MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Symptomen

Veranderingen in het gezichtsvermogen

Veranderingen in het gezichtsvermogen kunnen uit verlies van het gezichtsvermogen of vervorming van het beeld bestaan.

Verlies van het gezichtsvermogen: hierbij is het zicht geheel of bijna geheel afwezig. Iemand die het gezichtsvermogen heeft verloren, kan mogelijk helemaal niets zien, kan licht van donker onderscheiden of kan in staat zijn vage vormen te herkennen. Verlies van het gezichtsvermogen kan betrekking hebben op een gedeelte van het gezichtsveld of het gehele gezichtsveld, kan optreden aan één oog of beide ogen en het kan van tijdelijke of permanente aard zijn. Afhankelijk van het specifieke soort verlies van het gezichtsvermogen en van de snelheid waarmee dit zich ontwikkelt, merkt de patiënt het probleem onmiddellijk op of ontdekt het pas in latere instantie (misschien pas wanneer een grondig oogonderzoek wordt uitgevoerd naar aanleiding van een auto-ongeluk of een andere gebeurtenis).

Volledig verlies van het gezichtsvermogen kan optreden in één oog of beide ogen. Veelvoorkomende oorzaken zijn afsluiting van de bloedtoevoer naar het netvlies (retina), diabetes mellitus, oogzenuwafwijkingen, glaucoom (verhoogde oogboldruk) en, in tropische gebieden, infecties als trachoom.

Veel soorten verlies van het gezichtsvermogen zijn beperkt tot een gedeelte van het gezichtsveld. Patiënten die een bepaalde soort CVA (cerebrovasculaire accident, ‘beroerte') hebben gehad, kunnen misschien aan één kant helemaal niets zien, terwijl het zicht aan de andere kant normaal is. Patiënten met een tumor van de hypofyse (die vlak onder de hersenen, achter een kruispunt van de vezels van de oogzenuwen ligt) kunnen mogelijk niets zien aan de randen, terwijl zij normaal zien in het midden (‘kokerzien'). Vóór een migraineaanval kunnen sommige personen tijdelijk (meestal gedurende ongeveer 20 minuten) niets zien aan de boven- of onderkant of aan de rechter- of linkerkant van hun gezichtsveld. Patiënten met maculadegeneratie verliezen het vermogen om voorwerpen te zien waarnaar ze rechtstreeks kijken, maar ze behouden het gezichtsvermogen aan de buitenrand van het gezichtsveld (ze kunnen voorwerpen ‘vanuit hun ooghoeken' blijven zien). Kleinere, onregelmatige delen van het gezichtsvermogen kunnen verloren gaan als gevolg van veel aandoeningen die het netvlies aantasten, zoals diabetische retinopathie en hypertensieve retinopathie. Zonder behandeling kan glaucoom leiden tot verlies van een deel van het gezichtsvermogen aan de buitenranden van het gezichtsveld, kokerzien en uiteindelijk tot totale blindheid.

Vervorming van het beeld: hierbij kan de patiënt niet helder en goed zien. De vervorming kan bestaan uit een brekingsafwijking, het ontbreken van dieptewaarneming, dubbelzien of het zien van schitteringen of lichtkringen, lichtflitsen of zwevende zwarte vlekjes (floaters, mouches volantes). Vervorming kan zich ook in kleurenblindheid uiten.

Bij brekingsafwijkingen lijken objecten wazig en onscherp. Meestal ontstaat een brekingsafwijking doordat de vorm van het hoornvlies (cornea) of de lens en de diepte van het oog niet goed bij elkaar passen. Als alleen verafgelegen voorwerpen wazig zijn, is de patiënt bijziend of myoop. Als alleen nabijgelegen voorwerpen wazig zijn, is de patiënt verziend of hypermetroop. Bij het bereiken van de middelbare leeftijd krijgen de meeste mensen moeite met het scherp stellen op nabijgelegen voorwerpen (presbyopie of ouderdomsverziendheid), zelfs als hun gezichtsvermogen daarvoor uitstekend was. Astigmatisme, een ander soort brekingsafwijking, wordt veroorzaakt door een onregelmatigheid in de kromming van het hoornvlies of de lens en leidt tot lichtelijk wazig zien. Astigmatisme kan op zichzelf staan, maar kan ook in combinatie met een andere brekingsafwijking voorkomen.

Dieptezien is het vermogen om de relatieve positie van voorwerpen op afstand te bepalen. Mensen met verslechterde dieptewaarneming kunnen moeite hebben om vast te stellen welk van twee voorwerpen dichterbij is. Dieptezien gaat moeizamer wanneer één oog blind is of een niet-gecorrigeerde brekingsafwijking heeft. Dieptewaarneming kan ook worden aangetast doordat de hersenen niet in staat zijn de twee beelden (één van elk oog) samen te voegen tot één driedimensionaal beeld, wat dubbelzien tot gevolg heeft. Veel aanwijzingen bij dieptezien zijn echter van slechts één oog afkomstig. Daarom kan iemand, wanneer hij één oog sluit en naar twee voorwerpen kijkt, meestal wel bepalen welk voorwerp dichterbij is.

Dubbelzien (diplopie) is het zien van twee beelden van één voorwerp. Dubbelzien kan het gevolg zijn van zwakte in één of meer spieren die de oogbewegingen regelen, wat leidt tot scheelzien (strabisme). (zie Oogaandoeningen: Scheelzien)

Andere oorzaken zijn onder andere vermoeidheid, alcoholvergiftiging, multipele sclerose, een ongeval of cataract (grijze staar). Als dubbelzien plotseling optreedt, kan dit wijzen op een ernstige aandoening van de hersenen of het zenuwstelsel, zoals een tumor, aneurysma of bloedstolsel.

Sommige patiënten zien schitteringen of lichtkringen rondom fel licht, vooral wanneer zij in het donker autorijden. Dergelijke symptomen komen vaker voor bij ouderen en bij patiënten die refractiechirurgie hebben ondergaan of die aan bepaalde vormen van cataract lijden. Schitteringen en lichtkringen kunnen ook optreden bij patiënten die sterk verwijde pupillen hebben (bijvoorbeeld omdat ze voor een onderzoek oogdruppels hebben gekregen of omdat ze grote pupillen hebben). Wanneer de pupil sterk is verwijd, kan licht aan de buitenranden van de lens binnenkomen. Daar wordt het licht op een andere manier gebroken dan wanneer het binnenvalt via de centralere delen van de lens, waardoor schitteringen ontstaan.

Ouderen hebben vaak moeite met zien bij weinig licht. Dergelijke symptomen worden soms ‘nachtblindheid' genoemd. Meestal is dit een gevolg van cataract (grijze staar), hoewel nachtblindheid ook een symptoom kan zijn van bepaalde vormen van netvliesdegeneratie, zoals retinitis pigmentosa.

Sommige patiënten zien felle knipperlichten of lichtflitsen. Dit is meestal het gevolg van een verplaatsing van de geleiachtige substantie (glasachtig lichaam) die het achterste deel van het oog vult of (minder vaak) van een netvlies dat loslaat of van een migraineaanval. Lichtflitsen kunnen ook ontstaan door een klap tegen de achterkant van het hoofd (‘sterretjes zien'), waarschijnlijk doordat door een dergelijke klap het gedeelte van de hersenen wordt gestimuleerd waar beelden worden geïnterpreteerd.

Zwevende zwarte vlekjes (floaters, mouches volantes) zijn donkere spikkeltjes die voor het oog lijken te bewegen. Het zijn snel of langzaam bewegende klompjes van de microscopische vezels die het glasachtig lichaam vormen. Zwevende zwarte vlekjes komen steeds vaker voor naarmate iemand ouder wordt. Ze tasten het gezichtsvermogen zelden aan en worden algemeen als normaal beschouwd, hoewel een plotselinge stijging in aantal (vooral in combinatie met lichtflitsen) kan wijzen op een ernstig probleem, zoals een netvlies dat loslaat. Iemand met deze symptomen moet een oogarts raadplegen.

Patiënten met kleurenblindheid zijn niet in staat bepaalde kleuren waar te nemen of ze zien bepaalde kleuren met een andere intensiteit dan mensen met een normaal vermogen om kleuren te zien. Bij de meest voorkomende vorm van kleurenblindheid (roodgroenkleurenblindheid) kunnen patiënten bijvoorbeeld in mindere mate onderscheid maken tussen donker- of pastelgroen of -rood of beide. Vaak zijn de veranderingen subtiel. Velen zijn zich er dan ook niet van bewust dat zij kleurenblind zijn totdat zij worden getest.

illustrative-material.sidebar 1

Het ontstaan van blindheid

Alles wat de lichtinval op de achterzijde van het oog of de zenuwprikkels van het oog naar de hersenen verstoort, heeft invloed op het gezichtsvermogen. Men spreekt van slechtziendheid als de gezichtsscherpte minder dan 3/60 (of minder dan 0,05) bedraagt of als het gezichtsveld is beperkt tot minder dan tien graden. Veel mensen die als maatschappelijk blind worden beschouwd, kunnen nog wel vormen en schaduwen onderscheiden, maar geen verdere details. Blindheid kan onder de volgende omstandigheden ontstaan:

  • Licht kan het netvlies niet bereiken

Hoornvliesbeschadiging door infecties als trachoom, lepra of onchocerciasis, waardoor er een ondoorzichtig litteken ontstaat

Hoornvliesbeschadiging door een gebrek aan vitamine A, waardoor de ogen droog worden (keratomalacie) en een ondoorzichtig litteken ontstaat

Cataract (grijze staar)

  • Lichtstralen worden niet goed op het netvlies gebundeld

Ernstige brekingsafwijkingen die niet volledig met een bril of contactlenzen kunnen worden gecorrigeerd

  • Het netvlies is onvoldoende gevoelig voor licht

Losgelaten netvlies

Diabetes mellitus

Glaucoom

Maculadegeneratie

Retinitis pigmentosa

  • De door het netvlies opgewekte zenuwimpulsen worden niet op de normale manier aan de hersenen doorgegeven

Hersentumoren die druk uitoefenen op de oogzenuw of op de oogzenuwbanen in de hersenen

Aandoeningen van het zenuwstelsel, zoals multipele sclerose

Ontoereikende bloedtoevoer naar het netvlies (meestal als gevolg van een bloedstolsel in de netvliesslagader of netvliesader of als gevolg van arteriitis temporalis)

Ontsteking van de oogzenuw (neuritis optica)

  • De hersenen kunnen de door het oog gezonden informatie niet goed verwerken

CVA's of hersentumoren in de gebieden van de hersenen die visuele prikkels interpreteren (visuele schors)

Veranderingen in het uiterlijk van het oog

De meest voorkomende verandering in het uiterlijk van ogen is een rood oog. Bij veel aandoeningen worden de bloedvaten in het bindvlies (conjunctiva) verwijd, zodat het oogwit (de sclera) rood wordt. Voorbeelden van dergelijke aandoeningen zijn vermoeidheid, allergieën, infecties, schaafwonden of zweren aan het hoornvlies en vreemde voorwerpen in het oog. Soms kan een bloedvat in het bindvlies door stevig hoesten of een directe klap barsten, wat een helderrode vlek in het oogwit tot gevolg heeft. Soms wordt het gehele oogwit helderrood door de bloeding. Bij een chalazion (zie Aandoeningen van de oogleden en traanklieren: Chalazion), allergie of een bacteriële infectie van de oogleden of neusbijholten kunnen de oogleden en andere weefsels rondom het oog rood worden.

Bij geelzucht wordt het oogwit geel, evenals de huid. (zie Klinische manifestaties van leverziekten: Geelzucht)

Soms verschijnen er donkere plekken op de iris of het bindvlies. Sommige zijn al vanaf de geboorte aanwezig, terwijl andere ontstaan bij het ouder worden. Vaak wijzen deze niet op een aandoening. Donkere plekken die groeien, moeten echter door een oogarts worden onderzocht om na te gaan of het geen kanker is.

Normaal gesproken zijn de pupillen even groot. Ze worden groter (verwijden) in het donker en worden kleiner (vernauwen) in fel licht. Bepaalde geneesmiddelen waarmee oogziekten worden behandeld, zorgen ervoor dat de pupillen zich verwijden of vernauwen. Opioïden, zoals morfine Handelsnaam
MS Contin
Kapanol
Noceptin
Sevredol
, vernauwen de pupillen. Amfetaminen, antihistamines, cocaïne en marihuana kunnen de pupillen verwijden.

Ongelijke pupillen (één grote en één kleine) kunnen worden veroorzaakt door een verwonding of ontsteking van het oog, beschadiging van de zenuwen die de grootte van de pupil regelen, hoofdletsel, een hersentumor of door het gebruik van oogdruppels in een van beide ogen. Patiënten met syfilis kunnen kleine, onregelmatige pupillen (Argyll Robertson-pupillen) hebben. Een klein aantal mensen is geboren met pupillen van verschillende grootte.

Er kunnen ook veranderingen zichtbaar zijn in de structuren rondom het oog, bijvoorbeeld de oogleden. Zo kunnen de oogleden hangen (ptose). Dit kan het geval zijn bij myasthenia gravis. (zie Aandoeningen van de perifere zenuwen: Myasthenia gravis) Soms zijn de ogen ongewoon wijd open en puilen ze uit, meestal omdat ze naar voren worden geduwd (exoftalmie). Dit kan zich voordoen bij de ziekte van Graves-Basedow. (zie Schildklieraandoeningen: Oorzaken)

De oogleden kunnen zwellen door allergieën, infecties of ontstekingen (zoals bij een chalazion of een strontje). De wortels van de wimpers kunnen geïnfecteerd raken, waardoor de wimpers soms uitvallen. Allergieën of infecties kunnen ook abnormale afscheiding uit de ogen veroorzaken. Deze afscheiding kan hard worden (er ontstaan dan korstjes), waardoor de patiënt moeite kan hebben om de ogen te openen.

illustrative-material.sidebar 2

Wat is de oorzaak van kleurenblindheid?

Kleurenblindheid (dyschromatopsie) beïnvloedt de manier waarop mensen bepaalde kleuren waarnemen. Meestal is kleurenblindheid vanaf de geboorte aanwezig, bijna altijd door een aan de X-chromosoom gebonden recessief gen. Dit betekent dat het bijna altijd bij mannen die het gen hebben, optreedt. Vrouwen hebben de aandoening bijna nooit zelf, maar kunnen het gen voor kleurenblindheid doorgeven aan hun kinderen.

Hoewel kleurenblindheid soms het gevolg is van een probleem met de manier waarop de hersenen kleur interpreteren (en niet een oogprobleem), missen mensen met kleurenblindheid meestal bepaalde fotoreceptoren achter in het oog.

De meeste gevallen van kleurenblindheid worden door een tekort aan of een afwijking van één van de typen fotoreceptoren veroorzaakt. Roodgroenkleurenblindheid komt het vaakst voor. Blauwgeelkleurenblindheid is vaker verworven dan erfelijk en kan door een aandoening van de oogzenuw worden veroorzaakt.

Iemand kan op kleurenblindheid worden getest als het bekend is dat de afwijking in de familie voorkomt. Sommigen kunnen worden getest omdat ze problemen hebben met het onderscheiden van kleuren. Anderen, bijvoorbeeld piloten, worden getest omdat zij vanwege hun beroep in staat moeten zijn kleuren te onderscheiden.

Veranderingen in de gevoelswaarneming van de ogen

Pijn kan zich rondom het oog, in het oog of achter het oog voordoen. Pijn aan het hoornvlies is meestal tamelijk scherp en wordt gewoonlijk erger als de patiënt knippert. Deze kan het gevoel hebben dat hij ‘iets in het oog' heeft. Pijn aan het hoornvlies kan door een schaafwond, een vreemd voorwerp, droge ogen, een zweer of een infectie worden veroorzaakt. Bij acuut kamerhoekafsluitingsglaucoom ontstaat een diepe, aanhoudende pijn in het oog. De meeste vormen van chronisch glaucoom zijn echter niet pijnlijk. Pijn die binnen in het oog ontstaat kan optreden in combinatie met drukpijn van de oogbol (pijnlijk bij lichte druk). Een diepe, borende pijn in het oog kan een symptoom zijn van scleritis, een mogelijk ernstige ontsteking van de dikke vezelige laag van het oog, of uveïtis, een ontsteking van de binnenste structuren van het oog.

Gevoeligheid voor fel licht (fotofobie) treedt normaal gesproken op bij extreem zonnige weersomstandigheden of wanneer de patiënt vanuit een donkere omgeving in fel zonlicht komt. Ongewone gevoeligheid voor licht kan echter ook een symptoom zijn van migraine of een aantal oogziekten, bijvoorbeeld veroorzaakt door ontsteking of infectie binnen het voorste gedeelte van het oog (keratitis en uveïtis), of van oogletsel. Het kan ook een gevolg zijn van meningitis (wat ook ernstige hoofdpijn met stijfheid van de nek kan veroorzaken. (zie Infecties van de hersenen en het ruggenmerg: Acute bacteriële meningitis)

Fotofobie kan ook ontstaan door het gebruik van geneesmiddelen om de pupillen te verwijden (mydriatica).

Jeuk kan door een allergie worden veroorzaakt en gaat meestal gepaard met waterige ogen (traanvorming). Ontsteking van de oogleden (blefaritis) kan ook jeuk veroorzaken. Jeuk kan ook ontstaan door infectie of de aanwezigheid van luizen of andere parasieten.

Droge ogen kunnen een symptoom zijn van verschillende aandoeningen, waaronder ontoereikende traanvochtproductie, versnelde verdamping van het traanvocht of, minder vaak, een gebrek aan vitamine A en het Sjögren-syndroom. (zie Aandoeningen van de oogleden en traanklieren: Introductie)

illustrative-material.figure-short 1

Wat is astigmatisme?

Wat is astigmatisme?

Astigmatisme is een onregelmatigheid in de kromming van het hoornvlies of de lens (verschillende krommingen in verschillende richtingen), waardoor licht dat in verschillende vlakken invalt, verschillend wordt gebroken. Verticale lijnen kunnen bijvoorbeeld scherp zijn, terwijl horizontale lijnen dat niet zijn (of andersom). De onregelmatigheid kan zich echter in elk vlak voordoen en is vaak voor elk oog verschillend. Iemand met astigmatisme (elk oog moet afzonderlijk worden getest) ziet bepaalde lijnen vaak duidelijker (dat wil zeggen scherper) dan andere. Astigmatisme kan met een bril of contactlenzen worden gecorrigeerd. Vaak gaat het gepaard met bijziendheid of verziendheid. Het volgende diagram is een standaardkaart die wordt gebruikt om astigmatisme in één oog tegelijk te testen.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Diagnose

Illustraties
Tabellen
Disclaimer