MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Gonorroe

Gonorroe is een seksueel overdraagbare aandoening die wordt veroorzaakt door de bacterie Neisseria gonorrhoeae die de binnenwand van de plasbuis, de baarmoederhals, de endeldarm, de keel en het oogbindvlies (conjunctiva) kan infecteren.

Tot 1998 is het aantal gevallen van gonorroe in Nederland afgenomen tot ongeveer 700 per jaar. Daarna is het aantal gevallen weer gestegen tot ongeveer 1700 gevallen in 2002. Hiervan werden er 663 nieuw gediagnosticeerd. Gonorroe veroorzaakt meestal alleen problemen op de plaats van infectie. De ziekte kan zich echter ook door de bloedbaan verspreiden naar andere delen van het lichaam, vooral de huid en de gewrichten. Bij vrouwen kan de ziekte door het baringskanaal opstijgen en de eileiders en het buikvlies in het bekken infecteren, wat tot chronische buikpijn kan leiden. Door verklevingen in de eileiders kunnen deze verstopt raken met als gevolg onvruchtbaarheid en buitenbaarmoederlijke zwangerschap.

Symptomen

Bij mannen verschijnen de eerste symptomen gewoonlijk 2 tot 8 dagen na infectie. De symptomen beginnen met een licht onaangenaam gevoel in de plasbuis, enkele uren later gevolgd door lichte tot hevige pijn tijdens het urineren en pusafscheiding uit de penis en frequente en sterke aandrang tot urineren, die verergert naarmate de ziekte zich verder naar het bovenste deel van de plasbuis uitbreidt. De penisopening kan rood worden en opzwellen.

Besmette vrouwen hebben vaak weken- of maandenlang geen symptomen en bij hen wordt de ziekte mogelijk pas ontdekt nadat bij de mannelijke partner de diagnose wordt gesteld en de vrouw in het kader van contactonderzoek wordt onderzocht. Als zich bij vrouwen symptomen voordoen, verschijnen deze gewoonlijk 7 tot 21 dagen na infectie en zijn deze doorgaans licht. Sommige vrouwen vertonen echter ernstige symptomen, zoals frequente aandrang tot urineren, pijn tijdens het urineren, vaginale afscheiding en koorts. De baarmoederhals, baarmoeder, eileiders, eierstokken, plasbuis en endeldarm kunnen worden geïnfecteerd, wat gepaard gaat met gevoeligheid of hevige pijn diep in het bekken, vooral tijdens geslachtsgemeenschap. Pus die uit de vagina afkomstig lijkt te zijn, kan uit de baarmoederhals, plasbuis of klieren bij de vaginale opening komen.

Anale seks met een besmette partner kan resulteren in gonorroe van de endeldarm. De ziekte kan klachten rond de anus en afscheiding uit de endeldarm veroorzaken. Het gebied rond de anus kan rood en geïrriteerd raken en de ontlasting kan met slijm en pus bedekt zijn. Wanneer een arts de endeldarm met een kijkbuis (anoscoop) onderzoekt, kunnen op de wand van de endeldarm slijm en pus zichtbaar zijn.

Orale seks met een besmette partner kan resulteren in gonorroe van de keel (gonokokkenfaryngitis). Gewoonlijk zijn er geen symptomen, maar soms veroorzaakt de infectie keelpijn en slikproblemen.

Als besmet vocht in contact komt met de ogen, kan een ooginfectie (conjunctivitis gonorrhoica) ontstaan (zie Aandoeningen van het bindvlies en het oogwit: Infectieuze conjunctivitis), met zwelling van de oogleden en pusafscheiding uit de ogen. Een zwangere vrouw met gonorroe kan de ogen van haar baby tijdens de geboorte infecteren. Bij volwassenen wordt vaak slechts één oog aangetast. Pasgeborenen hebben meestal infectie in beide ogen. Indien de infectie niet tijdig wordt behandeld, kan blindheid ontstaan.

Gonorroe bij kinderen is gewoonlijk het gevolg van seksueel misbruik. De symptomen die kunnen optreden zijn onder andere irritatie, pijn bij plassen, roodheid en zwelling van de uitwendige schaamdelen en pusafscheiding. Ook de endeldarm kan ontstoken zijn. Het ondergoed kan dan bevuild zijn door afscheiding.

Bij sommige mensen verspreidt gonorroe zich via het bloed naar één of meerdere gewrichten, die zwellen en gevoelig en zeer pijnlijk worden, zodat de bewegingen worden beperkt. Infectie in de bloedbaan veroorzaakt mogelijk ook koorts, een algeheel gevoel van ziekte of pijn, pijn die zich van gewricht naar gewricht verplaatst en de vorming van rode met pus gevulde puistjes op de huid (artritis-dermatitis-syndroom).

Vanuit de eileiders kan de infectie zich in zeldzame gevallen via de buikholte verspreiden naar het leverkapsel en daar ontsteking geven (perihepatitis). Dit gaat gepaard met pijn in de rechter bovenbuik, vergelijkbaar met die bij galblaasaandoeningen. Deze infecties zijn behandelbaar en zelden fataal, maar herstel van artritis kan lang duren.

Diagnose

Een arts kan bijna onmiddellijk de diagnose stellen door identificatie van de bacterie (gonokok) onder een microscoop. Bij meer dan 90% van de geïnfecteerde mannen kan de diagnose worden gesteld aan de hand van een monster van de afscheiding uit de penis. Het monster wordt meestal verkregen door een wattenstokje enkele millimeters in de plasbuis te brengen en daarna op een voorwerpglaasje uitgestreken en gekleurd. Microscopisch onderzoek van een preparaat dat afkomstig is van afscheiding van de baarmoederhals is minder betrouwbaar. Bij ongeveer 60% van de geïnfecteerde vrouwen kunnen gonokokken op deze wijze direct worden gevonden. Het monster van de afscheiding wordt ook voor kweek naar het laboratorium gestuurd. De kweek scoort bij zowel mannen als vrouwen veel beter, maar de uitslag laat enige tijd op zich wachten. Voor het aantonen van een infectie van de keel of de endeldarm is altijd een kweek vereist.

Met recent ontwikkelde, zeer gevoelige methoden voor het aantonen van het DNA van de bacteriën die gonorroe of een Chlamydia-infectie veroorzaken, kunnen laboratoria hetzelfde monster op beide infecties onderzoeken. Omdat deze onderzoeken kunnen worden uitgevoerd op urinemonsters van zowel mannen als vrouwen, kunnen ze worden toegepast om mensen te screenen die geen symptomen hebben of die niet bereid zijn monsters van de urethra, de endeldarm of de baarmoederhals af te laten nemen.

Iemand kan meer dan één soa hebben. Een arts kan daarom een bloedmonster afnemen om te bepalen of iemand ook syfilis heeft of besmet is met het humaan-immunodeficiëntievirus (HIV).

Behandeling

Bij een ongecompliceerde gonorroe wordt eenmalig 500 mg oraal in te nemen ciprofloxacine Handelsnaam
Ciloxan
Ciproxin
voorgeschreven, doorgaans eerder dan 250 mg ceftriaxon Handelsnaam
Rocephin
als tweede keuze, dat in een spier moet worden geïnjecteerd. Bij onduidelijkheid over de diagnose ‘gonorroe' dan wel ‘Chlamydia-infectie' worden beide therapieën gelijktijdig verstrekt. De eenmalige toediening van het middel heeft de voorkeur boven een weekkuur, die bij vermindering van de klachten niet altijd volledig door de patiënt wordt ingenomen. Bij een ongecompliceerde Chlamydia-infectie wordt eenmalig 1000 mg azitromycine Handelsnaam
Zithromax
voorgeschreven, met als tweede keuze een weekkuur met tweemaal daags in te nemen 100 mg doxycycline Handelsnaam
Vibramycin
Dagracycline
Dumoxin
Unidox
Vibra‑S
. Aan zwangeren met een Chlamydia-infectie wordt een weekkuur met driemaal daags in te nemen 500 mg amoxicilline Handelsnaam
Amoxicilline
Clamoxyl
Flemoxin
voorgeschreven. Als gonorroe zich in de bloedbaan verspreidt, wordt de patiënt gewoonlijk in het ziekenhuis met intraveneuze antibiotica behandeld.

Als de symptomen aanhouden of aan het einde van de behandeling opnieuw optreden, worden opnieuw monsters voor kweek afgenomen. Vaak wordt zo'n urethritis postgonorrhoica veroorzaakt door een gelijktijdige infectie met Chlamydia of andere micro-organismen die niet op behandeling met ceftriaxon Handelsnaam
Rocephin
reageren.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Genitale wratten

Volgende: Granuloma inguinale

Illustraties
Tabellen
Disclaimer