MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Menstruele cyclus
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Menstruele cyclus

Tijdens de menstruatie wordt het baarmoederslijmvlies grotendeels afgestoten, wat met bloedverlies gepaard gaat. De menstruatie vindt in cycli van ongeveer een maand plaats, behalve tijdens zwangerschap en na de menopauze. De menstruatie kenmerkt de vruchtbare jaren in het leven van de vrouw, van de eerste menstruatie (menarche) tijdens de puberteit tot de laatste menstruatie (menopauze (zie Menopauze: Introductie)).

Per definitie wordt de eerste dag van de bloeding aangehouden als het begin van elke menstruele cyclus (dag 1). De cyclus eindigt vlak voor de volgende menstruele bloeding. De duur van de normale menstruele cyclus varieert van 21 tot 40 dagen. Slechts 10 tot 15% van de vrouwen heeft een cyclus van exact 28 dagen (4 weken). De perioden tussen de menstruaties zijn meestal het langst in de jaren direct na de eerste menstruatie en voor de menopauze.

De menstruele cyclus wordt gereguleerd door hormonen: luteïniserend hormoon en follikelstimulerend hormoon (aangemaakt door de hypofyse) en oestrogeen en progesteron (aangemaakt door de eierstokken). De cyclus kent drie fasen: de folliculaire fase, de ovulatiefase en de luteale fase.

De folliculaire fase begint op de eerste bloedingsdag en eindigt kort voor een plotselinge stijging van de hoeveelheid luteïniserend hormoon. Deze stijging leidt ertoe dat de eicel vrijkomt (ovulatie). In deze fase ontwikkelen zich de follikels in de eierstokken. De folliculaire fase varieert in tijdsduur en beslaat gemiddeld ongeveer 13 dagen van de cyclus. Deze fase wordt over het algemeen korter aan het eind van de vruchtbare jaren, tegen de menopauze.

Vroeg in de folliculaire fase vult het baarmoederslijmvlies zich met vloeistoffen en voedingsstoffen bestemd voor een embryo. Als er geen eicel is bevrucht, dalen de oestrogeen- en progesteronspiegels, wordt het baarmoederslijmvlies grotendeels afgestoten en begint de menstruatie. Een menstruatie duurt drie tot zeven dagen, met een gemiddelde van vijf dagen. Het bloedverlies in een cyclus varieert van 15 tot 300 ml, met een daggemiddelde van 60 ml. Maandverband of een tampon kan, afhankelijk van het type, maximaal 30 ml bloed opnemen. In tegenstelling tot bloed dat bij een verwonding vrijkomt, stolt menstruatiebloed meestal niet, tenzij de bloeding zeer hevig is.

Tijdens het eerste deel van de folliculaire fase produceert de hypofyse iets meer follikelstimulerend hormoon. Dit hormoon stimuleert vervolgens de groei van drie tot twintig follikels, die elk een eicel bevatten. Later in deze fase, wanneer de concentratie van dit hormoon daalt, groeit slechts een van deze follikels (de dominante follikel) door. Al gauw begint deze follikel oestrogeen te produceren, waarna de andere gestimuleerde follikels afsterven.

De ovulatiefase begint met een plotselinge stijging van de hoeveelheid luteïniserend hormoon en, in mindere mate, van follikelstimulerend hormoon. De dominante follikel wordt door luteïniserend hormoon gestimuleerd om als het ware uit het oppervlak van de eierstok te puilen, waarna de dunne wand van de follikel uiteindelijk openbarst en de eicel vrijkomt. (Welke functie de stijging van de hoeveelheid follikelstimulerend hormoon heeft, is niet bekend.)

De ovulatiefase eindigt met de eisprong, meestal 36 uur na aanvang van de plotselinge stijging van de hoeveelheid luteïniserend hormoon. Ongeveer 12 tot 24 uur voor de eisprong kan deze stijging worden aangetoond door meting van de concentratie luteïniserend hormoon in de urine. De eicel kan slechts gedurende een korte periode (tot ongeveer 12 uur) na de eisprong worden bevrucht. Er is een grotere kans op bevruchting wanneer al voor de eisprong zaadcellen in het voortplantingssysteem aanwezig zijn.

Rond de ovulatie voelen sommige vrouwen een vage pijn aan één kant in de onderbuik. Dit wordt ‘middenpijn' genoemd. De pijn kan een paar minuten tot een paar uur duren. De pijn wordt gevoeld aan de kant van de eierstok waaruit de eicel is vrijgekomen, maar de precieze oorzaak van de pijn is niet bekend. De pijn kan vóór of na het openbarsten van de follikel optreden en hoeft niet tijdens alle cycli op te treden. De eisprong vindt niet afwisselend in de linker of rechter eierstok plaats, maar lijkt willekeurig. Wanneer één eierstok is verwijderd, komt elke maand een eicel vrij uit de overgebleven eierstok.

De ovulatiefase wordt door de luteale fase gevolgd. Deze fase duurt ongeveer 14 dagen, tenzij er bevruchting plaatsvindt, en eindigt vlak voor een menstruatie. In de luteale fase sluit de opengebarsten follikel zich na de eisprong en vormt het ‘gele lichaam' (corpus luteum), dat steeds grotere hoeveelheden progesteron produceert. Het gele lichaam moet de baarmoeder voorbereiden voor het geval er bevruchting plaatsvindt. Het door het gele lichaam geproduceerde progesteron zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies dikker wordt en zich met vloeistoffen en voedingsstoffen vult als voorbereiding op een eventuele foetus. Ook het slijm in de baarmoederhals wordt onder invloed van progesteron dikker, waardoor zaadcellen en bacteriën moeilijker de baarmoeder kunnen binnendringen. Verder stijgt tijdens de luteale fase onder invloed van progesteron de lichaamstemperatuur licht en deze blijft tot het begin van de menstruatie verhoogd. Deze temperatuurverhoging kan worden gebruikt om te bepalen of een ovulatie heeft plaatsgevonden. (zie Vruchtbaarheidsstoornissen: Diagnose)

In het tweede deel van de luteale fase stijgt de oestrogeenspiegel, waardoor het baarmoederslijmvlies overgaat tot de productie van stoffen ten behoeve van de voeding van het embryo.

Als reactie op de gestegen oestrogeen- en progesteronspiegels neemt het aantal melkgangen in de borsten toe. Hierdoor kunnen de borsten zwellen en gevoelig worden.

Als de eicel niet wordt bevrucht, sterft het gele lichaam na 14 dagen af, waarna een nieuwe menstruele cyclus begint. Als de eicel wel wordt bevrucht, beginnen de cellen rondom het zich ontwikkelende embryo een hormoon te produceren dat ‘humaan choriongonadotrofine' (hCG) wordt genoemd. Het gele lichaam, dat progesteron blijft produceren, wordt door dit hormoon in stand gehouden totdat de zich ontwikkelende foetus zijn eigen hormonen kan produceren. Zwangerschapstests zijn gebaseerd op het aantonen van een verhoogde hoeveelheid humaan choriongonadotrofine.

illustrative-material.figure-short 3

Veranderingen tijdens de menstruele cyclus

Veranderingen tijdens de menstruele cyclus

De menstruele cyclus wordt gereguleerd door de ingewikkelde interactie tussen hormonen: het luteïniserend hormoon en het follikelstimulerend hormoon (die door de hypofyse worden geproduceerd) en de vrouwelijke geslachtshormonen oestrogeen en progesteron (die door de eierstokken worden geproduceerd).

De menstruele cyclus begint met de menstruele bloeding (menstruatie). De dag waarop de menstruatie begint, is de eerste dag van de folliculaire fase. De menstruatie komt op gang wanneer de oestrogeen- en progesteronspiegels dalen, waardoor het verdikte baarmoederslijmvlies afsterft en wordt afgestoten. Tijdens de eerste helft van deze fase stijgt de concentratie van het follikelstimulerend hormoon licht, waardoor de ontwikkeling van meerdere follikels wordt gestimuleerd. Elke follikel bevat een eicel. Later, wanneer de concentratie van het follikelstimulerend hormoon daalt, komt slechts één van deze follikels tot rijping. Deze follikel produceert oestrogeen.

De ovulatiefase begint met een sterke stijging van de hoeveelheden luteïniserend hormoon en follikelstimulerend hormoon. Het luteïniserend hormoon stimuleert de ovulatie (eisprong), die meestal 16 tot 32 uur na het begin van de stijging van de hormoonspiegels plaatsvindt. Tijdens deze stijging bereikt de oestrogeenspiegel vóór de ovulatie een hoogtepunt en begint ook de progesteronspiegel te stijgen.

In de luteale fase dalen de hoeveelheden luteïniserend hormoon en follikelstimulerend hormoon. Nadat de eicel is vrijgekomen, sluit de opengebarsten follikel zich en ontstaat het gele lichaam, dat progesteron produceert. Later in deze fase stijgt de oestrogeenspiegel. Progesteron en oestrogeen zorgen ervoor dat het baarmoederslijmvlies nog dikker wordt. Als de eicel niet wordt bevrucht, sterft het gele lichaam af en produceert het geen progesteron meer. Ook de hoeveelheid oestrogeen daalt, het baarmoederslijmvlies sterft af en wordt afgestoten en er begint een nieuwe menstruele cyclus.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Inwendige geslachtsorganen

Volgende: Puberteit

Illustraties
Tabellen
Disclaimer