MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Verstopping van de traanbuis

Bij verstoppingen van de traanbuis (dacryostenose) wordt de afvoer van traanvocht uit het oog geblokkeerd. Meestal komt dit door een vernauwing van de traanbuisjes.

De traanbuisjes zijn verantwoordelijk voor de afvoer van traanvocht uit het oog. Verstoppingen van de traanbuis kunnen het gevolg zijn van een onvolgroeid (deel van het) traanbuisstelsel, van chronische neusverkoudheid, van ernstige of steeds terugkerende ooginfecties en van een breuk in het neusbeen of een van de aangezichtsbeenderen.

Als het traanbuisstelsel bij de geboorte onvolgroeid is, leidt dit meestal tot een tranenvloed (epiphora) uit één oog of in zeldzame gevallen uit beide ogen. Dit probleem wordt gewoonlijk voor het eerst bij baby's van 3 tot 12 weken oud opgemerkt. Dit type verstopping verdwijnt door de verdere ontwikkeling van het traanbuisstelsel meestal vanzelf wanneer het kind ongeveer 6 maanden oud is. Soms verdwijnt de verstopping sneller wanneer de ouders wordt geleerd het gebied boven de traanbuis met een vingertop zachtjes te masseren.

Verstoppingen van de traanbuis gaan niet altijd vanzelf over en kunnen een infectie van de traanzak (dacryocystitis) veroorzaken.

Als de verstopping niet vanzelf verdwijnt, moet een oogarts of een KNO-arts de traanbuis soms openmaken met een dunne sonde, die meestal wordt ingebracht via de opening in de ooghoek. Bij kinderen wordt voor deze ingreep algehele verdoving toegepast, maar volwassenen kunnen volstaan met plaatselijke verdoving. Als de traanbuis of -klier geheel verstopt zit, kan een uitgebreidere operatie nodig zijn.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Strontje

Illustraties
Tabellen
Disclaimer