MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Cataract (grijze staar) is een vertroebeling van de ooglens, waardoor het gezichtsvermogen geleidelijk, maar pijnloos steeds slechter wordt.

Cataract (vroeger ook vaak ‘grijze staar' genoemd) is wereldwijd de belangrijkste oorzaak van blindheid. Cataract komt veel voor, vooral bij oudere volwassenen. In de westerse wereld krijgt bijna één op de vijf mensen tussen de 65 en 74 jaar te maken met cataract die zo ernstig is dat het gezichtsvermogen wordt aangetast en bijna de helft van de mensen boven de 75 jaar heeft er last van. De meeste mensen kunnen worden behandeld voordat cataract tot blindheid leidt.

Cataract ontwikkelt zich gewoonlijk zonder aanwijsbare oorzaak. Het kan echter ontstaan door verwondingen aan het oog, langdurige blootstelling aan bepaalde geneesmiddelen (bijvoorbeeld corticosteroïden) of aan röntgenstraling (bijvoorbeeld bij radiotherapie aan het oog), ontstekende en infectieuze oogziekten en als complicatie bij ziekten als diabetes mellitus. Cataract lijkt vaker voor te komen bij personen met donkere ogen, personen die langdurig zijn blootgesteld aan direct zonlicht, personen die zich slecht voeden en rokers. Patiënten die cataract aan één oog hebben gehad, hebben een verhoogd risico dat later ook aan het andere oog te krijgen. Soms ontstaat cataract in beide ogen tegelijk. Ook baby's kunnen ermee worden geboren (congenitale cataract) (zie Aangeboren afwijkingen:HartafwijkingenTabellen) en kinderen kunnen cataract krijgen, meestal als gevolg van een verwonding of ziekte.

Symptomen en diagnose

Omdat al het licht dat in het oog valt de lens passeert, kan elke vertroebeling van de lens die het licht tegenhoudt, vervormt of diffuus maakt, tot een verminderd gezichtsvermogen leiden. Het eerste symptoom van cataract is meestal wazig zien. Schitteringen en lichtkringen en, minder vaak, dubbelzien kunnen ook vroege symptomen van cataract zijn. Iemand kan ook opmerken dat kleuren geler en minder helder lijken. Lezen kan moeilijker worden omdat de patiënt slechter onderscheid kan maken tussen het wit en het zwart van gedrukte letters op een pagina.

Hoe ernstig het gezichtsvermogen door cataract wordt aangetast, hangt af van de lichtintensiteit die het oog binnenvalt en van de plaats waar de vertroebeling zich bevindt. In fel licht vernauwt de pupil zich, waardoor de opening waarlangs het licht het oog binnenvalt, smaller wordt. Het licht kan dan niet gemakkelijk een vertroebeling in het midden van de lens (nucleaire cataract) passeren. Bij zwakker licht verwijdt de pupil zich. Fel licht, bijvoorbeeld van koplampen van tegemoetkomend verkeer, wordt verstrooid door de rand van de cataract en veroorzaakt zo lichtkringen en schitteringen die vooral storend zijn tijdens het autorijden in het donker. Bij mensen die aan cataract lijden en geneesmiddelen gebruiken die de pupillen vernauwen (bijvoorbeeld bepaalde oogdruppels tegen glaucoom), kan het gezichtsvermogen sterker afnemen.

Bij normaal licht kan een nucleaire cataract in eerste instantie voor verzienden het gezichtsvermogen zonder bril verbeteren. Dat komt doordat de cataract als sterkere lens werkt en zo het licht op een andere manier breekt, waardoor het gemakkelijker wordt om scherp te stellen op nabijgelegen voorwerpen (dichtbij zien). Ouderen, die zonder bril vaak moeite hebben met het scherp zien van nabijgelegen voorwerpen, merken dan dat ze weer zonder bril kunnen lezen. Helaas blokkeert een nucleaire cataract uiteindelijk het licht dat het oog binnenvalt en maakt het wazig zodat het gezichtsvermogen vermindert.

Cataract die zich achter in de lens bevindt (posterieure subcapsulaire cataract) tast het gezichtsvermogen meer aan dan cataract op een andere plek in het oog. Dat komt doordat de vertroebeling zich op het punt bevindt waar de lichtstralen in een smalle bundel zijn samengekomen. Deze vorm van cataract verslechtert het gezichtsvermogen sterker in fel licht en veroorzaakt vaker schitteringen en lichtkringen.

Hoewel cataract bijna nooit pijnlijk is, kan de troebele lens in zeldzame gevallen opzetten waardoor er een verhoogde oogboldruk (glaucoom) ontstaat, die wel pijnlijk kan zijn.

De arts kan cataract meestal constateren met behulp van een oftalmoscoop (een instrument waarmee de binnenkant van het oog kan worden bekeken). Met behulp van een spleetlamp kan het oog nauwkeuriger worden onderzocht en kan de exacte plaats van de cataract worden vastgesteld en de mate waarin de vertroebeling licht blokkeert worden vastgesteld.

illustrative-material.figure-short 1

Hoe cataract (grijze staar) het gezichtsvermogen aantast

Hoe cataract (grijze staar) het gezichtsvermogen aantast

Links is een normale lens te zien die licht doorlaat en dit op het netvlies bundelt. Rechts is een lens met cataract te zien, die een deel van het binnenvallende licht tegenhoudt en het op het netvlies vallende beeld vervormt.

Preventie

Mensen kunnen een aantal dingen doen om te proberen cataract te voorkomen. Als iemand consequent een zonnebril draagt met een coating die ultraviolet licht (UV) filtert, worden de ogen tegen fel zonlicht beschermd, wat kan helpen. Niet roken is zinvol en heeft bovendien nog meer gezondheidsvoordelen. Patiënten met diabetes mellitus moeten samen met hun arts hun bloedglucosespiegel goed onder controle houden. Een dieet dat rijk is aan vitamine C, vitamine A en carotenoïden (aanwezig in groenten als spinazie en boerenkool) kan bescherming tegen cataract bieden. Het gebruik van oestrogenen door vrouwen na de menopauze kan ook beschermend werken, maar oestrogeen moet niet voor dit doel alleen worden gebruikt. Ten slotte kunnen mensen die gedurende langere perioden corticosteroïden gebruiken met hun arts overleggen of ze misschien een ander middel kunnen gebruiken.

Behandeling

Totdat het gezichtsvermogen aanzienlijk is aangetast, kunnen brillen en contactlenzen het zicht verbeteren. Ook het dragen van een zonnebril bij fel licht of het gebruik van indirecte verlichting, kunnen helpen de schittering te beperken en het gezichtsvermogen te verbeteren. In zeldzame gevallen helpen geneesmiddelen die de pupil verwijd houden indien de cataract zich in het midden van de lens bevindt.

De enige doeltreffende behandeling van cataract is een operatie. Er zijn geen oogdruppels of geneesmiddelen waarmee cataract kan verdwijnen. In een enkel geval veroorzaakt cataract veranderingen (bijvoorbeeld het opzwellen van de vertroebeling of glaucoom) waardoor artsen adviseren om de cataract snel te laten verwijderen. Meestal hoeven mensen zich echter alleen te laten opereren wanneer hun gezichtsvermogen zo door cataract is verslechterd, dat ze zich onveilig of ongemakkelijk voelen of niet meer in staat zijn om hun dagelijkse bezigheden uit te voeren. Eerder opereren biedt geen voordelen.

Een cataractoperatie kan worden uitgevoerd bij personen van alle leeftijden en levert gewoonlijk geen risico's op, zelfs niet voor mensen met bijvoorbeeld hartaandoeningen of diabetes mellitus. De arts maakt meestal een kleine insnijding in het oog en verwijdert vervolgens de cataract door deze door middel van ultrasone trillingen uiteen te laten vallen en vervolgens de stukjes te verwijderen (faco-emulsificatie). Wanneer alle stukjes van de cataract zijn verwijderd, worden deze vervangen door een kunstlens (intraoculaire lens). Het is echter niet altijd veilig om een intraoculaire lens te implanteren. In dat geval moeten patiënten nadat de cataract is verwijderd sterke brillen of contactlenzen dragen.

Cataractoperaties worden vrijwel altijd onder plaatselijke verdoving uitgevoerd, waarbij het oogoppervlak met een injectie of oogdruppels wordt verdoofd. In zeldzame gevallen is bij kinderen of bij volwassenen die tijdens de operatie niet stil kunnen liggen een algehele verdoving nodig. De behandeling kost normaal gesproken ongeveer 30 minuten en de patiënt kan dezelfde dag weer naar huis. Hechtingen zijn meestal niet nodig omdat de insnijding in het oog klein is en vanzelf dichtgaat.

Patiënten doen er goed aan vóór de operatie te regelen dat ze gedurende enkele dagen na de operatie extra hulp in huis krijgen, omdat ze in hun activiteiten kunnen worden belemmerd. Zo mogen ze soms niet voorover hangen of zwaar tillen. Ook kunnen veranderingen in het gezichtsvermogen, zoals wazig zien en last hebben van fel licht, enige tijd na de operatie optreden. De patiënt moet gedurende enkele weken na de operatie oogdruppels of oogzalf gebruiken om infecties te voorkomen, de ontsteking te remmen en het genezingsproces te bevorderen. Om het oog tegen beschadiging te beschermen, dient de patiënt een bril of een oogdop te dragen totdat het oog genezen is (meestal na een paar weken). De patiënt wordt de dag na de operatie en vervolgens meestal één week en één maand erna door de oogarts gecontroleerd. Indien een patiënt cataract aan beide ogen heeft, wachten veel artsen tot enkele maanden na genezing van het eerste oog voordat ze de cataract uit het andere oog verwijderen.

Veel mensen kunnen binnen een paar weken na een cataractoperatie beter in de verte zien. Bijna iedereen heeft een bril nodig om te lezen en sommigen hebben ook een bril nodig om in de verte zo goed mogelijk te zien. Vóór de operatie berekent de arts hoe sterk de kunstlens moet zijn. Op die manier is het mogelijk dat iemand die vóór de ingreep zeer sterke glazen nodig had, erna veel dunnere glazen kan dragen.

Complicaties na een cataractoperatie komen zelden voor. Er kan een infectie of ernstige bloeding in het oog ontstaan, wat tot ernstige aantasting van het gezichtsvermogen kan leiden. De oogdruk kan te hoog worden, wat zonder behandeling glaucoom tot gevolg heeft, of de geïmplanteerde lens kan van zijn plaats gaan. De achterkant van het oog (het netvlies of de retina) kan zwellen of losraken. (zie Aandoeningen van het netvlies: Loslaten van het netvlies)

In zeldzame gevallen kan het gezichtsvermogen bij patiënten met netvliesaandoeningen, zoals diabetische retinopathie, na de operatie slechter worden. Deze ongebruikelijke complicaties kunnen snel worden ontdekt en behandeld als de patiënt na de operatie zorgvuldig door de arts wordt gecontroleerd.

Soms ontstaat een vertroebeling van het weefsel (kapsel) dat bij het verwijderen van de oorspronkelijke lens in het oog is achtergebleven (‘nastaar'). Dit gebeurt bij één op de vier mensen die een cataractoperatie hebben ondergaan maanden of zelfs jaren nadat een kunstlens is geïmplanteerd. Doorgaans wordt dit verholpen door met een laser een kleine opening te maken in het vertroebelde kapsel om licht door te laten.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven
Illustraties
Tabellen
Disclaimer