MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Infectie met het Epstein-Barr-virus

Het Epstein-Barr-virus (EBV) veroorzaakt een aantal ziekten, waaronder mononucleosis infectiosa (ziekte van Pfeiffer).Infectie met EBV komt veel voor. Ongeveer 50% van alle kinderen heeft een infectie met het Epstein-Barr-virus gehad vóór ze 5 jaar oud zijn en meer dan 90% van de volwassenen heeft antilichamen ontwikkeld. De meeste van deze infecties geven symptomen die vergelijkbaar zijn met die van verkoudheid of een andere lichte virusaandoening. Soms ontwikkelen tieners en jongvolwassenen echter andere en ernstiger symptomen bij EBV-infectie. Deze ziekte wordt ‘mononucleosis infectiosa' of ‘ziekte van Pfeiffer' genoemd. ‘Mononucleosis infectiosa' heeft zijn naam te danken aan de aanwezigheid van grote aantallen witte bloedcellen (mononucleaire cellen) in de bloedbaan. Jonge mensen krijgen mononucleosis infectiosa gewoonlijk door kussen of ander intiem contact met iemand die met EBV geïnfecteerd is.

EBV draagt in zeldzame gevallen bij aan de ontwikkeling van ongewone vormen van kanker, zoals het Burkitt-lymfoom en bepaalde typen neus- en keelkanker. Verondersteld wordt dat specifieke genen van het virus de groeicyclus van geïnfecteerde cellen veranderen waardoor ze kwaadaardig worden. EBV is wel in verband gebracht met het chronisch vermoeidheidssyndroom (zie Lichamelijk onverklaarde klachten (LOK): Chronischevermoeidheidssyndroom), maar onweerlegbaar bewijs kon daarvoor niet worden geleverd.

Symptomen en complicaties

EBV kan verschillende symptomen veroorzaken, afhankelijk van de stam van het virus en verschillende andere, nog niet goed begrepen factoren. Bij de meeste kinderen jonger dan 5 jaar veroorzaakt de infectie geen symptomen. Bij adolescenten en volwassenen kan de infectie wel of geen symptomen geven. Verondersteld wordt dat de gebruikelijke tijd tussen infectie en het ontstaan van symptomen (incubatieperiode) 30 tot 50 dagen is.

De vier belangrijkste symptomen van mononucleosis infectiosa zijn extreme moeheid, koorts, keelpijn en gezwollen lymfeklieren. Niet iedereen heeft alle vier de symptomen. Meestal begint de infectie met een algeheel gevoel van ziekte (malaise) dat enkele dagen tot een week aanhoudt. Dit vage ongemak wordt gevolgd door koorts, keelpijn en vergrote lymfeklieren. De koorts is vaak het hoogst (rond 39 °C) in de middag of vroege avond. De keel is vaak zeer pijnlijk en achter in de keel kan pusachtig materiaal voorkomen. Elke lymfeklier kan vergroot zijn, maar het vaakst worden de lymfeklieren van de hals aangetast. Moeheid is vaak het meest uitgesproken in de eerste 2 tot 3 weken, maar kan 6 weken of langer duren.

Bij meer dan 50% van de patiënten met mononucleosis infectiosa is de milt vergroot. Bij de meeste geïnfecteerde mensen veroorzaakt deze vergroting weinig of geen symptomen, maar een vergrote milt kan bij verwonding scheuren. De lever kan ook enigszins vergroot zijn. Minder vaak ontstaan geelzucht en zwelling rond de ogen. In zeldzame gevallen ontstaat er huiduitslag, maar bij mensen met een EBV-infectie die met het antibioticum ampicilline Handelsnaam
Ampicilline
Pentrexyl
worden behandeld, is de kans daarop vergroot. Andere zeer zeldzame complicaties zijn onder meer epileptische aanvallen, diverse zenuwafwijkingen, gedragsafwijkingen en ontsteking van de hersenen (encefalitis) of de hersenvliezen (meningitis).

De duur van de ziekte varieert. De acute fase duurt ongeveer 2 weken, waarna de meeste patiënten weer hun gebruikelijke activiteiten kunnen hervatten. De vermoeidheid kan echter een aantal weken en soms zelfs maanden of langer aanhouden.

Diagnose

De symptomen van mononucleosis infectiosa treden ook op bij veel andere virusinfecties en bacteriële infecties. Daarom wordt, ter bevestiging van de diagnose, een bloedonderzoek uitgevoerd om antilichamen tegen EBV aan te tonen. Soms is het eerste teken van mononucleosis infectiosa de aanwezigheid van grote aantallen van kenmerkende eenkernige witte bloedcellen (atypische lymfocyten) in een bloedmonster.

Behandeling

Patiënten met mononucleosis infectiosa dienen rustig aan te doen totdat de koorts, keelpijn en het gevoel van ziekte zijn verdwenen. Vanwege het risico van een gescheurde milt dienen contactsporten en zwaar tillen gedurende 6 tot 8 weken te worden vermeden, zelfs als de milt niet opvallend vergroot is.

Paracetamol of NSAID's (zoals acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
of ibuprofen Handelsnaam
Advil
Actifen
Brufen
Femapirin
Relian
) kunnen de koorts en de pijn verlichten. Acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
(aspirine) dient echter te worden gemeden bij kinderen vanwege het risico van het syndroom van Reye, dat dodelijk kan zijn. Zogenaamde ‘kinderaspirines' bevatten meestal geen acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
, maar paracetamol. Sommige complicaties, zoals ernstige zwelling van de luchtwegen, kunnen met corticosteroïden worden behandeld. De momenteel beschikbare antivirale middelen hebben weinig effect op de symptomen van mononucleosis infectiosa en moeten niet worden gebruikt.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Hemorragische koorts

Volgende: Infectie met het herpes-simplex-virus

Illustraties
Tabellen
Disclaimer