MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Severe acute respiratory syndrome (SARS)

Severe acute respiratory syndrome (SARS) werd eind 2002 voor het eerst aangetoond in China in de provincie Guangdong. Sindsdien heeft de ziekte zich naar ten minste zeventien landen verspreid, voornamelijk in Zuidoost-Azië, maar ook naar Canada en de Verenigde Staten. In het algemeen overlijdt 10 tot 15% van de mensen met SARS. Het overlijdensrisico hangt echter af de leeftijd van de patiënt en of de patiënt toegang heeft tot geavanceerde medische zorg. Mensen ouder dan 60 jaar hebben een hoger overlijdensrisico. In Nederland zijn tot nu toe geen gevallen van SARS bekend.

SARS blijkt te worden veroorzaakt door een nieuw soort coronavirus. Andere coronavirussen veroorzaken verkoudheid of infecteren diverse diersoorten. Overdracht van SARS treedt op door persoonlijke contacten (face-to-face), bijvoorbeeld met zorgverleners, gezins- of familieleden en mensen in de buurt, bijvoorbeeld in een vliegtuig of in een ziekenhuis. Omdat andere infecties die op vergelijkbare wijze worden overgebracht, worden verspreid door contact met besmette druppels uit de luchtwegen (zoals de longen of mogelijk neus of keel), wordt SARS waarschijnlijk op dezelfde manier verspreid. Iemand wordt geïnfecteerd wanneer de handen in aanraking komen met afscheidingsproducten van een geïnfecteerde persoon en hij vervolgens de eigen neus, mond of ogen aanraakt of wanneer hij deze afscheidingsproducten inademt. Bij sommige mensen met SARS is het echter niet zeker dat ze face-to-face-contact hebben gehad en lang niet iedereen die wel contact heeft gehad, wordt ook ziek. Het virus bevindt zich ook in ontlasting en sommige mensen blijken geïnfecteerd te zijn na contact met watervoorraden die besmet waren met rioolwater.

Symptomen en diagnose

De symptomen beginnen ongeveer 2 tot 10 dagen na besmetting. De eerste symptomen lijken op die van andere, vaker voorkomende infecties en zijn onder meer koorts, hoofdpijn, rillingen en spierpijn. Een loopneus en keelpijn zijn ongebruikelijk. Ongeveer 3 tot 7 dagen later ontwikkelen zich een droge hoest en ademhalingsproblemen. De meeste mensen herstellen binnen 1 tot 2 weken. Ongeveer 10 tot 20% ontwikkelt echter ernstige ademhalingsmoeilijkheden, resulterend in onvoldoende zuurstof in het bloed. Ongeveer de helft van deze mensen heeft kunstmatige beademing nodig. Als een patiënt overlijdt, is dat meestal als gevolg van ademhalingsmoeilijkheden.

Iemand is niet verdacht voor SARS tenzij de persoon contact heeft gehad met iemand die geïnfecteerd is en die ook koorts heeft en hoest of moeite heeft met ademhalen. Iemand kan contact hebben gehad als hij binnen de voorafgaande 10 dagen door een gebied is gereisd waar SARS relatief vaak voorkomt of contact heeft gehad (face-to-face) met iemand die mogelijk SARS heeft. SARS komt relatief vaak voor in China (zowel China zelf als Hong Kong), Hanoi (Vietnam) en Singapore. Mensen die SARS krijgen in gebieden waar de aandoening niet vaak voorkomt, raken doorgaans besmet door nauw contact met een geïnfecteerde, zoals gezins- of familieleden of zorgverleners.

Als wordt vermoed dat iemand SARS heeft, wordt een thoraxfoto gemaakt. Er kunnen uitstrijkjes van neus en keel worden gemaakt om te proberen het virus te identificeren. Onderzoek van een sputummonster kan nodig zijn. Bloed wordt op SARS-infectie onderzocht wanneer de ziekte voor het eerst wordt herkend en 3 weken later nogmaals. Indien er ademhalingsproblemen zijn, kunnen andere bloedonderzoeken nodig zijn.

Preventie en behandeling

Tijdens een epidemie dient reisadvies te worden ingewonnen bij de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) of de huisarts. Dragen van een masker wordt niet aanbevolen, behalve voor mensen die zeer nauw contact hebben met iemand die mogelijk SARS heeft. Mensen die in aanraking komen met anderen die mogelijk SARS hebben (bijvoorbeeld gezins- en familieleden, luchtvaartpersoneel en zorgverleners) moeten alert zijn op de symptomen van de ziekte. Alleen als ze koorts, hoofdpijn, rillingen, spierpijn, hoest of ademhalingsmoeilijkheden ontwikkelen, moeten ze face-to-face contact met andere mensen vermijden en een arts raadplegen.

Als artsen denken dat een persoon mogelijk SARS heeft, moet de persoon in quarantaine worden verzorgd in een kamer met een ventilatiesysteem dat de verspreiding van micro-organismen in de lucht beperkt. Quarantaine bij verdenking van SARS is in principe slechts enkele dagen nodig. Als de symptomen binnen 72 uur na het begin van de quarantaine niet op SARS wijzen en ook geen andere ernstige ziekte werd aangetoond, kan de persoon meestal zijn normale activiteiten hervatten. Zorgverleners die mensen verzorgen die mogelijk SARS hebben, dragen maskers, brillen, schorten en handschoenen.

Artsen kunnen proberen SARS te behandelen met antivirale middelen, waaronder oseltamivir Handelsnaam
Tamiflu
en ribavirine Handelsnaam
Virazole
, en met corticosteroïden. Er is echter geen bewijs dat deze of andere middelen effectief zijn. Het virus verdwijnt uiteindelijk. Mensen met lichte symptomen hebben geen specifieke behandeling nodig. Mensen met matig ernstige ademhalingsmoeilijkheden kunnen zuurstoftoediening nodig hebben via een neusclip of een gezichtsmasker. Mensen met ernstige ademhalingsmoeilijkheden kunnen ter ondersteuning van de ademhaling kunstmatig worden beademd. Onderzoek is gericht op de ontwikkeling van een test voor snelle diagnose, effectieve behandelingen en een preventief vaccin.

illustrative-material.sidebar 3

Pokken: nieuwe risico's door een oude ziekte

Pokken (variola) is een uiterst besmettelijke en dodelijke ziekte veroorzaakt door het pokkenvirus. Het virus kan alleen in mensen overleven, niet in dieren.

Meer dan 200 jaar geleden werd een vaccin tegen pokken (het eerste vaccin ooit) uitgevonden. Het vaccin bleek zeer effectief te zijn en werd aan mensen over de gehele wereld toegediend. Het aantal gevallen van pokken nam geleidelijk af totdat het laatste geval in 1977 werd gemeld. In 1980 verklaarde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat de ziekte was uitgeroeid en aanbevolen werd de vaccinatie te beëindigen.

Omdat de beschermende werking van het vaccin geleidelijk afneemt, zijn bijna alle mensen, ook degenen die eerder gevaccineerd zijn, nu gevoelig voor pokken. Dit gebrek aan bescherming zou niet verontrustend zijn als niet monsters van het virus werden bewaard in twee onderzoeksinstellingen, één in de Verenigde Staten en één in Rusland. Er zijn ook meldingen dat het Russische leger een grote voorraad pokkenvirus heeft die werd aangemaakt voor gebruik als biologisch wapen. Als het pokkenvirus uit een van deze bronnen op een of andere manier opnieuw in de bevolking zou worden geïntroduceerd, zou de daaruit volgende epidemie verwoestend zijn.

Het pokkenvirus verspreidt zich van de ene persoon naar de andere en besmetting vindt plaats door inademing van lucht die besmet is met druppeltjes vocht die door een geïnfecteerde persoon zijn uitgeademd of uitgehoest. Ook kan de ziekte worden verspreid door contact met kleding of beddengoed gebruikt door een geïnfecteerde persoon. Pokken verspreidt zich meestal door nauw persoonlijk contact met een geïnfecteerde persoon. Een grote uitbraak in een school of op een werkplek is onwaarschijnlijk. Het virus overleeft niet meer dan 2 dagen in het milieu en nog korter bij hoge temperatuur en vochtigheid.

De symptomen beginnen 12 tot 14 dagen na besmetting. Een geïnfecteerde persoon ontwikkelt koorts, hoofdpijn en rugpijn en voelt zich zeer ziek. De patiënt kan ernstige buikpijn hebben en beginnen te ijlen. Na 2 tot 4 dagen ontstaan er platte, rode vlekken op het gezicht en de armen en in de mond. Deze breiden zich hierna snel uit naar romp en benen. Iemand is pas besmettelijk als de uitslag is opgetreden. Na 1 of 2 dagen veranderen de vlekken in blaren en vervolgens in pustels. Na 8 of 9 dagen vormt zich een korst op de pustels. Ongeveer 30% van de mensen met pokken overlijdt, meestal in de tweede week van de ziekte. Sommige mensen die overleven hebben grote, ontsierende littekens.

Pokken wordt vermoed op basis van de kenmerkende vlekken, vooral wanneer er een uitbraak van de ziekte is. De diagnose kan worden bevestigd door identificatie van het pokkenvirus in een kweek of onder een microscoop in een monster van de blaren of pustels.

Preventie is de beste reactie in geval van risico van pokken. Vaccinatie binnen de eerste paar dagen na blootstelling kan de ziekte voorkomen of de ernst ervan beperken. Mensen met symptomen die duiden op pokken, zouden moeten worden geïsoleerd om verspreiding van de ziekte te voorkomen. Mensen die contact hebben gehad met deze personen, hoeven niet te worden geïsoleerd omdat ze de infectie niet kunnen verspreiden tenzij ze ziek worden en huiduitslag krijgen. Deze personen moeten zorgvuldig in de gaten worden gehouden en bij het eerste teken van ziekte worden ge-isoleerd.

Voor sommige mensen is vaccinatie gevaarlijk, vooral voor mensen met een verminderde afweer. Zelfs sommige gezonde mensen vertonen bijwerkingen op pokkenvaccinatie, hoewel deze zeldzaam zijn. Bijwerkingen komen bij mensen die eerder zijn gevaccineerd minder vaak voor dan bij mensen die nooit eerder het vaccin toegediend hebben gekregen. Ongeveer één op de miljoen niet eerder gevaccineerde mensen en één op de vier miljoen eerder gevaccineerde mensen overlijdt door het vaccin.

Er is geen specifieke behandeling voor pokken, hoewel bepaalde antivirale geneesmiddelen worden onderzocht. De ademhaling en de bloeddruk van een patiënt worden ondersteund. Eventuele bacteriële infecties die zich ontwikkelen, worden behandeld.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Infectie met het herpes-simplex-virus

Volgende: Verkoudheid

Illustraties
Tabellen
Disclaimer