MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

De menopauze is het definitieve einde van het cyclisch functioneren van de eierstokken (ovaria) en dus van de menstruatie.

De menopauze is het gevolg van het feit dat naarmate een vrouw ouder wordt de eierstokken steeds minder oestrogeen en progesteron produceren. Oestrogeen en progesteron zijn de hormonen die de maandelijkse ovulatie (eisprong) regelen. (zie Biologie van het voortplantingssysteem bij de vrouw: Menstruele cyclus)

Wanneer een vrouw de menopauze nadert, treedt in steeds minder cycli een ovulatie op. Uiteindelijk blijft deze volledig uit. Hierdoor komt een eind aan de menstruatie en kan de vrouw niet meer zwanger worden. De laatste menstruatie kan pas achteraf worden vastgesteld, nadat de vrouw ten minste 12 maanden niet meer heeft gemenstrueerd. (Vrouwen die niet zwanger willen raken, dienen nog tot 1 jaar na hun laatste menstruatie geboorteregeling toe te passen.)

Voor en vlak na de menopauze doet zich een duidelijke overgangsperiode voor, de perimenopauze. Tijdens de perimenopauze schommelen de oestrogeen- en progesteronspiegels sterk. In het begin van deze overgangsperiode kan de oestrogeenspiegel hoog zijn, terwijl er gedurende korte perioden soms helemaal geen oestrogeen wordt geproduceerd. Deze schommelingen verklaren waarom veel vrouwen van in de veertig last hebben van climacterische symptomen (overgangsverschijnselen). Deze symptomen kunnen vanzelf verdwijnen.

De gemiddelde leeftijd waarop een vrouw voor het laatst menstrueert ligt tussen de 51 en 52 jaar. Er is sprake van vervroegde menopauze (climacterium praecox) als de menstruatie voor het 45e jaar uitblijft. (zie Menopauze: Vroegtijdige menopauze)

Een niet-natuurlijke menopauze is het gevolg van een medische behandeling waardoor de hormoonproductie door de eierstokken daalt of stopt. Voorbeelden hiervan zijn een chirurgische ingreep waarbij de eierstokken worden verwijderd of waarbij onbedoeld de bloedtoevoer naar de eierstokken wordt verminderd. Ook behandeling van kanker door middel van chemotherapie of radiotherapie van het bekken, inclusief de eierstokken, kan een niet-natuurlijke menopauze veroorzaken. Door chirurgische verwijdering van de baarmoeder (hysterectomie) stopt de menstruatie, maar deze ingreep veroorzaakt geen menopauze zolang de eierstokken blijven functioneren.

Symptomen

Tijdens de perimenopauze kunnen lichte, matige of ernstige symptomen optreden; soms zijn er geen symptomen. Aangenomen wordt dat perimenopauzale symptomen worden veroorzaakt door schommelingen in hormoonspiegels, die zich voordoen wanneer een vrouw de menopauze nadert.

Onregelmatige menstruaties, die zich vaker of minder vaak voordoen, kunnen het eerste symptoom van de perimenopauze zijn. De menstruaties kunnen korter of langer duren en lichter of heviger zijn. Ze kunnen maandenlang uitblijven en dan weer regelmatig worden. Soms blijft een vrouw echter tot aan de menopauze regelmatig menstrueren.

Ongeveer driekwart van alle vrouwen heeft last van ‘opvliegers'. De meeste vrouwen hebben er meer dan 1 jaar last van en bij de helft van de vrouwen duurt het meer dan 5 jaar. De oorzaak van opvliegers is niet bekend, maar kan gelegen zijn in schommelingen in hormoonspiegels. Tijdens een opvlieger lijken bloedvaten vlak onder het huidoppervlak zich te verwijden. Hierdoor neemt de bloedtoevoer toe en wordt de huid, vooral van hoofd en hals, rood en warm. De vrouw kan hevig gaan transpireren. Een opvlieger duurt tussen de 30 seconden en 5 minuten en kan door koude rillingen worden gevolgd.

Andere symptomen die zich rond de menopauze kunnen voordoen, zijn onder meer stemmingswisselingen, neerslachtigheid, prikkelbaarheid, angst, nervositeit, slapeloosheid, concentratieverlies, hoofdpijn en vermoeidheid. Deze symptomen houden mogelijk verband met de daling van de oestrogeenspiegel in diezelfde periode. Het exacte verband tussen de oestrogeenspiegel en symptomen is echter onduidelijk. Nachtelijk zweten, dat met opvliegers samenhangt, kan de slaap verstoren en zo de vermoeidheid en prikkelbaarheid verergeren. Slaapstoornissen komen echter ook vaak voor bij vrouwen die geen last hebben van opvliegers.

Vrouwen kunnen af en toe duizelig zijn of tintelingen voelen. Ze kunnen hun hart zeer krachtig of snel voelen kloppen (hartkloppingen). Ze kunnen tijdens de perimenopauze en ook nog na de menopauze aankomen. Deze gewichtstoename houdt echter geen verband met de veranderingen in hormoonspiegels en hoort misschien bij het normale proces van ouder worden.

Hoe vervelend de symptomen van de perimenopauze ook zijn, ze worden na de menopauze veelal minder frequent en minder hevig. De complicaties van de menopauze, die het gevolg zijn van de daling van de oestrogeenspiegel, worden daarentegen steeds erger, tenzij er preventieve maatregelen worden getroffen.

Na de menopauze leidt de daling van de oestrogeenspiegel in een aantal maanden of jaren tot veranderingen in de voortplantingsorganen. De vaginawand wordt dunner, droger en minder elastisch (een aandoening die ‘vagina-atrofie' wordt genoemd). Deze veranderingen kunnen pijn bij geslachtsgemeenschap veroorzaken en het risico van een ontsteking (vaginitis) vergroten. Andere geslachtsorganen (de kleine schaamlippen, clitoris, baarmoeder en eierstokken) worden kleiner. De zin in seks (libido) neemt over het algemeen af. Het effect van de menopauze van het vermogen om tot een orgasme te kunnen komen, varieert per vrouw. Voor veel vrouwen verandert er niets. Sommige vrouwen kunnen gemakkelijker een orgasme krijgen, anderen daarentegen helemaal niet meer.

De binnenwand van de plasbuis (urethra) wordt dunner en de spieren die de uitstroom van urine regelen (rond de blaasuitgang) worden zwakker. Hierdoor kan tijdens het urineren een branderig gevoel optreden. Ook kan er gemakkelijker een urineweginfectie optreden. Veel postmenopauzale vrouwen hebben last van stressincontinentie (inspanningsincontinentie), waarbij kleine hoeveelheden urine uit de blaas ontsnappen bij lachen, hoesten of andere activiteiten waarbij druk (stress) op de blaas wordt uitgeoefend. (zie Urine-incontinentie: Vormen en oorzaken)

Sommige vrouwen krijgen last van urge-incontinentie (aandrangincontinentie), een plotselinge, sterke aandrang (urge) om te urineren die niet kan worden onderdrukt.

Naarmate de oestrogeenspiegel daalt, dalen ook de hoeveelheden collageen (een eiwit dat de huid sterk maakt) en elastine (een eiwit dat de huid elastisch maakt). Hierdoor kan de huid dunner, droger en minder elastisch worden en gemakkelijker beschadigd raken.

De daling van de oestrogeenspiegel leidt vaak tot een afname van de botdichtheid en soms tot osteoporose (botontkalking (zie Osteoporose: Introductie)), doordat oestrogeen voor behoud van botweefsel zorgt. De botten worden poreuzer en zwakker, waardoor het risico van botbreuken toeneemt. Tijdens de eerste 2 jaar na de menopauze neemt de botdichtheid met 3 tot 5% per jaar af. Daarna bedraagt de afname ongeveer 1 tot 2% per jaar.

Na de menopauze stijgen de concentraties van lipiden, vooral LDL-cholesterol. De stijging van de lipidenconcentraties zou voor een deel verklaren hoe het komt dat aandoeningen van de kransslagaders bij vrouwen na de menopauze vaker voorkomen.

Diagnose

Bij ongeveer driekwart van alle vrouwen is duidelijk wanneer de menopauze is opgetreden. Als de menopauze moet worden bevestigd (voornamelijk bij jongere vrouwen), worden via bloedonderzoek de concentraties van oestrogeen en follikelstimulerend hormoon gemeten. Dit laatste hormoon zet de eierstokken tot de productie van oestrogeen en progesteron aan. Vooral in de perimenopauze kunnen deze testen op momenten normaal uitvallen terwijl het proces toch gaande is.

Voordat met een behandeling wordt begonnen, neemt de arts de anamnese (medische voorgeschiedenis) en familieanamnese af en verricht hij een lichamelijk onderzoek. De arts onderzoekt onder meer de borsten en het bekken en meet de bloeddruk. Ook wordt mammografie uitgevoerd. Er kan bloedonderzoek worden verricht en de botdichtheid kan worden gemeten. Op basis van de aldus verkregen informatie kan de arts vaststellen hoe groot het risico is dat zich bij de vrouw na de menopauze aandoeningen ontwikkelen. Bij vrouwen met een voorgeschiedenis van abnormaal vaginaal bloedverlies kan een endometriumbiopsie (zie Symptomen en diagnose van gynaecologische aandoeningen: Biopsie) worden uitgevoerd ter controle op aanwijzingen voor kanker. Hierbij wordt een klein stukje weefsel van het baarmoederslijmvlies (het endometrium) weggenomen en onder een microscoop onderzocht.

Behandeling

Door geen sterk gekruid eten, hete dranken, cafeïne en alcohol te consumeren, zouden opvliegers voor een deel kunnen worden voorkomen, omdat deze stoffen opvliegers kunnen veroorzaken. Wat ook kan helpen, is het eten van voedsel met een hoog gehalte aan B-vitaminen of vitamine E, of voedsel met een hoog gehalte aan plantaardige oestrogenen (fyto-oestrogenen), zoals tahoe, sojamelk, tempeh en miso. Niet roken, vermijden van stress en regelmatig bewegen zou niet alleen helpen tegen opvliegers, maar ook bevorderlijk zijn voor de nachtrust. Het dragen van kleding in lagen, die kunnen worden aan- en uitgetrokken wanneer een vrouw het koud of warm heeft, maakt het gemakkelijker met opvliegers om te gaan. Ademende kleding, zoals katoenen ondergoed en nachtkleding, kan aan het comfort bijdragen.

Met aerobics, ontspanningstechnieken, meditatie, massage en yoga kunnen niet alleen opvliegers, maar ook neerslachtigheid, prikkelbaarheid en vermoeidheid worden tegengegaan. Door minder calorieën te eten en meer te bewegen kan gewichtstoename mogelijk worden voorkomen. Oefeningen waarbij de botten worden belast (zoals lopen, joggen en gewichtheffen) en het gebruik van calcium en vitamine D vertragen de afname van de botdichtheid.

Veel van deze maatregelen (zo nodig afvallen, stoppen met roken en regelmatig bewegen), naast een vermindering van de totale hoeveelheid vet en cholesterol in de voeding, kunnen worden aanbevolen om de cholesterolspiegels te verlagen en zo het risico van atherosclerose te verminderen.

Als geslachtsgemeenschap als gevolg van vaginale droogte pijnlijk is, kan een vrij verkrijgbaar glijmiddel uitkomst bieden. Seksueel actief blijven helpt ook. Hierdoor wordt namelijk de bloedstroom naar de vagina en omliggende weefsels gestimuleerd en blijven de weefsels soepel. Met Kegel-oefeningen kan de controle over de blaas worden verbeterd. (zie Seksuele disfunctie:SeksueleopwindingsstoornisKader)

Bij deze oefeningen spant een vrouw de bekkenbodemspieren aan alsof ze haar plas ophoudt.

Hormoontherapie: voor vrouwen die de baarmoeder nog hebben, bestaat hormoontherapie gewoonlijk uit een combinatie van een progestageen, bijvoorbeeld medroxyprogesteron Handelsnaam
Provera
Depo‑Provera
Farlutal
, en oestrogeen. Een progestageen, een middel dat op het hormoon progesteron lijkt, wordt samen met oestrogeen gegeven om het risico van baarmoederslijmvlieskanker (endometriumkanker) te verkleinen. Een progestageen kan zonder oestrogeen worden voorgeschreven aan vrouwen met baarmoederslijmvlieskanker of borstkanker. Progestagenen zijn zowel in synthetische als in natuurlijke vorm verkrijgbaar. De natuurlijke vorm is gelijk aan het progesteron dat de vrouw zelf maakt.

Voordelen en risico's: hormoontherapie (oestrogeen in combinatie met een progestageen) kan veel symptomen van de menopauze verlichten. Deze therapie kan geschikt zijn als de voordelen groter lijken dan de risico's (in het bijzonder een verhoogde kans op borstkanker, hersenbloeding en trombose). Wel of geen hormoontherapie gebruiken is een moeilijke beslissing die een vrouw samen met haar arts moet nemen op basis van de individuele situatie van de vrouw. De beslissing is zo ingewikkeld omdat de informatie over de voordelen en risico's van oestrogeen moeilijk is te interpreteren en toe te passen. Uit recent onderzoek blijkt dat hormoontherapie niet voor elke vrouw geschikt is en dat er vraagtekens moeten worden geplaatst bij het langdurig gebruik van hormoontherapie. Daarom wordt het tegenwoordig afgeraden hormoontherapie langer dan 5 jaar toe te passen.

Oestrogeen is het effectiefste middel tegen opvliegers. Met oestrogeen kan het droger en dunner worden van het weefsel van de vagina en urinewegen worden tegengegaan, waardoor het seksuele functioneren wordt verbeterd en infecties kunnen worden voorkomen. Oestrogeen kan helpen voorkomen dat de huid droog en niet-elastisch wordt.

Oestrogeen kan de progressie van osteoporose stopzetten of vertragen. In het eerste jaar waarin oestrogeen wordt gebruikt, kan de botdichtheid met 3% toenemen en blijft deze op hetzelfde niveau zolang het gebruik van oestrogeen wordt voortgezet. Vrouwen die ter verlichting van symptomen hormoontherapie gebruiken, profiteren van dit voordeel. De meeste vrouwen wordt het tegenwoordig echter afgeraden hormoontherapie uitsluitend ter voorkoming van osteoporose te gebruiken.

Welke uitwerking oestrogeen heeft op de ontwikkeling van atherosclerose, dat tot een hart- of herseninfarct kan leiden, is duidelijk. Oestrogeen verlaagt de concentratie van LDL-cholesterol (low-density lipoprotein, het ‘slechte' cholesterol) en verhoogt de concentratie van HDL-cholesterol (high-density lipoprotein, het ‘goede' cholesterol). Oestrogeen verbetert echter de kans op een goede uitkomst na een hartinfarct niet, verhoogt het risico van bloedstolsels en kan het risico van een hart- of herseninfarct vergroten. Daarom wordt hormoontherapie (oestrogeen in combinatie met een progestageen) niet langer geadviseerd ter voorkoming van aandoeningen aan de kransslagaders of de gevolgen daarvan (zoals een hart- of herseninfarct), ongeacht of bij een vrouw al een hart- of herseninfarct of bloedstolselvorming is opgetreden.

Oestrogeen alleen verhoogt het risico van baarmoederslijmvlieskanker van ongeveer 1 op de 1000 naar 4 op de 1000 vrouwen per jaar. Het risico is groter bij hogere doses en langduriger gebruik van oestrogeen. Door het gebruik van een progestageen naast oestrogeen kan het risico van baarmoederslijmvlieskanker vrijwel worden uitgesloten. Het risico wordt zelfs nog kleiner dan bij vrouwen die geen hormoontherapie gebruiken. Een vrouw bij wie de baarmoeder is verwijderd, loopt geen risico deze vorm van kanker te krijgen en hoeft dus ook geen progestageen te gebruiken. Oestrogeen, al of niet in combinatie met een progestageen, wordt gewoonlijk niet voorgeschreven aan vrouwen die baarmoederslijmvlieskanker in een vergevorderd stadium hebben of hebben gehad, of die vaginaal bloedverlies hebben waarvan de oorzaak niet bekend is.

Het risico van borstkanker lijkt toe te nemen wanneer hormoontherapie langer dan 5 jaar wordt toegepast. Hoe langer vrouwen hormoontherapie gebruiken en hoe hoger de dosis, des te groter is het risico van borstkanker.

In het eerste jaar van oestrogeentherapie is het risico van galstenen iets verhoogd.

Oestrogeentherapie kan leveraandoeningen en acute intermitterende porfyrie verergeren. Daarom wordt deze therapie doorgaans niet voorgeschreven aan vrouwen die deze aandoeningen hebben of hebben gehad.

Vooral bij hoge doses kan oestrogeen bijwerkingen hebben, waaronder misselijkheid, gevoelige borsten, hoofdpijn, het vasthouden van vocht en stemmingswisselingen.

Een progestageen alleen kan opvliegers verlichten, maar heeft geen invloed op vaginale droogte. Synthetische progestagenen verhogen de concentratie van het slechte LDL-cholesterol en verlagen die van het goede HDL-cholesterol, waardoor het risico van atherosclerose kan toenemen. Progestagenen kunnen de volgende bijwerkingen hebben: opgezette buik, pijnlijke borsten, hoofdpijn, stemmingswisselingen en acne. Een bepaald type progestageen, ‘gemicroniseerd progesteron' genaamd, lijkt daarentegen minder bijwerkingen te hebben en heeft mogelijk geen nadelige gevolgen voor de cholesterolspiegels.

Toedieningsvormen: oestrogeen en een progestageen kunnen op verschillende manieren worden toegediend. Ze kunnen als twee aparte tabletten of in de vorm van een combinatietablet worden ingenomen. Meestal worden oestrogeen en een progestageen dagelijks ingenomen. Dit schema veroorzaakt gewoonlijk in het eerste jaar van de therapie of nog langer onregelmatige vaginale bloedingen. Een andere mogelijkheid is inname volgens een cyclisch maandschema. Oestrogeen wordt dan dagelijks ingenomen en een progestageen gedurende 12 tot 14 dagen per maand. Met dit schema hebben de meeste vrouwen elke maand een vaginale bloeding.

Andere toedieningsvormen zijn onder meer een injectie met progestageen, een oestrogeenpleister (transdermaal oestrogeen), een combinatiepleister met oestrogeen en progestageen, en oestrogeencrèmes.

In de vagina kan een oestrogeencrème worden aangebracht of een op een pessarium lijkende ring of een oestrogeentablet worden geplaatst. Aldus toegediend kan oestrogeen voorkomen dat de vaginawand dunner en droger wordt. Hierdoor kan pijn bij geslachtsgemeenschap worden voorkomen. Een deel van de oestrogeencrème in de bloedbaan wordt opgenomen, vooral naarmate de conditie van de vaginawand verbetert. In theorie kan oestrogeen in crèmevorm het risico van baarmoederslijmvlieskanker vergroten.

Selectieve oestrogeenreceptormodulators (SERM's): deze geneesmiddelen hebben in bepaalde delen van het lichaam dezelfde werking als oestrogeen. De enige SERM die momenteel bij problemen die te maken hebben met de menopauze wordt gebruikt, is raloxifeen. Net als oestrogeen kan raloxifeen voorkomen dat de botdichtheid bij postmenopauzale vrouwen afneemt en verhoogt het het risico van bloedstolsels (van 1 op de 10.000 naar 2 of 3 op de 10.000 vrouwen). Raloxifeen voorkomt fracturen van de rugwervels (vertebrae). In andere delen van het lichaam kan raloxifeen echter juist een tegengestelde werking hebben aan die van oestrogeen. Zo krijgt 1 op de 10 vrouwen meer last van opvliegers. Verder lijkt raloxifeen het risico van baarmoederslijmvlieskanker niet te vergroten en remt het de groei van borstweefsel.

Tamoxifen Handelsnaam
Nolvadex
Tamoplex
, een andere SERM, wordt gebruikt om borstkanker te behandelen en terugkeer ervan te voorkomen en tevens om te voorkomen dat bij vrouwen met een verhoogd risico borstkanker ontstaat. Omdat raloxifeen op tamoxifen Handelsnaam
Nolvadex
Tamoplex
lijkt, wordt onderzoek gedaan naar de geschiktheid van raloxifeen als middel om borstkanker te voorkomen.

Andere geneesmiddelen: er zijn nog diverse andere typen geneesmiddelen die bepaalde symptomen van de menopauze kunnen verlichten. Clonidine Handelsnaam
Catapresan
Dixarit
, gebruikt ter behandeling van een hoge bloeddruk, kan de intensiteit van opvliegers verminderen. Een antidepressivum, zoals paroxetine Handelsnaam
Seroxat
, sertraline Handelsnaam
Zoloft
of venlafaxine Handelsnaam
Efexor
, kan opvliegers verlichten. Antidepressiva kunnen ook neerslachtigheid, angstgevoelens en prikkelbaarheid verminderen. (zie Depressie en manie: Prognose en behandeling)

Slaapmiddelen kunnen helpen tegen slapeloosheid. (zie Slaapstoornissen: Behandeling)

Lipidenverlagende geneesmiddelen (zie Vetstofwisselingsstoornissen:HyperlipoproteïnemieTabellen) kunnen worden gebruikt om de cholesterolspiegels te verlagen, waardoor het risico van atherosclerose wordt verkleind. Bisfosfonaten, alleen of in combinatie met oestrogeen, kunnen worden ingenomen om het risico van osteoporose te verkleinen. (zie Osteoporose: Behandeling)

Deze geneesmiddelen vergroten de botdichtheid en zijn de enige waarvan is aangetoond dat ze het risico van wervel- en heupfracturen verkleinen.

Alternatieve middelen: sommige vrouwen gebruiken medicinale kruiden en andere voedingssupplementen om opvliegers, prikkelbaarheid, stemmingswisselingen en geheugenverlies tegen te gaan. Voorbeelden hiervan zijn zilverkaars, DHEA (dehydro-epiandrosteron), dong quai, teunisbloem, ginseng en sint-janskruid. Dergelijke middelen zijn echter niet geregistreerd. Dit wil zeggen dat hun veiligheid of effectiviteit voor dit gebruik niet is aangetoond. Evenmin zijn de ingrediënten en de hoeveelheden van elk ingrediënt in een product gestandaardiseerd. (zie Geneeskrachtige kruiden en ‘nutraceuticals': Introductie)

Bovendien kunnen sommige voedingssupplementen de werking van geneesmiddelen beïnvloeden en bepaalde aandoeningen verergeren. Vrouwen die het gebruik van dergelijke voedingssupplementen overwegen, doen er goed aan dit met hun arts te bespreken.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Volgende: Vroegtijdige menopauze

Illustraties
Tabellen
Disclaimer