MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Bescherming van het oog

De benige holte van de oogkas beschermt het oog en geeft het tegelijkertijd voldoende vrijheid om in alle richtingen te bewegen.

De wimpers zijn korte haartjes die op de rand van het ooglid groeien. De bovenste wimpers zijn langer dan de onderste en zijn omhoog gericht. De onderste wimpers zijn omlaag gericht. Wimpers fungeren als een barrière door lichaamsvreemde deeltjes bij het oog vandaan te houden.

De bovenste en onderste oogleden zijn dunne huidplooien die de ogen bedekken. Ze sluiten snel in een reflex (knipperen) zodat ze een mechanische barrière vormen die de ogen tegen vreemde voorwerpen, stof, wind en fel licht beschermen. Deze reflex wordt opgewekt door het zien van een naderend voorwerp, door aanraking van het oogoppervlak of doordat de wimpers worden blootgesteld aan wind of kleine stof- of zanddeeltjes. Aan de binnenkant van het ooglid zet het bindvlies zich voort en bedekt het oogoppervlak tot aan de rand van het hoornvlies. Het bindvlies beschermt de gevoelige weefsels die eronder liggen.

Bij het knipperen verspreiden de oogleden traanvocht over het oogoppervlak. Het traanvocht is een zoute vloeistof die het oogoppervlak voortdurend vochtig houdt. In gesloten toestand houden de oogleden het traanvocht op het oogoppervlak vast. Aan de rand van de bovenste en onderste oogleden zitten voorts kleine kliertjes die een olieachtige vloeistof afscheiden. Deze vermengt zich met het traanvocht, waardoor dit een ononderbroken dunne laag op het oog vormt en niet te snel verdampt. Traanvocht houdt het oogoppervlak vochtig. Zonder dit vocht kan het gewoonlijk heldere hoornvlies uitdrogen, beschadigd of geïnfecteerd raken en ondoorzichtig worden. Het traanvocht zorgt er ook voor dat kleine (stof)deeltjes die in het oog terechtkomen, worden vastgehouden en verwijderd. Bovendien bevat het traanvocht veel antistoffen, die infecties helpen voorkomen. Het oog wordt door de oogleden en het traanvocht beschermd, maar kan voldoende open blijven om lichtstralen op te vangen.

De traanklieren liggen bovenaan aan de buitenrand van het oog, achter het bovenste ooglid. Ze produceren het waterige deel van het traanvocht. Slijmproducerende klieren in het bindvlies produceren slijm dat zich met het waterige deel van het traanvocht vermengt, zodat een ononderbroken dunne laag ontstaat die betere bescherming biedt. Vanuit elk oog wordt het traanvocht via één van de twee traanbuisjes naar de neus afgevoerd. Deze buisjes hebben een opening in de ooghoeken aan de neuszijde, waar het onderste en bovenste ooglid bij elkaar komen.

illustrative-material.figure-short 2

Structuren die het oog beschermen

Structuren die het oog beschermen

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Bouw en functie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer