MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Kanker van het strottenhoofd

Kanker van de stembanden en het strottenhoofd (de larynx), een gebied in het hoofd-halsgebied waar vaak kanker ontstaat, komt vaker bij mannen dan bij vrouwen voor. Het roken van sigaretten en alcoholmisbruik zijn de bekendste oorzakelijke factoren.

Symptomen en diagnose

Deze vorm van kanker ontstaat meestal op de stembanden en veroorzaakt vaak heesheid. Iemand die langer dan twee weken hees is, moet daarom een arts raadplegen. Kanker in andere delen van het strottenhoofd veroorzaakt pijn en moeite met slikken of ademhalen. Soms is een knobbel in de hals echter het eerste symptoom. Deze knobbel is het gevolg van uitzaaiing (metastasering) van de kanker naar een lymfeklier.

Om de diagnose te stellen inspecteert een arts het strottenhoofd met een flexibele of starre laryngoscoop (een kijkinstrument om het strottenhoofd te bekijken) en verricht hij een biopsie (verwijdering van een stukje weefsel voor microscopisch onderzoek). Een biopsie wordt meestal onder algehele verdoving in een operatiekamer uitgevoerd. Soms wordt een biopsie onder plaatselijke verdoving in de spreekkamer van de arts verricht.

Stagering en prognose

Stagering is de wijze waarop artsen beschrijven hoe ver de kanker is gevorderd. Hierbij worden de grootte en mate van uitgroei van de kanker beoordeeld. (zie Symptomen en diagnostiek bij kanker: Introductie)

Stagering is een hulpmiddel voor de arts om de behandeling en de prognose te bepalen. Kanker van het strottenhoofd wordt ingedeeld naar grootte en plaats van de oorspronkelijke tumor, het aantal en de grootte van de metastasen in de lymfeklieren in de hals en aanwijzingen voor metastasen in verder gelegen delen in het lichaam. Kanker in stadium I is het minst gevorderd, kanker in stadium IV het verst.

Hoe groter de tumor en hoe verder de kanker zich heeft uitgebreid, des te slechter de prognose. Als een tumor ook is doorgedrongen in spierweefsel, bot of kraakbeen, is de kans op genezing kleiner. Van de patiënten met kleine kwaadaardige tumoren geneest circa 90%. Bij de patiënten met kanker die is uitgezaaid naar de omliggende lymfeklieren, is dat minder dan 50%. Patiënten met metastasen voorbij de omliggende lymfeklieren hebben weinig kans dat zij langer dan 2 jaar leven.

Behandeling

De behandeling hangt af van het stadium waarin de kanker zich bevindt en de exacte plaats in het strottenhoofd. Bij kanker in een vroeg stadium wordt radiotherapie (bestraling) toegepast. Doorgaans is radiotherapie niet alleen gericht op het kankergezwel, maar ook op de lymfeklieren aan beide zijden van de hals, omdat deze vormen van kanker zich vaak daarheen uitzaaien. Men geeft de voorkeur aan radiotherapie boven chirurgie, omdat hierbij de normale stem kan worden behouden. Bij kanker van het strottenhoofd in een zeer vroeg stadium biedt microchirurgie (soms in de vorm van lasertherapie) echter evenveel kans op genezing en behoud van de stem. Er is dan meestal slechts één behandeling nodig.

Tumoren van meer dan 2 cm en tumoren die zijn binnengedrongen in bot- of kraakbeenweefsel, worden meestal behandeld met combinatietherapie, bijvoorbeeld radiotherapie en chirurgie waarbij het strottenhoofd en de stembanden gedeeltelijk of geheel worden weggenomen (partiële of totale laryngectomie). Radiotherapie kan ook worden gecombineerd met chemotherapie. Deze behandeling biedt evenveel kans op genezing als de combinatie van radiotherapie en chirurgie, en bij een aanzienlijk aantal mensen blijft de stem behouden. Chirurgie kan echter alsnog noodzakelijk zijn als er na deze behandeling nog tumorresten aanwezig zijn. Als de kanker te ver gevorderd is voor chirurgie of radiotherapie, kan chemotherapie de grootte van de tumor en de pijn doen afnemen, maar de kans op genezing is klein.

De behandeling gaat vrijwel altijd gepaard met aanzienlijke bijwerkingen. Door een operatie kunnen het slik- en spraakvermogen worden aangetast. In dat geval is revalidatie noodzakelijk. Er zijn methoden ontwikkeld waarmee mensen zonder stembanden kunnen spreken, vaak met een uitstekend resultaat. Afhankelijk van het specifieke weefsel dat is weggenomen, kan plastische chirurgie worden toegepast. Radiotherapie kan huidveranderingen veroorzaken (zoals irritatie en roodheid, jeuk en haaruitval), littekenvorming, verlies van smaak en een droge mond. Soms wordt ook gezond weefsel vernietigd. Patiënten van wie het gebit wordt blootgesteld aan radiotherapie, moeten vooraf hun gebit laten saneren en ongezonde gebitselementen laten verwijderen, omdat een tandheelkundige behandeling na radiotherapie een minder goede kans van slagen heeft en er ernstige infecties van het kaakbeen kunnen optreden. Vooral chemotherapie heeft allerlei bijwerkingen, afhankelijk van het gebruikte middel; deze bijwerkingen zijn onder meer misselijkheid, braken, gehoorverlies en infecties.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Kanker van de neus-keelholte

Illustraties
Tabellen
Disclaimer