MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Introductie
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Het voortplantingssysteem bij de vrouw bestaat uit de uitwendige en inwendige geslachtsorganen. De borsten worden soms ook tot het voortplantingssysteem gerekend. (zie Borstaandoeningen: Introductie)

De ontwikkeling en het functioneren van het voortplantingssysteem worden echter ook door andere delen van het lichaam beïnvloed, zoals de hypothalamus (een deel van de hersenen), de hypofyse (vlak onder de hypothalamus) en de bijnieren (boven op de nieren). De hypothalamus regelt de interactie tussen de geslachtsorganen, de hypofyse en de bijnieren. Deze delen van het lichaam beïnvloeden elkaar door de afgifte van hormonen (de zogenaamde ‘releasing factors'); dit zijn chemische boodschappers die activiteiten in het lichaam sturen en coördineren. De hypothalamus maakt het gonadotrophin-releasing hormone aan dat de hypofyse aanzet tot de productie van het follikelstimulerend hormoon (FSH) en het luteïniserend hormoon (LH). Deze hormonen stimuleren de eierstokken tot de productie van de vrouwelijke geslachtshormonen oestrogeen en progesteron en enkele mannelijke geslachtshormonen (androgenen). (Mannelijke geslachtshormonen stimuleren de groei van schaam- en okselhaar in de puberteit en zorgen voor behoud van spiermassa bij zowel jongens als meisjes.) Na een bevalling geeft de hypothalamus een signaal aan de hypofyse om prolactine te produceren, een hormoon dat de melkproductie stimuleert. De bijnieren produceren kleine hoeveelheden vrouwelijke en mannelijke geslachtshormonen.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Volgende: Gevolgen van ouder worden

Illustraties
Tabellen
Disclaimer