MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Veel aandoeningen die in de huid verschijnen, blijven tot de huid beperkt. Soms komt echter een aandoening die het gehele lichaam aantast, in de huid tot uiting. Artsen moeten dus rekening houden met veel mogelijke ziekten wanneer ze de huid onderzoeken. Het kan nodig zijn om bij mensen met een huidprobleem bloedonderzoek of andere laboratoriumonderzoeken te laten uitvoeren om een eventueel aanwezige inwendige ziekte op te sporen.

illustrative-material.sidebar 1

Medische termen voor onder meer vlekken, gezwellen en bultjes op de huid

Bulla: een met vocht gevulde blaas (blaar), groter dan 5 mm. Vesiculae en bullae treden op bij insectenbeten, herpes zoster (gordelroos), waterpokken, verbrandingen en irritaties.

Erosie: gedeeltelijk of volledig verlies van de opperhuid. Erosie ontstaat onder meer wanneer de huid is beschadigd door infectie, warmte of kou, druk of irritatie zonder dat er bloedvaatjes beschadigd raken.

Excoriatie (schaafwond): een uitgehold of lijnvormig, met een korst bedekt gebied veroorzaakt door schaven, wrijven of krabben.

Galbult of kwaddel (urtica): zwelling die een zachte en sponsachtige verhoging van de huid veroorzaakt, vrij plotseling verschijnt en vervolgens weer verdwijnt. Bij veel galbulten tegelijk spreekt men van ‘netelroos' (urticaria). Dit kan het gevolg zijn van overgevoeligheid voor medicijnen, insectenbeten of iets waarmee de huid in aanraking komt.

Huidatrofie: zeer dunne, gerimpelde huid.

Korst: gestold bloed, gestolde pus of huidvloeistof op het huidoppervlak. Een korst kan op elke beschadigde plek van de huid ontstaan.

Lichenificatie: verdikte huid met uitgesproken huidplooien die verschijnen als diepe groeven en rimpels. Lichenificatie kan worden veroorzaakt door langdurig krabben.

Litteken: een gebied waar de normale lederhuid is vervangen door fibreus (vezelig) bindweefsel. Littekens ontstaan na vernietiging van een deel van de lederhuid.

Macula: een verkleurde platte vlek. Sproeten, platte moedervlekken, wijnvlekken en veel vormen van huiduitslag worden ‘maculae' genoemd.

Nodulus: een compact knobbeltje dat dieper ligt en gemakkelijk te voelen is dan een papel, en dat verheven kan zijn. Een nodulus lijkt soms onder het huidoppervlak te ontstaan en deze omhoog te duwen.

Papel: een compact bobbeltje met een doorsnede van minder dan 10 mm. Wratten, insectenbeten, huidaanhangsels en een aantal beginnende vormen van huidkanker kunnen papels zijn.

Plaque: een plat, verheven bobbeltje of groep bobbeltjes met vaak een doorsnede van meer dan 10 mm.

Pustel: een met pus gevuld blaasje.

Schilfers: ophopingen van verhoornde huidcellen waardoor een schilferende, droge plek ontstaat. Huidschilfers treden onder meer op bij psoriasis en seborroïsch en atopisch eczeem, maar ook bij veel andere aandoeningen.

Teleangiëctasie: verwijde bloedvaten in de huid met een kronkelig uiterlijk die wit worden als erop wordt gedrukt.

Ulcus (zweer): lijkt op erosie, maar dan dieper; dringt minimaal door tot een gedeelte van de lederhuid.

Vesicula: een met vocht gevuld blaasje met een doorsnede kleiner dan 5 mm.

Diagnose

Een arts kan veel huidaandoeningen herkennen door eenvoudigweg de huid te bekijken. Kenmerken die hierbij belangrijke informatie verschaffen, zijn de grootte, vorm, kleur en plaats van de afwijking, evenals het wel of niet voorkomen van andere aanwijzingen of symptomen. Om na te gaan of het huidprobleem ook op andere plaatsen van het lichaam zit, vraagt de arts een patiënt meestal zich helemaal uit te kleden, ook al heeft de patiënt een afwijking op slechts een klein deel van de huid opgemerkt.

Soms moet een biopsie worden verricht, waarbij een stukje huid wordt weggenomen voor microscopisch onderzoek. Voor deze eenvoudige ingreep verdooft de arts een klein gebied van de huid met een lokaal verdovingsmiddel. Met behulp van een biopteur (een soort appelboortje), een klein mesje (scalpel) of een schaartje wordt vervolgens een stukje huid met een doorsnede van ongeveer 3 mm verwijderd.

Wanneer de arts een infectie vermoedt, wordt mogelijk een klein beetje materiaal van de huid geschraapt en onder een microscoop onderzocht. Het materiaal kan ook naar een laboratorium worden gestuurd, waar het op kweek wordt gezet (op een voedingsbodem overbrengen om micro-organismen te laten groeien). Wanneer het monster bacteriën, schimmels of virussen bevat, zullen deze tijdens de kweek gaan groeien zodat kan worden vastgesteld welk organisme de infectie heeft veroorzaakt.

Bij onderzoek met behulp van ultraviolet licht (Wood-licht) wordt de huid in een donkere ruimte beschenen met ultraviolet licht. Deze methode wordt ook toegepast als de aanwezigheid van bepaalde huidinfecties wordt vermoed. Door dit ultraviolette licht gaan sommige schimmels en bacteriën helder oplichten (fluoresceren) en kunnen sommige pigmentafwijkingen, zoals vitiligo, beter zichtbaar worden gemaakt.

Wanneer een arts vermoedt dat een allergische reactie de oorzaak is van huiduitslag, kunnen huidonderzoeken worden uitgevoerd, onder meer plakproef, priktest en intradermale test. Bij de plakproef worden kleine monsters van de mogelijke allergie veroorzakende stof gedurende een of twee dagen op de huid geplakt. Als de stof een uitslag veroorzaakt, wijst dat op een allergie voor de betreffende stof. Bij de priktest en intradermale test (zie Allergische reacties: Symptomen en diagnose) worden kleine hoeveelheden van een stof in de huid gespoten. Het gebied wordt vervolgens gecontroleerd op roodheid en zwelling, die op een allergische reactie duiden.

Behandeling

Geneesmiddelen voor lokaal gebruik nemen een belangrijke plaats in bij de behandeling van huidaandoeningen en worden rechtstreeks aangebracht op het aangetaste deel van de huid. Geneesmiddelen voor systemisch gebruik worden meestal oraal ingenomen en worden zo door het hele lichaam verspreid. Bij uitzondering kan de arts een geneesmiddel in de huid spuiten (intradermale injectie) wanneer in het aangetaste gebied een hoge concentratie van een geneesmiddel nodig is.

Preparaten voor lokaal gebruik

Het werkzame bestanddeel (of geneesmiddel) in een preparaat voor lokaal gebruik wordt gemengd met een onwerkzaam bestanddeel (vehiculum). Het vehiculum bepaalt de consistentie van het product (dik en vettig of licht en waterig bijvoorbeeld) en of het werkzame bestanddeel aan de oppervlakte blijft of in de huid dringt. Afhankelijk van het gebruikte vehiculum kan hetzelfde geneesmiddel in een zalf, crème, lotion, oplossing, poeder of gel worden verwerkt. Bovendien zijn veel preparaten in verschillende sterkten (concentraties) verkrijgbaar.

Crèmes, de meest gebruikte preparaten, zijn emulsies van olie in water. Ze zijn eenvoudig aan te brengen en lijken te verdwijnen wanneer ze in de huid worden gewreven.

Zalven zijn olieachtig en bevatten zeer weinig water. Ze zijn onhandig in het gebruik, vettig en moeilijk afwasbaar. Een zalf is het meest geschikt wanneer de huid vet of vocht nodig heeft. Zalven geven de werkzame bestanddelen meestal beter aan de huid af dan crèmes. Een zalf met een geneesmiddel in een bepaalde concentratie kan een betere uitwerking hebben dan een crème met hetzelfde geneesmiddel in dezelfde concentratie.

Lotions (schudsels) bevatten meer water. Het zijn in feite suspensies van opgelost poederstof in water of in een mengsel van olie en water. Lotions zijn eenvoudig aan te brengen en zijn geschikt om de huid te verkoelen en te drogen.

Oplossingen zijn vloeistoffen waarin een geneesmiddel is opgelost. Oplossingen maken de huid eerder droog dan dat ze vocht toevoegen. De meest gebruikte oplosvloeistoffen zijn alcohol, propyleenglycol, polyethyleenglycol en gewoon water.

Poeders zijn stoffen in droge vorm die worden gebruikt om delen te beschermen waar huid tegen huid schuurt, bijvoorbeeld tussen de tenen en billen, onder de oksels, in de liezen of onder de borsten. Poeders worden gebruikt op huidgebieden die week en beschadigd zijn door vocht (gemacereerd).

Gels zijn stoffen op waterbasis waarvan de viscositeit is verhoogd zonder toevoeging van olie of vet. De huid neemt gels niet zo goed op als preparaten die olie of vet bevatten.

Soorten geneesmiddelen voor lokaal gebruik

Geneesmiddelen voor lokaal gebruik kunnen worden onderverdeeld in een aantal categorieën, die elkaar ten dele overlappen: reinigingsmiddelen, beschermende middelen, vochtinbrengende middelen, drogende middelen, symptoomverlichtende middelen, ontstekingsremmende middelen en middelen tegen infectie.

Reinigingsmiddelen. de voornaamste reinigingsmiddelen zijn zeep, detergentia en oplosmiddelen (middelen waarin andere stoffen kunnen worden opgelost). Zeep is het meest gebruikte reinigingsmiddel, maar detergentia worden ook gebruikt. Door het gebruik van sommige zepen droogt de huid uit. Andere zepen zijn samengesteld op basis van een crème waardoor de huid niet uitdroogt.

Babyshampoo is een uitstekend reinigingsmiddel en doorgaans mild voor de huid en hierdoor geschikt om snijwonden, schaafwonden en gewone wonden schoon te maken. Ook patiënten met psoriasis, eczeem en andere aandoeningen waarbij schilfering van de huid ontstaat, kunnen babyshampoo gebruiken om dode, schilferige huid weg te wassen. Nattende wonden dienen echter over het algemeen alleen met water en milde zeep te worden gereinigd omdat detergentia en agressievere zeep het gebied kunnen irriteren.

Er worden veel chemische stoffen aan reinigingsmiddelen toegevoegd. Aan sommige zepen worden bijvoorbeeld bacteriedodende stoffen toegevoegd. Het gebruik van zeep met een bacteriedodend bestanddeel leidt niet tot betere hygiëne of voorkoming van aandoeningen en regelmatig gebruik ervan kan de normale bacteriebalans op de huid verstoren. Antiroosshampoos en lotions bevatten mogelijk zinkpyrithion, seleniumsulfide of teerextracten tegen een schilferende huid, eczeem of psoriasis van de hoofdhuid.

Oplosmiddelen bevatten vaseline, waarmee stoffen van de huid kunnen worden gehaald die niet met zeep en water kunnen worden opgelost, zoals teer. Alcohol lost vetten en oliën op en kleine hoeveelheden kunnen veilig worden gebruikt om de huid te reinigen vóór injecties of bloedafname. Alcohol is niet nodig voor normale huidhygiëne. Andere oplosmiddelen als aceton (nagellakremover), benzine en verfverdunner worden zelden gebruikt om de huid te reinigen. Deze oplosmiddelen lossen de natuurlijke oliën van de huid op waardoor deze droog wordt en kunnen ook door de huid worden opgenomen, met vergiftiging tot gevolg. Benzine en verfverdunner veroorzaken ook huidirritatie.

Beschermende middelen: veel verschillende soorten preparaten helpen de huid te beschermen. Oliën en zalven zorgen voor een barrière op oliebasis die vocht kan vasthouden en zo een beschadigde of geïrriteerde huid beter beschermt. Poeders kunnen die delen van de huid beschermen die langs elkaar of langs kleding schuren. Synthetische hydrocolloïde (vochtige) verbanden beschermen drukwonden en ‑zweren (doorliggen; decubitus) en andere ontvelde delen van de huid. Zonnebrandmiddelen (al dan niet met hoge beschermingsfactoren) reflecteren of filteren schadelijk ultraviolet licht.

Vochtinbrengende middelen: vochtinbrengende middelen (emollientia) herstellen het vocht- en oliegehalte van de huid. Een vochtinbrengend middel kan het best worden gebruikt wanneer de huid al vochtig is, bijvoorbeeld direct na een bad of douche. Vochtinbrengende middelen bevatten vaak glycerine, minerale olie of vaseline en zijn verkrijgbaar als lotion, crème, zalf en badolie. Sommige vochtinbrengende middelen met een sterkere werking bevatten bestanddelen als ureum, melkzuur en glycolzuur. Deze middelen bevatten naast de genoemde vetten veelal oppervlaktespanning verlagende stoffen en emulgatoren. Deze stoffen zorgen ervoor dat in het middel aanwezige vet en water goed en op een stabiele wijze met elkaar vermengd blijven. Eenmaal op de huid aangebracht, voorkomt het vet uitdroging als gevolg van remming van uittreding (verdamping) van het daar reeds aanwezige, lichaamseigen vocht. ‘Vochtinbrengend' is dus een gangbare, maar onjuiste aanduiding, doordat geen vocht van buitenaf wordt ingebracht. Een al droge huid kan overigens door een te hoog watergehalte van een smeersel verder uitdrogen. Vanwege de gangbaarheid van de term wordt in dit boek toch ‘vochtinbrengend middel' als begrip gehanteerd.

Drogende middelen: overmatig vocht in gebieden waar huid tegen huid schuurt, kan irritatie en aantasting van de huid veroorzaken (maceratie), vooral onder warme, vochtige omstandigheden. De delen die het meest worden aangetast, zijn die tussen tenen of billen, onder de oksels, in de liezen en onder de borsten. Deze vochtige plekken vormen ook een goede voedingsbodem voor infecties, voornamelijk door schimmels en bacteriën.

Talkpoeder is het meest gebruikte drogende middel. Talk neemt vocht op van het huidoppervlak. De meeste talkpreparaten verschillen alleen in geur en verpakking. Maïszetmeel, een ander goed drogend middel, heeft het nadeel dat het de groei van schimmels bevordert. Daarom wordt over het algemeen de voorkeur gegeven aan talk, behalve bij zuigelingen, omdat deze het poeder soms per ongeluk inademen en maïszetmeel is minder gevaarlijk bij inademing dan talk. Oplossingen met aluminiumzouten zijn ook drogende middelen.

Symptoomverlichtende middelen: een huidaandoening gaat vaak gepaard met jeuk. Jeuk en lichte pijn kunnen soms worden verlicht door verzachtende middelen als kamille, eucalyptusolie, kamfer, menthol, zinkoxide, talkpoeder, glycerine en calamine. In het buitenland schrijven artsen wel antihistaminica voor uitwendig gebruik voor om jeuk als gevolg van allergische reacties te verlichten. In Nederland is dit gebruik van antihistaminica niet gangbaar. Antihistaminica onderdrukken bepaalde soorten allergische reacties, maar kunnen soms juist een allergische reactie veroorzaken wanneer ze op de huid worden aangebracht. Het lijkt erop dat zo'n soort reactie niet optreedt bij oraal gebruik van antihistaminica. Ter verlichting van jeuk wordt daarom de voorkeur gegeven aan antihistaminica voor oraal gebruik in plaats van die voor uitwendig gebruik.

Anti-inflammatoire geneesmiddelen: corticosteroïden zijn de meest toegepaste geneesmiddelen voor lokaal gebruik ter verlichting van ontsteking (zwelling, jeuk en roodheid) van de huid. Corticosteroïden zijn het effectiefst bij uitslag die is veroorzaakt door een allergische reactie of ontstekingsreactie op planten, metalen, textiel of andere stoffen. Omdat corticosteroïden de weerstand tegen bacteriële en schimmelinfecties verlagen, worden ze bij voorkeur niet op geïnfecteerde delen van de huid of wonden gebruikt. Soms worden corticosteroïden echter gecombineerd met een geneesmiddel tegen schimmels om de jeuk te verminderen die door een schimmel wordt veroorzaakt.

Corticosteroïden voor lokaal gebruik worden als lotions, crèmes, zalven en gels verkocht. Crèmes zijn het meest effectief wanneer ze zacht in de huid worden gewreven totdat ze zijn verdwenen. Zalven hebben over het algemeen de krachtigste uitwerking. De soort en concentratie van de corticosteroïden in het preparaat bepalen de algemene sterkte. Hydrocortison Handelsnaam
Buccalsone
Locoid
Mildison
Solu‑Cortef
wordt doorgaans toegepast in concentraties van 1%. Concentraties van 0,5% of lager hebben weinig nut. Corticosteroïdpreparaten zijn alleen op recept verkrijgbaar. Doorgaans worden eerst sterke corticosteroïden voorgeschreven en vervolgens minder sterke corticosteroïden naarmate de aandoening geneest. Meestal worden corticosteroïden voor lokaal gebruik 2 tot 3 keer per dag in een dunne laag aangebracht. Op plaatsen waar de huid al dun is, zoals op het gezicht, dienen corticosteroïden met mate te worden gebruikt en niet langer dan een paar dagen. (zie Reumatoïde artritis en andere typen artritis:Reumatoïde artritisKader)

Wanneer een hogere dosis nodig is, kan de arts corticosteroïden net onder de huid inspuiten. Het aanbrengen van plastic (huishoud)folie over de lokale corticosteroïden (afsluitend verband) is een andere manier om de afgifte van een hoge dosis te bewerkstelligen. Hierdoor wordt de opname van het geneesmiddel bevorderd en de werkzaamheid verhoogd. Het verband wordt 's avonds voor het slapengaan meestal niet verwijderd. Door het afsluitend verband dringen de corticosteroïden dieper door en wordt de uitwerking ervan sterker. Dergelijke verbanden worden over het algemeen alleen gebruikt bij aandoeningen als psoriasis en ernstige vormen van eczeem.

Middelen tegen infectie: virussen, bacteriën, schimmels en parasieten kunnen de huid infecteren. Verreweg de beste manier om dergelijke infecties te voorkomen is de huid voorzichtig wassen met water en zeep. Krachtiger desinfecterende middelen worden uitsluitend gebruikt op gezonde huid door verpleegkundigen en artsen om hun eigen huid en die van de patiënt vóór een operatie te desinfecteren. Een infectie kan worden behandeld met geneesmiddelen voor lokaal of systemisch gebruik. Welk geneesmiddel wordt gebruikt, is afhankelijk van de soort infectie.

illustrative-material.sidebar 2

Een droge huid

Normale huid is zacht en soepel doordat deze veel vocht bevat. Om vochtverlies mede te voorkomen, bevat de buitenste huidlaag talg, een olieachtige substantie die verdamping van vocht vertraagt en dit vasthoudt in de diepere huidlagen. Bij een tekort aan talg wordt de huid droog.

Een droge huid (xerose) komt vaak voor, vooral na de middelbare leeftijd. Koud weer of frequent baden of douchen kunnen de oorzaak zijn. Door baden of douchen wordt de talg van het huidoppervlak gewassen, waardoor de huid kan uitdrogen. Een droge huid kan branderig aanvoelen en jeukt vaak. Soms raken er kleine velletjes en schilfers los. Schilfering komt het meest voor op de onderbenen. Door krachtig wrijven over of krabben van een droge huid kan de huid kapot gaan en geïnfecteerd raken.

Een ernstige vorm van droge huid wordt ‘ichtyose' (schubbenhuid) genoemd. Ichtyose kan een erfelijke aandoening zijn of kan een gevolg zijn van een aantal andere medische problemen, zoals een traag werkende schildklier.

Een gewone droge huid wordt behandeld door vocht in de huid vast te houden. Door minder vaak te baden of douchen blijft de beschermende talglaag aanwezig op de huid. Vochtvasthoudende zalven of crèmes met vaseline, minerale olie of glycerine kunnen er ook voor zorgen dat de huid vocht vasthoudt. Sterk ontvettende zeep, reinigingsmiddelen en geurstoffen in sommige vochtvasthoudende middelen kunnen irritatie van de huid veroorzaken en deze verder uitdrogen.

Wanneer schilfering een probleem vormt, kunnen deze schilfers met behulp van oplossingen of crèmes met salicylzuur, melkzuur of ureum worden verwijderd. Crèmes met vitamine-A-achtige stoffen als tretinoïne Handelsnaam
Acid A vit
kunnen bij sommige vormen van ernstige ichtyose ertoe bijdragen dat de huid overmatige schilfers kwijtraakt.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven
Illustraties
Tabellen
Disclaimer