MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Neus en neusbijholten

De neus is de doorgang voor lucht van en naar de longen en bevat het reukorgaan. De neus verwarmt, bevochtigt en reinigt de lucht voordat deze de longen bereikt. In de aangezichtsbeenderen rond de neus bevinden zich een aantal holle ruimten, ‘neusbijholten' genaamd. Er zijn vier groepen neusbijholten: de sinus maxillaris (in de bovenkaak), de sinus ethmoidalis (in het zeefbeen), de sinus frontalis (in het voorhoofd) en de sinus sphenoidalis (in het wiggebeen). De holten verminderen het gewicht van de aangezichtsbeenderen zonder de sterkte en vorm aan te tasten. De met lucht gevulde ruimten van de neus en neusbijholten vormen ook een klankkast voor de stem.

Het steunweefsel van het bovenste gedeelte van de uitwendige neus bestaat uit bot en het onderste gedeelte uit kraakbeen. Binnen in de neus bevindt zich de neusholte, die met slijmvlies is bekleed en door het neustussenschot in tweeën wordt verdeeld. Het neustussenschot bestaat uit zowel botweefsel als kraakbeen en strekt zich uit van de neusgaten tot achter in de keel. De neusschelpen (conchae nasales) vormen een aantal plooien aan de zijwand van de neusholten en zorgen voor een aanzienlijke vergroting van de oppervlakte van het neusslijmvlies.

In het neusslijmvlies bevinden zich veel bloedvaatjes en slijmkliertjes die ervoor zorgen dat het slijmvlies permanent vochtig is. Hierdoor wordt de ingeademde lucht snel warmer en vochtiger. Op het slijmvlies bevinden zich verder kleine trilhaartjes (cilia), die vuildeeltjes die uit de ingeademde lucht in het slijm neerslaan naar de keel afvoeren. Hierdoor wordt de lucht schoner voordat deze naar de longen gaat. Niezen als reactie op prikkeling draagt ook bij tot reiniging van de neus, net zoals hoesten de longen vrijmaakt.

Net als de neusholte zijn de bijholten bekleed met slijmvlies met slijmproducerende cellen voorzien van trilhaartjes. Het slijm wordt met vuildeeltjes en door de trilhaartjes via kleine openingen (ostia) in wand van de bijholten naar de neusholte vervoerd. Deze openingen zijn zo klein dat ze gemakkelijk verstopt raken bij aandoeningen als verkoudheid of allergie waarbij het slijmvlies opzwelt. De neusbijholten kunnen ontstoken raken (sinusitis) als de normale afvoer uit deze holten wordt belemmerd.

Een van de belangrijkste functies van de neus is zijn rol bij de reukzin. De reukcellen bevinden zich in het bovenste gedeelte van de neusholte. Deze cellen zijn speciale zenuwcellen met trilhaartjes. De trilhaartjes van elke cel zijn gevoelig voor verschillende chemische stoffen en wekken bij stimulatie een zenuwimpuls op die naar de zenuwcellen van de bulbus olfactorius wordt gestuurd. Deze bevindt zich in de schedel, net boven de neus. De reukzenuw (nervus olfactorius) geleidt de zenuwimpuls van de bulbus olfactorius rechtstreeks naar de hersenen, waar deze als een geur wordt waargenomen.

De reukzin, waarvan de werking nog niet volledig is verklaard, is veel beter ontwikkeld dan de smaakzin. De mens kan veel meer afzonderlijke geuren dan smaken waarnemen. Bij de subjectieve smaakzin tijdens het eten speelt zowel de smaak als de reuk een rol (zie Reuk- en smaakstoornissen:IntroductieIllustraties), evenals textuur en temperatuur. Daardoor lijkt voedsel minder smaak te hebben bij verminderde reukzin, bijvoorbeeld door verkoudheid. Bij normaal ademhalen stroomt er niet zoveel lucht langs de reukreceptoren doordat deze zich in het bovenste gedeelte van de neus bevinden. Bij snuiven daarentegen stroomt er meer lucht langs de receptorcellen, waardoor geuren beter worden waargenomen.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Keel

Volgende: Oren

Illustraties
Tabellen
Disclaimer