatitis B bepaald (titer). Als deze boven de 10 is, wordt revaccinatie (booster) niet meer nodig geacht en geldt dus in principe een levenslange immuniteit. Voor sommige groepen in de medische sector geldt een grens van 100. Indien de hoeveelheid antilichamen te laag is, kan het zinvol zijn nog een injectie van het hepatitis-B-vaccin (booster) toe te dienen.

Haemophilus influenzaetype b

In Nederland wordt de vaccinatie tegen de bacterie Haemophilus influenzaetype b gecombineerd met de DKTP-vaccinatie. Bescherming van volwassenen, bij wie de infectie zeer ongebruikelijk is, is niet nodig.

Griep (influenza)

Vaccinatie tegen het griepvirus wordt geadviseerd voor mensen met een verhoogd risico van griep of de complicaties daarvan. Risicogroepen zijn onder meer bewoners van verpleeghuizen, mensen ouder dan 65 jaar en werkers in de gezondheidszorg. Anderen die risico lopen, zijn onder meer mensen met een chronische hart- of longziekte, diabetes mellitus, nierinsufficiëntie, sikkelcelanemie, een verminderde afweer of humaan-immunodeficiëntievirusinfectie (HIV-infectie).

Griepepidemieën beginnen meestal eind december of midden in de winter. Daarom is september of oktober de beste tijd voor vaccinatie. Griepvaccinatie moet elk jaar worden herhaald, omdat het virus van jaar tot jaar verandert.

Pneumokokkeninfectie

Vaccinatie tegen pneumokokkeninfectie kan bij jonge kinderen zinvol zijn. Een nieuw ontwikkeld vaccin voor kinderen is ook zeer effectief voor kinderen onder de 2 jaar en werkt tegen de zeven meest voorkomende varianten van de pneumokok. Voor volwassenen met een verhoogd risico van longontsteking is het vaccin ook zinvol. Mensen met een verhoogd risico van longontsteking zijn onder anderen mensen van wie de milt niet functioneert, mensen met sikkelcelanemie en mensen met lekkage van hersenvocht. Vaccinatie kan worden overwogen bij mensen met leukemie, mensen met auto-immuunziekten en immunosuppressieve therapie, mensen met nierziekten en mensen die een beenmergtransplantatie of orgaantransplantatie hebben ondergaan.

Het vaccin voor volwassenen is werkzaam tegen 23 varianten van de pneumokok, zij het slechts een beperkte tijd omdat het geen immunologisch geheugen oproept. Mensen met een verhoogd risico krijgen daarom het advies zich iedere vijf jaar te laten vaccineren. Het vaccin is effectief bij ongeveer tweederde van de volwassenen, hoewel het minder effectief is bij verzwakte ouderen. Het is effectiever wat betreft het voorkómen van sommige van de ernstige complicaties van pneumokokkenpneumonie dan als bescherming tegen de pneumonie zelf.

Polio

In Nederland wordt op de leeftijd van 2, 3, 4 en 11 maanden en 4 en 9 jaar het geïnactiveerde poliovaccin (op basis van dood virus) toegediend, dat intramusculair (in een spier) moet worden geïnjecteerd (in combinatie met difterie, tetanus en kinkhoest: DKTP). Daarin verschilt Nederland van veel andere Europese landen, waar het orale poliovaccin (OPV) wordt gebruikt. Ongeveer 1 op elke 2,4 miljoen mensen die het orale poliovaccin ontvangt, krijgt echter polio (de kans op het krijgen van polio door het orale vaccin is groter bij mensen met een verminderde afweer). Om gevallen van verlamming ten gevolge van toediening van het vaccin te voorkomen, zijn de Verenigde Staten recentelijk overgestapt van het orale vaccin op vaccinatie met geïnactiveerd virus.

In Nederland wordt aan veel reizigers ook vaccinatie tegen polio geadviseerd, samen met tetanus en difterie (DTP). Hoewel polio normaal niet voorkomt in Nederland, ligt het gevaar in mogelijke ‘import' vanuit het buitenland. De vaccinatiegraad in een deel van Nederland is namelijk niet hoog genoeg om een polio-epidemie in Nederland te kunnen voorkomen.

Waterpokken (varicella)

Vaccinatie tegen varicella (het virus dat waterpokken veroorzaakt) is in Nederland geen onderdeel van het Rijksvaccinatieprogramma voor kinderen. Recentelijk is een levend verzwakt varicellavaccin ontwikkeld. De doelgroep voor deze vaccinatie bestaat bijvoorbeeld uit kinderen die geen waterpokken hebben gehad en een immunosuppressieve behandeling zullen krijgen. Waarschijnlijk helpt het varicellavaccin bij de preventie van gordelroos (zie Virusinfecties: Gordelroos), een complicatie van waterpokken die jaren later pijnlijke huidzweren kan veroorzaken.

Het vaccin wordt in twee doses toegediend met een tussenpoos van 4 tot 8 weken. Het vaccin wordt niet gegeven aan zwangere vrouwen, mensen met een verminderde afweer of mensen met een vorm van kanker die het beenmerg of het lymfestelsel aantast.

Pokken

Sinds 1976 is vaccinatie tegen pokken (in Nederland) niet meer nodig, omdat de wereld ‘pokkenvrij' verklaard is. Omdat de beschermende werking van het vaccin na ongeveer 10 jaar afneemt, zijn de meeste mensen nu gevoelig voor pokken. Recente onrust over mogelijk gebruik van het pokkenvirus door terroristen heeft in de Verenigde Staten geleid tot het voorstel de pokkenvaccinatie te hervatten. Het vaccin is in het algemeen veilig, maar wegens bijwerkingen bij speciale groepen moet afhankelijk van de dreiging overwogen worden wie voor vaccinatie in aanmerking komt. Bij ongeveer 100 op de miljoen niet eerder gevaccineerde mensen ontwikkelen zich namelijk ernstige bijwerkingen en 1 op de miljoen overlijdt. In Nederland is in het kader van de voorbereiding op eventuele bioterroristische aanslagen vaccin voor iedere Nederlander beschikbaar. Het risico van ernstige bijwerkingen en overlijden is lager bij eerder gevaccineerde personen. Als de pokkenvaccinatie in Nederland of elders wordt hervat, wordt deze waarschijnlijk alleen geadviseerd voor mensen in het gebied van een uitbraak van pokken. Het vaccin is het effectiefst wanneer het zeer snel na blootstelling wordt gegeven, maar kan ook zinvol zijn voor iemand die pokken heeft opgelopen als het wordt toegediend in de eerste vier dagen nadat de symptomen verschijnen.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Vaccinatie voor reizen naar het buitenland

Illustraties
Tabellen
Disclaimer