MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Tularemie

Tularemie is een infectie die wordt veroorzaakt door de gramnegatieve bacterie Francisella tularensis. De ziekte komt in Nederland niet voor.

Mensen worden hoofdzakelijk geïnfecteerd met Francisella tularensis door het eten of aanraken van geïnfecteerde dieren. Jagers, slagers, boeren, bonthandelaren en laboratoriumwerkers worden het vaakst geïnfecteerd. In de winter zijn de meeste infecties het gevolg van contact met wilde konijnen (vooral door het villen van de dieren). In de zomer ontstaat meestal infectie door een beet van geïnfecteerde teken of vliegen. Tularemie kan in zeldzame gevallen worden veroorzaakt door het eten van onvoldoende verhit vlees of het drinken van verontreinigd water of door inademing van bacteriën die in de lucht zijn terechtgekomen (zoals gebeurt bij het slachten of tijdens maaien wanneer over een geïnfecteerd dier wordt heengereden). De bacterie kan door onbeschadigde huid binnendringen. Overbrenging van persoon op persoon is niet gerapporteerd.

illustrative-material.sidebar 2

Vormen van tularemie 

Er zijn vier vormen van tularemie. Bij het meest voorkomende type (ulceroglandulaire type) ontstaan er zweren op de handen en vingers en zwellen de lymfeklieren op aan dezelfde kant als waar de infectie is. Bij het tweede type (oculoglandulaire type) raakt het oog geïnfecteerd. Het wordt rood en zwelt op, tegelijk met zwelling van de lymfeklieren. Dit type is waarschijnlijk het gevolg van aanraking van het oog met een besmette of geïnfecteerde vinger of doordat geïnfecteerde vloeistof in het oog is gespat. Bij het derde type (glandulaire type) zwellen de lymfeklieren, maar ontstaan er geen zweren, wat erop duidt dat de ingeslikte bacteriën de ziektebron zijn. Het vierde type (tyfeuze type) leidt tot hoge koorts, buikpijn en uitputting. Als de bacteriën die tularemie veroorzaken worden ingeademd, kan er longontsteking ontstaan.

Symptomen

De symptomen beginnen plotseling 1 tot 10 dagen, meestal 2 tot 4 dagen, na contact met de bacterie. De eerste symptomen zijn onder andere hoofdpijn, rillingen, misselijkheid, braken, koorts tot 40 °C en ernstige uitputting. Extreme malaise kan optreden, samen met steeds opnieuw optredende rillingen en hevige transpiratie. Binnen 24 tot 48 uur verschijnt er een ontstoken blaar op de plaats van infectie, gewoonlijk een vinger, arm, oog of het gehemelte, behalve bij de glandulaire en tyfeuze vorm van tularemie. De blaar vult zich snel met pus, breekt open en vormt een zweer. Op de armen of benen verschijnt meestal een enkele zweer, maar in de mond of het oog ontstaan vaak meerdere zweren. Lymfeklieren rondom de zweer worden groter en kunnen pus produceren, die later wegvloeit. Op elk moment in het verloop van de ziekte kan uitslag optreden.

Soms ontwikkelt zich longontsteking. Deze veroorzaakt echter alleen lichte symptomen, zoals een droge hoest waardoor een branderig gevoel midden op de borst wordt veroorzaakt. Andere mensen met longontsteking beginnen te ijlen.

Diagnose en behandeling

Tularemie wordt vermoed bij iemand die na een tekenbeet of zelfs na gering contact met in het wild levende zoogdieren, vooral konijnen, plotseling last krijgt van koorts, gezwollen lymfeklieren en kenmerkende zweren. Infecties die laboratoriummedewerkers oplopen, tasten vaak alleen de lymfeklieren of longen aan en zijn moeilijk vast te stellen. De bacteriën kunnen op speciale voedingsbodems in het laboratorium worden gekweekt.

Tularemie wordt behandeld met injecties van gentamicine Handelsnaam
Garamycin
Septopal
Gentamytrex
Garacol
of ciprofloxacine Handelsnaam
Ciloxan
Ciproxin
gedurende 7 tot 14 dagen. Vochtige verbanden worden op de zweren aangebracht en regelmatig verwisseld. Deze verbanden helpen verspreiding van infectie te voorkomen. In zeldzame gevallen is bij grote abcessen drainage door chirurgische incisie nodig. Het aanbrengen van warme kompressen op een aangetast oog en het dragen van een bril met donkere glazen kan enige verlichting geven. Patiënten met hevige hoofdpijn worden meestal met opioïde pijnstillers als codeïne behandeld.

Ongeveer eenderde van de onbehandelde patiënten overlijdt, maar patiënten die worden behandeld overleven bijna altijd. Overlijden is meestal het gevolg van zeer ernstige infectie, longontsteking, hersenvliesontsteking (meningitis) of infectie van het buikvlies (peritonitis). Opnieuw optreden van de ziekte is ongebruikelijk, maar kan optreden als de behandeling niet afdoende is. Iemand die tularemie heeft gehad, ontwikkelt immuniteit.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Toxischeshocksyndroom

Volgende: Ziekte van Lyme

Illustraties
Tabellen
Disclaimer