MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Stafylokokkeninfecties

Stafylokokkeninfecties worden veroorzaakt door de veelvoorkomende grampositieve kok Staphylococcus (stafylokok).

Stafylokokken komen normaal voor in de neus en op de huid van 20 tot 30% van alle gezonde volwassenen (en minder algemeen in keel, urinewegen, darmen en bovenste luchtwegen). Deze bacteriën richten meestal geen schade aan. Bij een huidbeschadiging, een brandwond of een andere verwonding kunnen de bacteriën echter door de eerste verdedigingslinie van het lichaam, de huid, dringen en een infectie veroorzaken. In het algemeen veroorzaken stafylokokkeninfecties ophopingen van pus (abcessen), die niet alleen op de huid, maar ook in inwendige organen kunnen optreden. Stafylokokkeninfecties (meestal veroorzaakt door Staphylococcus aureus) variëren van licht tot levensbedreigend.

Gevoelig voor stafylokokkeninfecties zijn onder anderen pasgeborenen, gebruikers van intraveneuze drugs, vrouwen die borstvoeding geven en mensen met huidaandoeningen, een operatiewond, een verminderde afweer of een chronische ziekte (vooral diabetes mellitus, longziekte, vaatziekte en kanker). Postoperatieve stafylokokkeninfecties treden meestal een paar dagen tot enkele weken na een operatie op, maar kunnen zich langzamer ontwikkelen als de patiënt ten tijde van de operatie antibiotica heeft gekregen. Intraveneuze katheters, vooral katheters die langer dan enkele dagen in het lichaam verblijven, raken vaak met Stafylokokken besmet, waardoor de bacteriën in het bloed kunnen terechtkomen (bacteriëmie) en koorts veroorzaken. Bij deze ‘katheter-' of ‘lijninfecties' betreft het echter meestal de mildere soort stafylokok: Staphylococcus epidermidis(ook wel coagulase negatieve stafylokok, CNS). De koorts verdwijnt vaak spontaan na het verwijderen van de lijn. Alleen wanneer een kweek van de tip van de intravasale lijn Staphylococcus aureuslaat zien, is nabehandeling met antibiotica noodzakelijk.

Stafylokokken veroorzaken meestal infectie van de huid (zie Bacteriële huidinfecties: Introductie), maar ze kunnen met de bloedstroom worden meegevoerd en vrijwel elke plek in het lichaam aantasten, vooral het hart (endocarditis (zie Infectieuze endocarditis)) en de botten (osteomyelitis (zie Bot- en gewrichtsinfecties: Osteomyelitis)). Endocarditis door Stafylokokken treedt vaak op bij gebruikers van intraveneuze drugs. Beenmerginfectie (osteomyelitis) door Stafylokokken komt voornamelijk voor bij kinderen, maar kan ook bij ouderen voorkomen, in het bijzonder bij patiënten met diepe huidzweren (decubitus of ‘doorligplekken').

Pneumonie door Stafylokokken is een ernstige infectie (zie Pneumonie: Nosocomiale pneumonie) die voornamelijk bij mensen met een chronische longziekte (zoals chronische bronchitis en emfyseem) of griep ontstaat.

Sommige stammen van de Stafylokokken produceren specifieke toxinen. Afhankelijk van het type toxine dat de stam produceert, kunnen deze toxinen voedselvergiftiging (zie Gastro-enteritis: Voedselvergiftiging door Stafylokokken), toxischeshocksyndroom en scalded skin syndrome (secundaire erytrodermie bij pasgeborenen, dermatitis exfoliativa neonatorum) veroorzaken. (zie Bacteriële huidinfecties: Staphylococcal scalded skin‑syndroom)

Symptomen

Er zijn veel soorten huidinfecties door Stafylokokken. De minst ernstige is folliculitis, een infectie van een haarwortel (follikel) die een enigszins pijnlijk wit puistje bij de haarwortel tot gevolg heeft. Impetigo, vooral gezien bij jonge kinderen, bestaat uit oppervlakkige, met vocht gevulde blaren omgeven door gele korsten. Impetigo kan jeuken of pijnlijk zijn. Huidabcessen door Stafylokokken (steenpuisten, furunkels) zijn pijnlijke ophopingen van pus onder het huidoppervlak die warm aanvoelen. Cellulitis door Stafylokokken is een infectie die zich onder de huid ontwikkelt. De huid wordt rood en pijnlijk. Twee zeldzame, maar bijzonder ernstige huidinfecties door Stafylokokken zijn toxische epidermale necrolyse en, bij pasgeborenen, het scalded skin syndrome (secundaire erytrodermie bij pasgeborenen, dermatitis exfoliativa neonatorum). Bij beide infecties laat een groot deel van de bovenste huidlaag in vellen los.

Borstinfecties door Stafylokokken (mastitis) en abcessen ontwikkelen zich gewoonlijk 1 tot 4 weken na de bevalling. Het geïnfecteerde gebied is rood en pijnlijk. Bij borstabcessen komen vaak grote aantallen bacteriën vrij in de moedermelk, die de zuigeling kunnen infecteren.

Stafylokokkenpneumonie veroorzaakt vaak hoge koorts, kortademigheid, snelle ademhaling en hoesten, waarbij sputum wordt opgegeven dat bloed kan bevatten. Zowel bij pasgeborenen als bij volwassenen kan stafylokokkenpneumonie longabcessen veroorzaken. Deze abcessen kunnen zich uitbreiden en de vliezen aantasten die de longen bedekken (pleura-empyeem). De ademhalingsmoeilijkheden die door de longontsteking worden veroorzaakt, nemen hierdoor verder toe.

Bacteriëmie door Stafylokokken is een veelvoorkomende doodsoorzaak bij mensen met ernstige brandwonden. Kenmerkend voor bacteriëmie is een blijvende hoge koorts en soms shock.

Endocarditis door Stafylokokken kan de hartkleppen snel beschadigen en leiden tot hartfalen (met malaise en ademhalingsproblemen) en overlijden.

Beenmerginfectie door Stafylokokken (osteomyelitis) veroorzaakt rillingen, koorts en pijn in de botten. De huid boven het geïnfecteerde bot wordt rood en zwelt op. Wanneer ook een gewricht geïnfecteerd is, kan zich vocht ophopen in de delen van het gewricht waar de bacteriën zijn binnengedrongen.

Diagnose en behandeling

Bij huidzweren door Stafylokokken wordt de diagnose meestal zonder laboratoriumonderzoek gesteld op grond van het aanzicht van de zweren. Bij andere ernstigere stafylokokkeninfecties moeten monsters van bloed of geïnfecteerd vocht worden afgenomen voor kweek. In het laboratorium wordt de diagnose bevestigd en wordt bepaald welke antibiotica de Stafylokokken kunnen doden. Soms kan met röntgenfoto's en andere beeldvormende scans een geïnfecteerd gebied zichtbaar worden gemaakt, maar meestal zijn deze gegevens bij het stellen van een eerste diagnose niet erg bruikbaar.

Kleine huidinfecties, zoals folliculitis en kleine plekjes met impetigo, worden meestal met een zalf met een antibioticum behandeld. Voor de meeste andere huidinfecties zijn orale antibiotica als cloxacilline Handelsnaam
Orbenin
en clindamycine Handelsnaam
Dalacin
afdoende. Voor ernstigere infecties, vooral infecties van het bloed, is intraveneuze toediening van antibiotica nodig, vaak tot 6 weken.

De keuze van een antibioticum hangt af van de plaats van infectie, de ernst van de ziekte en de gevoeligheid van de betreffende stafylokokkenstam. Sommige stammen zijn ongevoelig (resistent) voor veel antibiotica. Meticillineresistente Staphylococcus aureus(MRSA) is ongevoelig voor alle gebruikelijke antibiotica en vormt vooral in ziekenhuizen in toenemende mate een groot probleem. MRSA is ook ongevoelig voor antibiotica die bij risicovolle operaties als profylaxe worden toegepast. Gebruikelijke antibiotische profylaxe wordt derhalve zinloos wanneer de meeste postoperatieve wondinfecties door MRSA zouden worden veroorzaakt. Tot op heden is echter het percentage MRSA dat circuleert in de Nederlandse ziekenhuizen, dankzij een krachtig ‘search-and-destroy-beleid', betrekkelijk laag, zeker in vergelijking met veel omringende landen. Vancomycine Handelsnaam
Vancocin CP
is een van de weinige antibiotica die nog effectief zijn tegen MRSA.

Abcessen worden niet alleen met antibiotica behandeld. Ze moeten ook worden ingesneden om de pus te laten afvloeien. Voor dieper in het lichaam gelegen abcessen is daarom soms een operatie nodig.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Shigellose

Volgende: Streptokokkeninfecties

Illustraties
Tabellen
Disclaimer