MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Borstkanker

Borstkanker is (na huidkanker) bij vrouwen de op één na meest voorkomende vorm van kanker en is van alle vormen van kanker (na longkanker) de op één na meest voorkomende doodsoorzaak. Ongeveer één op de vijf vrouwen bij wie borstkanker wordt geconstateerd, overlijdt aan borstkanker.

Veel vrouwen zijn bang voor borstkanker omdat de ziekte zo vaak voorkomt. Voor een deel is de angst voor borstkanker echter gebaseerd op misverstanden. Zo is de stelling ‘Eén op de acht vrouwen zal borstkanker krijgen' misleidend. Dat cijfer is de uitkomst van een statistische berekening, gebaseerd op alle vrouwen in de leeftijd van 0 tot 95 jaar. Het betekent dat theoretisch gezien één op de acht vrouwen die 95 jaar of ouder worden, borstkanker zal krijgen. Een vrouw van 40 jaar heeft slechts een kans van 1 op de 1200 om binnen een jaar borstkanker te krijgen en een kans van ongeveer 1 op de 120 dat zij binnen de komende 10 jaar borstkanker krijgt. Het risico neemt echter toe naarmate ze ouder wordt.

Het risico van borstkanker wordt ook door andere factoren beïnvloed. Zo hebben sommige vrouwen een veel groter of kleiner risico dan gemiddeld. Aan de meeste risicofactoren, zoals leeftijd, valt niets te doen. Wel kan een vrouw het risico van borstkanker enigszins verkleinen door regelmatig te bewegen, vooral in de puberteit en als jongvolwassene, en op haar gewicht te letten. Regelmatig gebruik van alcoholhoudende dranken kan het risico vergroten.

Veel belangrijker dan proberen risicofactoren te beïnvloeden is alert zijn op borstkanker, zodat de aandoening al in een vroeg stadium, wanneer de kans op genezing het grootst is, kan worden vastgesteld en behandeld. De kans op vroegtijdige ontdekking is groter wanneer een vrouw regelmatig een mammogram laat maken en zelf haar borsten onderzoekt. (zie Borstaandoeningen: Bevolkingsonderzoek) en (zie Borstaandoeningen:BorstkankerIllustraties)

Stagering

Stagering is het toekennen van een stadium aan een vorm van kanker wanneer de diagnose wordt gesteld. Het stadium wordt bepaald door hoe ver de kanker is gevorderd. Aan de hand van het stadium kan een arts de geschiktste behandeling en de prognose vaststellen. De stadia van borstkanker kunnen in het algemeen worden beschreven als in situ (niet-invasief), lokaal invasief, regionaal invasief en op afstand (uitgezaaid of gemetastaseerd). De stadia kunnen ook gedetailleerd worden beschreven en met een getal (0 tot en met IV) worden aangeduid.

Carcinoma in situ is het vroegste stadium van kanker, in dit geval dus van borstkanker. Carcinoma in situ kan groot zijn en zelfs een aanzienlijk deel van de borst aantasten, maar de kanker heeft zich (nog) niet naar de omringende weefsels of naar andere delen van het lichaam verspreid of uitgezaaid. Meer dan 15% van alle gevallen van borstkanker betreft carcinoma in situ. Carcinoma in situ wordt meestal op een mammogram ontdekt.

Lokaal invasieve kanker heeft zich naar omringende weefsels uitgebreid, maar blijft beperkt tot de borst.

Regionaal invasieve kanker heeft zich naar weefsels in de omgeving van de borst, zoals de borstwand en lymfeklieren, uitgebreid.

Kanker op afstand (gemetastaseerde kanker) heeft zich vanuit de borst naar andere delen van het lichaam uitgezaaid. Kanker breidt zich vaak uit naar de lymfevaten in de borst. De meeste lymfevaten in de borst monden uit in lymfeklieren in de oksel (axillaire lymfeklieren). Een van de functies van lymfeklieren is het uitfilteren en vernietigen van abnormale of lichaamsvreemde cellen, zoals kankercellen. Als kankercellen deze lymfeklieren passeren, kan de kanker zich door het hele lichaam verspreiden. Daarnaast kan borstkanker zich via de bloedbaan naar andere delen van het lichaam uitzaaien. Borstkanker verspreidt zich vaak naar de botten en de hersenen, maar kan zich naar elk orgaan uitzaaien, onder meer de longen, lever en huid. Jaren of zelfs tientallen jaren nadat borstkanker voor het eerst is gediagnosticeerd en behandeld, kan in deze delen van het lichaam alsnog kanker ontstaan. Als de kanker zich naar een bepaald deel van het lichaam heeft uitgezaaid, zijn waarschijnlijk ook andere delen van het lichaam aangetast, hoewel dit misschien niet onmiddellijk kan worden aangetoond.

illustrative-material.table-short 1

STADIA VAN BORSTKANKER

stadium

beschrijving

 

0

tumor blijft tot een melkgang of melkklier beperkt en heeft zich niet uitgebreid naar omringend borstweefsel (carcinoom in situ)

I

tumor heeft een diameter van minder dan 2 cm en heeft zich niet buiten de borst uitgezaaid

II

tumor heeft een diameter van meer dan 2 cm, maar van minder dan 5 cm en/of heeft zich uitgezaaid naar ten minste één lymfeklier in de oksel aan dezelfde kant als de tumor

III

tumor heeft een diameter van 5 cm of meer en/of heeft zich uitgezaaid naar lymfeklieren die aan elkaar of aan omringend weefsel vastzitten, of de tumor (ongeacht de grootte ervan) heeft zich uitgezaaid naar de huid, de borstwand of de lymfeklieren die zich onder de borst in de borstkas bevinden

IV

tumor (ongeacht de grootte ervan) heeft zich uitgezaaid naar verder gelegen organen of weefsels, zoals de longen of botten, of naar lymfeklieren die verder van de borst af liggen

Vormen

Borstkanker wordt meestal ingedeeld naar het weefseltype waarin de tumor ontstaat en naar de mate van uitzaaiing. Borstkanker die in de melkgangen begint, wordt ‘ductaal carcinoom' genoemd. Ongeveer 90% van alle gevallen van borstkanker betreft deze vorm. Borstkanker die in de melkklieren (lobuli) begint, wordt ‘lobulair carcinoom' genoemd. Borstkanker die in vet- of bindweefsel begint, een zeldzame vorm, wordt ‘sarcoom' genoemd.

Ductaal carcinoma in situ blijft beperkt tot de melkgangen in de borst. Het carcinoom breidt zich niet naar het omringende borstweefsel uit, maar kan zich via de melkgangen verspreiden en geleidelijk een aanzienlijk deel van de borst aantasten. Ongeveer 20 tot 30% van alle gevallen van borstkanker behoort tot deze vorm.

Lobulair carcinoma in situ ontstaat in de melkklieren van de borst. Deze vorm van borstkanker komt vaak op meerdere plaatsen in beide borsten voor. Vrouwen met lobulair carcinoma in situ hebben 30% kans dat er binnen 24 jaar in dezelfde of in de andere borst een invasieve vorm van borstkanker ontstaat. Ongeveer 1 tot 2% van alle gevallen van borstkanker behoort tot deze vorm.

Invasief ductaal carcinoom begint in de melkgangen, maar dringt door de wand van de melkgangen heen en verspreidt zich naar het omringende borstweefsel. Deze vorm van borstkanker kan zich ook naar andere delen van het lichaam uitzaaien. Ongeveer 65 tot 80% van alle gevallen van borstkanker behoort tot deze vorm.

Invasief lobulair carcinoom begint in de melkklieren van de borst, maar zaait zich uit naar omringend borstweefsel en andere delen van het lichaam. Bij invasief lobulair carcinoom is de kans dat beide borsten worden aangetast groter dan bij andere vormen. Ongeveer 10 tot 15% van alle gevallen van borstkanker betreft deze vorm.

Carcinoma mastitoides is een snelgroeiende vorm van borstkanker die vaak fataal verloopt. De lymfevaten in de huid van de borst worden door kankercellen geblokkeerd, waardoor de borst ontstoken lijkt: gezwollen, rood en warm. Carcinoma mastitoides verspreidt zich meestal naar de lymfeklieren in de oksel. De lymfeklieren zijn voelbaar als harde knobbeltjes. In de borst zelf is echter vaak geen knobbeltje te voelen omdat deze vorm van kanker zich door de hele borst verspreidt. In ongeveer 1% van alle gevallen van borstkanker is sprake van carcinoma mastitoides.

De ziekte van Paget van de tepel is een vorm van ductale borstkanker. Het eerste symptoom is een korstenvormend of schilferig tepelwondje of afscheiding uit de tepel. Iets meer dan de helft van de vrouwen met deze vorm van kanker heeft ook een voelbaar knobbeltje in de borst. De ziekte van Paget van de tepel kan in situ (lokaal) zijn of invasief. Omdat deze ziekte meestal weinig klachten veroorzaakt, is het mogelijk dat een vrouw er een jaar of langer geen aandacht aan besteedt voordat ze een arts raadpleegt. De prognose hangt af van het invasieve vermogen en de afmetingen van de tumor, en ook of deze al is uitgezaaid naar de lymfeklieren.

Enkele minder vaak voorkomende vormen van invasieve ductale borstkanker zijn onder meer medullair carcinoom, tubulair carcinoom en carcinoma mucoides (‘slijmkanker'). Carcinoma mucoides komt voornamelijk bij oudere vrouwen voor en groeit langzaam. Vrouwen met een van deze vormen van borstkanker hebben een veel betere prognose dan vrouwen met andere vormen van invasieve borstkanker.

Cystosarcoma phylloides is een vrij zeldzame vorm van borstkanker. De tumor ontstaat in borstweefsel rond de melkgangen en melkklieren. Uitzaaiing naar andere delen van het lichaam komt in minder dan 5% van de gevallen voor.

Kenmerken

Alle cellen, dus ook borstkankercellen, hebben op hun oppervlak moleculen die ‘receptoren' worden genoemd. Een receptor heeft een specifieke structuur waaraan slechts bepaalde stoffen zich kunnen hechten en op die manier de activiteit van de cel beïnvloeden. De aan- of afwezigheid van bepaalde receptoren op borstkankercellen bepaalt hoe snel de kanker zich verspreidt en wat de beste behandeling is.

Sommige borstkankercellen hebben receptoren voor oestrogeen. Deze cellen veroorzaken een vorm van kanker die ‘oestrogeenreceptor-positief' wordt genoemd en die door oestrogeen wordt gestimuleerd. Deze vorm van kanker komt vaker bij postmenopauzale vrouwen voor dan bij jongere vrouwen. Sommige borstkankercellen hebben receptoren voor progesteron. Deze cellen veroorzaken een vorm van kanker die ‘progesteronreceptor-positief' wordt genoemd en die door progesteron wordt gestimuleerd. Oestrogeenreceptor-positieve vormen van borstkanker groeien langzamer dan oestrogeenreceptor-negatieve vormen en hun prognose is beter. Hetzelfde geldt voor progesteronreceptor-positieve en -negatieve vormen van borstkanker. Kanker die zowel oestrogeen- als progesteronreceptor-positief is, heeft een betere prognose dan kanker waarbij slechts een van beide receptoren aanwezig is.

Cellen hebben ook zogenoemde HER-2/neu-receptoren die de groei van de cellen bevorderen. Borstkankercellen met te veel HER-2/neu-receptoren groeien vaak zeer snel. In ongeveer 20 tot 30% van alle gevallen van borstkanker hebben de kankercellen te veel HER-2/neu-receptoren.

Symptomen

In het begin heeft een vrouw met borstkanker geen symptomen. Vaak is het eerste symptoom een knobbeltje dat duidelijk anders aanvoelt dan het omringende borstweefsel. In meer dan 80% van de gevallen ontdekt de vrouw het knobbeltje zelf. Verspreide, knobbelige veranderingen in de borst, vooral in het gebied aan de bovenkant van de buitenzijde, zijn meestal niet kwaadaardig, maar wijzen op mastopathia fibrosa cystica. Een stevige, duidelijke verdikking in één borst die niet in de andere voorkomt, kan op een vorm van kanker wijzen.

In een vroeg stadium kan een knobbeltje vrij bewegen onder de huid wanneer er met de vingers tegenaan wordt geduwd. In meer gevorderde stadia zit het knobbeltje meestal aan de borstwand of de bovenliggende huid vast. Het knobbeltje kan dan helemaal niet worden verplaatst of het kan niet los van de erboven gelegen huid worden bewogen. Een vrouw kan vaststellen of een knobbeltje aan de borstwand of huid vastzit, zelfs als dat in geringe mate het geval is, door de armen boven het hoofd te heffen terwijl ze voor een spiegel staat. In vergelijking met de andere borst kunnen bij een borst met een kankergezwel rimpels in de huid of een andere vormafwijking zichtbaar zijn. Bij kanker in een vergevorderd stadium kunnen er op de huid dikke knobbels of zwerende wondjes ontstaan. Soms is de huid boven het knobbeltje ingetrokken en leerachtig en ziet er, op de kleur na, uit als de schil van een sinaasappel (peau d'orange).

Het knobbeltje kan pijnlijk zijn, maar pijn is geen betrouwbare aanwijzing. Pijn zonder een knobbeltje is zelden het gevolg van borstkanker.

Lymfeklieren, vooral die in de oksel aan de aangedane kant, kunnen als kleine harde knobbeltjes aanvoelen. De lymfeklieren kunnen aan elkaar vastzitten of met de huid of borstwand zijn verkleefd. Ze zijn meestal niet pijnlijk, maar kunnen iets gevoelig zijn.

Bij carcinoma mastitoides is de borst warm, rood en gezwollen, alsof hij ontstoken is (wat niet het geval is). De huid van de borst kan ingetrokken en leerachtig worden, als de schil van een sinaasappel, of ribbels vertonen. De tepel kan ingetrokken zijn. Afscheiding uit de tepel komt dikwijls voor. Vaak is er geen knobbeltje voelbaar.

Bevolkingsonderzoek

Omdat borstkanker in de beginstadia zelden symptomen veroorzaakt en omdat bij vroegtijdige behandeling de kans op succes groter is, is bevolkingsonderzoek belangrijk. Bij bevolkingsonderzoek speurt men naar een aandoening voordat er symptomen optreden.

Door regelmatig zelfonderzoek kan een vrouw knobbeltjes in een vroeg stadium ontdekken. Zelfonderzoek verlaagt het aantal sterfgevallen door borstkanker niet en er worden minder gevallen van borstkanker in een vroeg stadium mee opgespoord dan met routinematige mammografie. De prognose van tumoren die door zelfonderzoek zijn ontdekt, is meestal wel beter en vaak kan een borstsparende operatie worden uitgevoerd in plaats van een mastectomie (borstamputatie).

Een borstonderzoek is een vast onderdeel van een lichamelijk onderzoek. De arts bekijkt de borsten op onregelmatigheden, kuiltjes, strakgetrokken huid, knobbeltjes en afscheiding. De arts betast (palpeert) elke borst met een vlakke hand en controleert of de lymfeklieren in de oksel en boven het sleutelbeen vergroot zijn. De meeste vormen van borstkanker zaaien namelijk het eerst naar de lymfeklieren in de oksel uit. Normale lymfeklieren zijn niet door de huid heen te voelen en van de klieren die wel voelbaar zijn, wordt daarom aangenomen dat ze vergroot zijn. Goedaardige aandoeningen kunnen echter ook vergrote lymfeklieren veroorzaken. Van voelbare lymfeklieren wordt gecontroleerd of ze aan de huid of borstwand vastzitten en of ze met elkaar vergroeid zijn.

Mammografie is een onderzoek waarbij met lage doses röntgenstralen afwijkende gebieden in de borst worden opgespoord. Mammografie is een van de beste manieren om borstkanker vroegtijdig te ontdekken. (zie Symptomen en diagnose van gynaecologische aandoeningen:Gynaecologisch onderzoekIllustraties)

Mammografie is zo gevoelig dat een eventuele tumor al in een zeer vroeg stadium kan worden opgespoord. Daardoor kunnen echter ook aanwijzingen voor kanker worden gevonden terwijl daar geen sprake van is (een fout-positieve uitslag). Bij een positieve uitslag worden dan ook specifieke aanvullende onderzoeken uitgevoerd (meestal een borstbiopsie) om de uitslag te bevestigen. Tot 15% van alle gevallen van borstkanker wordt bij mammografie niet opgemerkt.

Wanneer vrouwen van 50 jaar en ouder om de één of twee jaar een mammogram laten maken, kan het aantal sterfgevallen door borstkanker met 25 tot 35% worden teruggebracht. Tot dusverre heeft geen enkel wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat het regelmatig laten maken van een mammogram door vrouwen jonger dan 50 jaar tot minder sterfgevallen leidt. Mogelijk is het bewijs hiervoor moeilijk te leveren omdat borstkanker bij jongere vrouwen niet vaak voorkomt. Veel deskundigen adviseren vrouwen van 40 tot 49 jaar regelmatig een mammogram te laten maken. Alle deskundigen adviseren vrouwen van 50 jaar en ouder in het kader van het bevolkingsonderzoek iedere twee jaar een mammogram te laten maken.

illustrative-material.table-short 2

HOE GROOT IS DE KANS OM BORSTKANKER TE KRIJGEN OF ERAAN TE OVERLIJDEN?

kans op borstkanker (%)

leeftijd

binnen 10 jaar

binnen 20 jaar

binnen 30 jaar

krijgen

overlijden

krijgen

overlijden

krijgen

overlijden

30

0,4

0,1

2,0

0,6

4,3

1,2

40

1,6

0,5

3,9

1,1

7,1

2,0

50

2,4

0,7

5,7

1,6

9,0

2,6

60

3,6

1,0

7,1

2,0

9,1

2,6

70

4,1

1,2

6,5

1,9

7,1

2,0

Uit: Feuer EJ, et al. The lifetime risk of developing breast cancer. Journal of the National Cancer Institute 1993;85(11):892-7.

illustrative-material.sidebar 1

Risicofactoren voor borstkanker

leeftijd

Een hogere leeftijd is een belangrijke risicofactor. Ongeveer 60% van alle gevallen van borstkanker doet zich bij vrouwen ouder dan 60 jaar voor. Het risico is het grootst na de leeftijd van 75 jaar.

eerdere borstkanker

Het grootste risico lopen vrouwen die in-situ-borstkanker of invasieve borstkanker hebben gehad. Na verwijdering van de aangetaste borst is het risico om in de andere borst kanker te krijgen ongeveer 0,5 tot 1,0% per jaar.

borstkanker in de familie

Het voorkomen van borstkanker bij een familielid in de eerste graad (moeder, zus of dochter) vergroot de kans op borstkanker twee- tot driemaal. Borstkanker bij minder naaste familieleden (grootmoeder, tante of nicht) vergroot de kans slechts licht. Borstkanker bij twee of meer eerstegraadsfamilieleden vergroot de kans vijf- tot zesmaal.

borstkankergenen

In twee verschillende, kleine groepen vrouwen zijn twee verschillende genen (BRCA1 en BRCA2) geïdentificeerd die bij het ontstaan van borstkanker zijn betrokken. Deze genen komen bij minder dan 1% van de vrouwen voor. Als een vrouw een van deze genen heeft, is de kans dat zij borstkanker krijgt zeer groot, mogelijk 50 tot 85% op de leeftijd van 80 jaar. Als deze vrouw inderdaad borstkanker krijgt, is haar kans om aan borstkanker te overlijden echter niet noodzakelijkerwijs groter dan die van elke andere vrouw met borstkanker. Vrouwen bij wie borstkanker vaak in de familie voorkomt, hebben waarschijnlijk een van deze genen. Meestal hebben dan meerdere vrouwen in elk van de laatste drie generaties borstkanker gehad. Daarom lijkt het niet nodig vrouwen routinematig op deze genen te screenen, behalve vrouwen met een dergelijke familiegeschiedenis. In families met beide borstkankergenen komt eierstokkanker vaker voor. In families met het BRCA2-gen komt borstkanker bij mannen vaker voor.

mastopathia fibrosa cystica

Bij vrouwen die mastopathia fibrosa cystica hebben, lijkt het risico alleen verhoogd te zijn als zij een groter aantal cellen in de melkgangen hebben. Bij deze vrouwen is het risico slechts licht verhoogd, tenzij bij een biopsie afwijkende weefselstructuren (atypische hyperplasie) worden ge-vonden of wanneer borstkanker in de familie van de vrouw voorkomt.

leeftijd bij puberteit, eerste zwangerschap en menopauze

Hoe vroeger de menstruatie begint, des te groter is het risico om borstkanker te krijgen. Bij vrouwen die voor het eerst hebben gemenstrueerd vóór de leeftijd van 12 jaar is de kans 1,2 tot 1,4 keer groter dan bij vrouwen die voor het eerst hebben gemenstrueerd ná de leeftijd van 14 jaar. Hoe later de menopauze begint en hoe later de vrouw voor het eerst zwanger wordt, des te meer risico zij loopt. Een vrouw die nooit een baby heeft gebaard, heeft een tweemaal zo grote kans ooit borstkanker te krijgen. Deze factoren verhogen het risico waarschijnlijk doordat de vrouw dan langer is blootgesteld aan oestrogeen, dat de groei van bepaalde vormen van kanker stimuleert. (Hoewel zwangerschap tot een hoge oestrogeenspiegel leidt, kan de kans op het ontstaan van borstkanker daardoor kleiner worden.)

langdurig gebruik van orale anticonceptiemiddelen of oestrogeentherapie

In de meeste wetenschappelijke onderzoeken is geen enkel verband aangetoond tussen het gebruik van orale anticonceptiemiddelen en het later krijgen van borstkanker. Een dergelijk verband bestaat mogelijk wel bij vrouwen die deze middelen vele jaren achtereen hebben gebruikt. Oestrogeentherapie gedurende vijf tot tien jaar na de menopauze kan het risico enigszins verhogen. Hormoontherapie waarbij oestrogeen wordt gecombineerd met een progestageen, kan het risico verhogen, maar dit effect is niet bewezen. Daarentegen wordt de kans op baarmoederkanker met deze therapie kleiner.

overgewicht na de menopauze

Voor postmenopauzale vrouwen die te zwaar zijn, is het risico enigszins verhoogd. Er is echter geen bewijs dat een vetrijk voedingspatroon invloed heeft op het ontstaan van borstkanker. Uit een aantal onderzoeken lijkt naar voren te komen dat corpulente vrouwen die nog menstrueren, minder risico lopen om borstkanker te krijgen.

blootstelling aan straling

Blootstelling aan straling (zoals bestraling bij kanker of aanzienlijke blootstelling aan röntgenstraling) voor de leeftijd van 30 jaar verhoogt het risico.

Diagnose

Wanneer bij lichamelijk onderzoek of bevolkingsonderzoek een knobbeltje of een andere verdachte verandering in de borst wordt ontdekt, moet aanvullend onderzoek worden uitgevoerd. Als de afwijking niet op een mammogram is ontdekt, wordt dit onderzoek alsnog uitgevoerd.

Soms wordt echografie uitgevoerd om onderscheid te kunnen maken tussen een met vocht gevuld blaasje (cyste) en een massief knobbeltje. Dit onderscheid is belangrijk omdat cysten gewoonlijk niet kwaadaardig zijn. Cysten kunnen regelmatig worden gecontroleerd (zonder behandeling) of met een kleine naald en spuit worden leeggezogen. In zeldzame gevallen, bijvoorbeeld wanneer kanker wordt vermoed, worden cysten verwijderd. Als er sprake is van een massief knobbeltje, waarbij de kans op kanker groter is, wordt een biopsie uitgevoerd. Vaak is dit een naaldbiopsie: via een naald op een injectiespuit worden enkele cellen uit het knobbeltje weggenomen. Als hierbij kanker wordt aangetoond, is de diagnose bevestigd. Wordt geen kanker aangetoond, dan moet een stukje weefsel (incisiebiopsie) of het gehele knobbeltje (excisiebiopsie) worden verwijderd om uit te sluiten dat een eventuele kwaadaardige tumor bij de naaldbiopsie niet is opgemerkt. De meeste vrouwen hoeven hiervoor niet in het ziekenhuis te worden opgenomen. Meestal is alleen plaatselijke verdoving nodig.

Als de ziekte van Paget van de tepel wordt vermoed, wordt een stukje tepelweefsel (biopt) weggenomen. Soms kan deze vorm van kanker worden vastgesteld door microscopisch onderzoek van de tepelafscheiding.

Een patholoog onderzoekt de weefselmonsters onder de microscoop om vast te stellen of er kankercellen aanwezig zijn. In het algemeen bevestigt een biopsie de aanwezigheid van kanker bij één op de vier vrouwen bij wie door mammografie een afwijking is gevonden. Als er kankercellen worden ontdekt, wordt het monster geanalyseerd om de kenmerken van de kankercellen vast te stellen, bijvoorbeeld of de kankercellen oestrogeen- of progesteronreceptoren hebben, hoeveel HER-2/neu-receptoren er zijn en hoe snel de kankercellen zich delen. Met behulp van deze informatie kan de arts schatten hoe snel de kanker zich zal uitbreiden en welke behandelingen waarschijnlijk effectief zullen zijn.

Er wordt een thoraxfoto gemaakt en er wordt bloedonderzoek naar de leverfunctie gedaan om te bepalen of de kanker is uitgezaaid. Als de tumor groot is of als de lymfeklieren vergroot zijn, kan een röntgenonderzoek van alle botten in het lichaam (een botscan) worden uitgevoerd.

illustrative-material.figure-short 2

Hoe kan een vrouw haar borsten zelf onderzoeken?

 
  • 1. Ga voor een spiegel staan en bekijk uw borsten. Meestal zijn de borsten niet precies even groot. Controleer of u veranderingen in de grootte van de borsten ziet of veranderingen in de tepel, zoals een ingetrokken tepel of afscheiding uit de tepel. Kijk of u rimpels of kuiltjes ziet.
  • 2. Blijf goed in de spiegel kijken, breng beide handen achter uw hoofd en duw ze tegen uw achterhoofd. In deze positie zijn kleine veranderingen die door kanker kunnen worden veroorzaakt beter zichtbaar. Kijk of u veranderingen in de vorm of omtrek van de borsten ziet. Let vooral op het onderste deel van de borsten.
  • 3. Zet uw handen stevig op uw heupen en buig licht voorover naar de spiegel toe, terwijl u uw schouders en ellebogen naar voren brengt. Kijk weer of u veranderingen in vorm en omtrek ziet.
  • Het volgende deel van het onderzoek doen veel vrouwen onder de douche, omdat de hand gemakkelijker over de natte, gladde huid beweegt.
  • 4. Breng uw linker arm omhoog. Houd drie of vier vingers van de rechter hand gestrekt naast elkaar en onderzoek met het vlakke deel van deze vingers de linker borst grondig. Maak kleine ronddraaiende bewegingen over de gehele borst; begin aan de buitenkant en ga geleidelijk naar de binnenkant, naar de tepel toe. Beweeg rustig met lichte druk en voel of er ongewone knobbeltjes of structuren onder de huid zitten. Zorg ervoor dat u de hele borst controleert. Ook het gebied tussen borst en oksel en de oksel zelf moeten op knobbeltjes worden onderzocht.
  • 5. Knijp zachtjes in de tepel en let op of er vocht uitkomt. (Als er tijdens een borstzelfonderzoek of op een ander moment vocht uit de tepel komt, moet u er door een arts naar laten kijken.)
  • Herhaal stap 4 en 5 voor de rechter borst. Houd hierbij de rechter arm omhoog en gebruik de linker hand.
  • 6. Ga plat op uw rug liggen met een kussen of opgevouwen handdoek onder de linker schouder en de linker arm boven uw hoofd. In deze positie ligt de linker borst plat op de borstkas en is ze gemakkelijker te onderzoeken. Onderzoek de borst zoals beschreven in stap 4 en 5. Herhaal dit voor de rechter borst.
  • Een vrouw doet er goed aan dit onderzoek elke maand op dezelfde tijd te doen. De beste tijd voor vrouwen die menstrueren, is twee of drie dagen na de menstruatie, omdat de borsten dan het minst gevoelig en gezwollen zijn. Na de overgang kan elke dag van de maand worden gekozen. Kies een dag die gemakkelijk te onthouden is, bijvoorbeeld de eerste van de maand.

Bewerking van een publicatie van het National Cancer Institute.

Behandeling

Meestal wordt de behandeling gestart nadat de toestand van de vrouw grondig is geëvalueerd, ongeveer een week of iets langer na de biopsie. Mogelijke behandelingen hangen af van het stadium en de vorm van de borstkanker. De behandeling is echter ingewikkeld, omdat de verschillende vormen van borstkanker aanzienlijk verschillen in groeisnelheid, neiging tot uitzaaien (metastaseren) en in hun reactie op behandeling. Bovendien is er over borstkanker nog steeds veel onbekend. Artsen kunnen dan ook van mening verschillen over de geschiktste behandeling voor een bepaalde vrouw.

De wensen van een vrouw en haar arts hebben invloed op de beslissing over de behandeling. Een vrouw met borstkanker heeft recht op een duidelijke uitleg van alles wat er over de ziekte bekend is en van alles wat nog onduidelijk is. Ook heeft zij recht op een volledige beschrijving van de behandelingsmogelijkheden. Daarna kan een vrouw de voor- en nadelen van de verschillende behandelingen afwegen en de aangeboden mogelijkheden accepteren of afwijzen. Het verlies van een borst of een deel ervan kan emotioneel gezien een traumatische ervaring zijn. Een vrouw moet goed nadenken over een dergelijke ingreep, die grote gevolgen kan hebben voor haar gevoel van vrouwzijn en haar seksualiteit.

De arts kan een vrouw met borstkanker vragen of zij wil deelnemen aan wetenschappelijk onderzoek naar een nieuwe behandeling die haar overlevingskansen of de kwaliteit van haar leven kan verbeteren. Alle deelnemende vrouwen worden behandeld, omdat een nieuwe behandeling wordt vergeleken met andere effectieve behandelingen. Een vrouw moet haar arts vragen naar de risico's en mogelijke voordelen van deelname aan een dergelijk onderzoek, zodat ze een weloverwogen beslissing kan nemen.

De behandeling bestaat meestal uit een operatie en kan ook radiotherapie, chemotherapie en hormoonremmers omvatten. Vaak wordt een combinatie van deze behandelingen toegepast.

Operatie: de kwaadaardige tumor wordt samen met een hoeveelheid omringend weefsel verwijderd. De twee belangrijkste mogelijkheden voor tumorverwijdering zijn: een borstsparende operatie en amputatie van de borst (mastectomie).

Bij een borstsparende operatie wordt een zo groot mogelijk deel van de borst intact gelaten. Er zijn verschillende technieken:

  • bij een lumpectomie wordt de tumor met een klein deel van het omringende gezonde weefsel verwijderd
  • bij een wijde excisie of gedeeltelijke mastectomie wordt de tumor met een iets groter deel van het omringende gezonde weefsel verwijderd
  • bij kwadrantectomie wordt een kwart van de borst verwijderd

Na verwijdering van de tumor en een deel van het gezonde weefsel is het risico dat de kanker in de borst terugkeert het kleinst. Een borstsparende operatie wordt meestal gecombineerd met radiotherapie.

Het grootste voordeel van borstsparende operaties is van cosmetische aard: deze operaties kunnen bijdragen aan de instandhouding van het eigen lichaamsbeeld. Wanneer de tumor groot is in verhouding tot de borst, is dit type operaties waarschijnlijk dus minder zinvol. In dergelijke gevallen komt verwijdering van de tumor en een deel van het omringende gezonde weefsel neer op verwijdering van het grootste deel van de borst. Borstsparende operaties zijn meestal geschikter bij kleine tumoren. Bij ongeveer 15% van de vrouwen die een borstsparende operatie ondergaat, is de hoeveelheid weefsel die wordt verwijderd zo klein dat er nauwelijks verschil te zien is tussen de behandelde en de niet-behandelde borst. De behandelde borst wordt bij de meeste vrouwen echter wat kleiner en kan ook van vorm veranderen.

Mastectomie is de andere belangrijke chirurgische mogelijkheid. Er zijn verschillende technieken:

  • Bij een gewone mastectomie wordt al het borstweefsel verwijderd, maar wordt de spier onder de borst intact gelaten en blijft er voldoende huid over om de wond te bedekken. Een borstreconstructie is veel eenvoudiger als deze weefsels intact blijven. Een gewone mastectomie wordt meestal in plaats van een borstsparende operatie uitgevoerd wanneer de kanker zich sterk in de melkgangen heeft uitgebreid.
  • Bij een gemodificeerde radicale mastectomie worden al het borstweefsel en enkele lymfeklieren uit de oksel verwijderd, maar wordt de spier onder de borst intact gelaten. Deze ingreep wordt meestal uitgevoerd in plaats van een radicale mastectomie.
  • Bij een radicale mastectomie wordt al het borstweefsel inclusief de lymfeklieren in de oksel en de spier onder de borst verwijderd. Deze ingreep wordt tegenwoordig nog maar zelden uitgevoerd.

Een lymfeklierdissectie (chirurgische verwijdering van lymfeklieren) wordt uitgevoerd als de kanker invasief is of zou kunnen zijn. Nabijgelegen lymfeklieren (meestal 10 tot 20) worden verwijderd en onderzocht om vast te stellen of de kanker naar deze klieren is uitgezaaid. Als in de lymfeklieren kankercellen worden aangetroffen, is de kans groter dat de kanker zich naar andere delen van het lichaam heeft verspreid. In dergelijke gevallen is een aanvullende behandeling noodzakelijk. Lymfeklierdissectie leidt vaak tot problemen omdat de afvoer van vocht in de weefsels wordt verstoord. Daardoor kan zich vocht ophopen, met als gevolg een blijvende zwelling (lymfoedeem) van arm of hand. De bewegingsmogelijkheden van arm en schouder kunnen beperkt zijn. Andere mogelijke problemen zijn tijdelijke of blijvende gevoelloosheid, een aanhoudend branderig gevoel en infectie.

Een schildwachtklierbiopsie is een alternatieve methode waarmee de problemen van lymfeklierdissectie tot een minimum kunnen worden beperkt of worden voorkomen. Deze methode bestaat uit het opzoeken en verwijderen van de eerste lymfeklier (of lymfeklieren) waarop de tumor draineert. Deze klier wordt ‘schildwachtklier' of ‘sentinel node' genoemd. Of zich in deze klier een uitzaaiing bevindt, kan worden opgespoord door radioactief geladen deeltjes in te spuiten en deze deeltjes vlak voor de operatie op te sporen. Als deze lymfeklier kankercellen bevat, worden ook de overige lymfeklieren verwijderd. Als dit niet het geval is, worden de overige lymfeklieren niet verwijderd. Momenteel wordt onderzocht of deze methode even effectief is als een standaard lymfeklierdissectie.

Een borstreconstructie kan tegelijk met een mastectomie of later worden uitgevoerd. Hiervoor kan een met siliconen of fysiologisch zout gevulde prothese of weefsel uit andere delen van het lichaam van de vrouw worden gebruikt. Omdat siliconenimplantaten soms lekken, staat de veiligheid ervan momenteel ter discussie. Er is echter vrijwel geen bewijs dat siliconenlekkage ernstige gevolgen heeft.

Radiotherapie: deze behandeling wordt toegepast om kankercellen te doden die zijn achtergebleven op de plaats waar de tumor is verwijderd en in het omringende weefsel, waaronder de nabijgelegen lymfeklieren. Bijwerkingen zijn onder andere zwelling van de borst, roodverkleuring en blaarvorming op de huid van het behandelde gebied en vermoeidheid. Deze effecten verdwijnen meestal binnen enkele maanden tot een jaar. Bij minder dan 5% van de vrouwen die worden bestraald, ontstaan ribfracturen die enig ongemak veroorzaken. Bij ongeveer 1% van de vrouwen treedt 6 tot 18 maanden na radiotherapie een lichte ontsteking van de longen op. Deze ontsteking veroorzaakt een droge hoest en kortademigheid tijdens lichamelijke inspanning die tot ongeveer 6 weken kunnen aanhouden.

Er wordt onderzoek gedaan naar diverse experimentele technieken om radiotherapie te verbeteren. Bij een van deze technieken worden zeer kleine radioactieve bronnen, ‘zaadjes' genoemd, via een katheter op de plaats van de tumor gebracht. De radiotherapie kan binnen slechts vijf dagen worden voltooid. Bij een andere techniek wordt een zeer kleine spiraal die straling afgeeft, geïmplanteerd in de holte die door de tumor is achtergelaten. Deze vorm van radiotherapie kan binnen een halfuur worden voltooid.

Geneesmiddelen: met chemotherapie en hormoonremmers wordt de groei van kankercellen in het gehele lichaam geremd. Chemotherapie (en soms hormoonremmers) wordt toegepast als aanvulling op een operatie en radiotherapie als in de lymfeklieren kankercellen worden aangetroffen, maar vaak ook als dit niet het geval is. Doorgaans wordt kort na een borstoperatie met de geneesmiddelen begonnen en worden ze een aantal maanden achtereen gebruikt. Sommige geneesmiddelen, zoals tamoxifen Handelsnaam
Nolvadex
Tamoplex
, kunnen wel tot vijf jaar worden gebruikt. Deze middelen vertragen de terugkeer van kanker en verlengen het leven bij de meeste vrouwen.

Chemotherapie wordt gebruikt om sneldelende cellen te doden of de deling van deze cellen te remmen. Met alleen chemotherapie kan borstkanker niet worden genezen. De therapie moet met een operatie of met radiotherapie worden gecombineerd. Chemotherapie wordt meestal intraveneus in cycli toegediend. Soms worden deze middelen oraal ingenomen. Meestal wordt een behandeldag gevolgd door enkele herstelweken. Een combinatie van verschillende middelen is effectiever dan één geneesmiddel. De keuze van de geneesmiddelen hangt deels af van het feit of er kankercellen in nabijgelegen lymfeklieren zijn aangetroffen. Veelgebruikte middelen zijn onder meer cyclofosfamide Handelsnaam
Endoxan
Cycloblastine
, doxorubicine Handelsnaam
Adriblastina
Caelyx
, epirubicine Handelsnaam
Farmorubicine
, fluorouracil Handelsnaam
Efudix
Fluracedyl
, methotrexaat Handelsnaam
Emthexate
Ledertrexate
en paclitaxel Handelsnaam
Taxol
. (zie Preventie en behandeling van kanker:ChemotherapieTabellen)

De bijwerkingen (zoals braken en misselijkheid, haaruitval en vermoeidheid) zijn afhankelijk van de gebruikte middelen. Chemotherapie kan ook onvruchtbaarheid en een vroege menopauze veroorzaken doordat de eicellen in de eierstokken worden vernietigd.

Hormoonremmers gaan de werking van oestrogeen of progesteron tegen, de hormonen die de groei van kankercellen met oestrogeen- of progesteronreceptoren stimuleren. Deze middelen kunnen worden gebruikt wanneer kankercellen over deze receptoren beschikken. Tamoxifen Handelsnaam
Nolvadex
Tamoplex
, dat oraal wordt toegediend, is de meest gebruikte oestrogeenremmer. Bij vrouwen met oestrogeenreceptor-positieve kanker nemen door het gebruik van tamoxifen Handelsnaam
Nolvadex
Tamoplex
de overlevingskansen in de eerste tien jaar na de diagnose met 20 tot 25% toe. Tamoxifen Handelsnaam
Nolvadex
Tamoplex
, dat verwant is aan oestrogeen, heeft voor een deel dezelfde voor- en nadelen als oestrogeentherapie na de menopauze. (zie Menopauze: Behandeling)

Zo kan het het risico van osteoporose (botontkalking) verkleinen en het risico van baarmoederslijmvlieskanker vergroten. In tegenstelling tot oestrogeentherapie kan tamoxifen Handelsnaam
Nolvadex
Tamoplex
echter de vaginale droogte of opvliegers na de menopauze verergeren.

Biological response modifiers (BRM's) zijn natuurlijke stoffen, of enigszins aangepaste varianten van natuurlijke stoffen, die deel uitmaken van het afweersysteem van het lichaam. Deze geneesmiddelen vergroten het vermogen van het afweersysteem om kanker te bestrijden. Voorbeelden van dergelijke middelen zijn interferonen, interleukine-2, LAK-cellen (lymphokine-activated killer cells), tumornecrosefactor (TNF) en monoklonale antilichamen. Trastuzumab Handelsnaam
Herceptin
, een monoklonaal antilichaam, wordt alleen voor de behandeling van uitgezaaide borstkanker gebruikt wanneer de kankercellen te veel HER-2/neu-receptoren hebben. Dit geneesmiddel hecht zich aan HER-2/neu en voorkomt zo dat deze stof de groei van kankercellen bevordert. Trastuzumab Handelsnaam
Herceptin
kan hartproblemen veroorzaken doordat het de hartspier verzwakt. Andere BRM's worden soms experimenteel gebruikt bij de behandeling van borstkanker (zie Preventie en behandeling van kanker: Combinatietherapie), maar hun rol is niet aangetoond.

Tumorablatie: bij deze experimentele techniek brengt de arts een veeltandige sonde in de tumor. Vervolgens worden alleen de kankercellen vernietigd met een sterk gerichte lichtbundel (laser), met hoog-energetische radiogolven of met koude.

illustrative-material.figure-short 3

Operatieve ingrepen bij borstkanker

Operatieve ingrepen bij borstkanker

De twee belangrijkste chirurgische ingrepen bij borstkanker zijn mastectomie (waarbij al het borstweefsel wordt verwijderd) en een borstsparende operatie (waarbij alleen de tumor en een deel van het gezonde weefsel rondom de tumor worden verwijderd). Borstsparende operaties zijn bijvoorbeeld een lumpectomie (waarbij een klein deel van het omringende gezonde weefsel wordt verwijderd), een wijde excisie of gedeeltelijke mastectomie (waarbij wat meer van het omringende gezonde weefsel wordt verwijderd) en een kwadrantectomie (waarbij een kwart van de borst wordt verwijderd).

Behandeling van ‘kanker in wording' (stadium 0)

Bij ductaal carcinoma in situ bestaat de behandeling meestal uit een gewone mastectomie of lumpectomie en soms uit radiotherapie.

Bij lobulair carcinoma in situ is de behandeling minder duidelijk. Bij de meeste vrouwen wordt de voorkeur gegeven aan zorgvuldige observatie zonder behandeling. De observatie bestaat uit een lichamelijk onderzoek om de 6 tot 12 maanden gedurende 5 jaar en daarna eenmaal per jaar, in combinatie met mammografie eenmaal per jaar. Behandeling is meestal niet nodig. Hoewel er een invasieve vorm van borstkanker kan ontstaan (het risico is 1,3% per jaar of 26% in 20 jaar), groeien deze invasieve vormen meestal niet snel en kunnen ze doorgaans effectief worden behandeld. Bovendien is het risico dat vrouwen met lobulair carcinoma in situ een invasieve vorm van borstkanker krijgen voor beide borsten even groot, zodat dit risico alleen kan worden uitgesloten door beide borsten te verwijderen (bilaterale mastectomie). Sommige vrouwen kiezen voor deze mogelijkheid, vooral als het risico van invasieve borstkanker in hun geval groot is.

Als alternatief kan gedurende 5 jaar tamoxifen Handelsnaam
Nolvadex
Tamoplex
, een hormoonremmer, worden gebruikt. Dit middel verkleint het risico van invasieve kanker, maar sluit het niet uit.

Behandeling van lokaal of regionaal invasieve kanker (stadia I tot en met III)

De behandeling van kanker die niet verder dan nabijgelegen lymfeklieren is uitgezaaid, omvat vrijwel altijd een operatie waarbij zo veel mogelijk tumorweefsel en de nabijgelegen lymfeklieren of de schildwachtklier worden weggenomen.

Bij de behandeling van invasieve kanker die zich uitgebreid binnen de melkgangen heeft verspreid (invasief ductaal carcinoom), wordt meestal een gewone mastectomie uitgevoerd omdat deze vorm van kanker na een borstsparende operatie vaak terugkeert. Er kan ook een gemodificeerde radicale mastectomie worden uitgevoerd. Een radicale mastectomie, waarbij ook de onderliggende borstspieren en andere weefsels worden verwijderd, verhoogt de levensverwachting niet. Vrouwen die een gewone of gemodificeerde radicale mastectomie hebben ondergaan, leven even lang als vrouwen bij wie een radicale mastectomie is uitgevoerd.

Of men na de operatie kiest voor radiotherapie, chemotherapie of dat beide worden toegepast, hangt af van de grootte van de tumor en van het aantal lymfeklieren dat kankercellen bevat. Bij een grote tumor wordt soms vóór de operatie al chemotherapie gegeven om de tumor te verkleinen. Als de tumor door de chemotherapie slinkt, kan soms met een borstsparende operatie in plaats van een mastectomie worden volstaan. Meestal wordt na de operatie en radiotherapie aanvullende chemotherapie gegeven. Vrouwen met oestrogeenreceptor-positieve kanker krijgen doorgaans tamoxifen Handelsnaam
Nolvadex
Tamoplex
.

Behandeling van uitgezaaide kanker (stadium IV)

Borstkanker die zich voorbij de lymfeklieren heeft uitgebreid, is zelden te genezen, maar de meeste patiënten leven nog minstens 2 jaar en sommigen nog 10 tot 20 jaar. Behandeling verlengt de levensduur slechts in beperkte mate, maar kan de symptomen verlichten en de kwaliteit van leven verbeteren.

In eerste instantie wordt vrijwel altijd een operatie uitgevoerd om de primaire tumor te verwijderen, ook al is het onwaarschijnlijk dat een uitgezaaide kanker hiermee kan worden genezen. Als de kanker na de eerste behandeling terugkeert, wordt meestal geen borstoperatie meer uitgevoerd. In plaats daarvan kan radiotherapie worden geprobeerd. Soms is het echter raadzaam tumoren in andere delen van het lichaam (zoals de hersenen) te verwijderen, omdat met een dergelijke operatie de symptomen kunnen worden verlicht.

Andere behandelingen (zoals chemotherapie) worden, vooral als deze onaangename bijwerkingen hebben, vaak uitgesteld tot een vrouw symptomen (pijn of andere problemen) krijgt of tot de kanker snel verergert. Pijn wordt meestal met pijnstillers behandeld. Met andere geneesmiddelen kunnen andere symptomen worden verlicht. Chemotherapie of hormoonremmers worden toegediend ter verlichting van de symptomen en ter verbetering van de kwaliteit van leven en niet zozeer om de levensduur te verlengen. De effectiefste middelen die bij uitgezaaide borstkanker worden gebruikt, zijn onder meer capecitabine, cyclofosfamide Handelsnaam
Endoxan
Cycloblastine
, docetaxel Handelsnaam
Taxotere
, doxorubicine Handelsnaam
Adriblastina
Caelyx
, epirubicine Handelsnaam
Farmorubicine
, gemcitabine Handelsnaam
Gemzar
, paclitaxel Handelsnaam
Taxol
en vinorelbine Handelsnaam
Navelbine
.

Hormoonremmers verdienen in bepaalde gevallen de voorkeur boven chemotherapie, bijvoorbeeld wanneer de tumor oestrogeenreceptor-positief is, wanneer de tumor ten minste 2 jaar na de diagnose en de eerste behandeling niet is teruggekeerd of wanneer de tumor niet onmiddellijk levensbedreigend is. Hormoonremmers zijn vooral effectief bij vrouwen tussen 40 en 50 jaar die nog menstrueren en een grote hoeveelheid oestrogeen produceren, en bij vrouwen die de menopauze ten minste 5 jaar achter de rug hebben. Dit zijn echter slechts richtlijnen. Bij vrouwen die nog menstrueren, wordt als eerste hormoonremmer meestal tamoxifen Handelsnaam
Nolvadex
Tamoplex
gebruikt omdat dit middel weinig bijwerkingen heeft. Voor postmenopauzale vrouwen met oestrogeenreceptor-positieve borstkanker zijn aromataseremmers (zoals anastrozol Handelsnaam
Arimidex
, letrozol en exemestaan) als eerste behandeling vaak effectiever dan tamoxifen Handelsnaam
Nolvadex
Tamoplex
. Deze middelen remmen de werking van het enzym aromatase (dat bepaalde hormonen in oestrogeen omzet), waardoor de productie van oestrogeen mogelijk afneemt. In plaats van aromataseremmers en tamoxifen Handelsnaam
Nolvadex
Tamoplex
kunnen ook progestagenen worden gebruikt, zoals medroxyprogesteron Handelsnaam
Provera
Depo‑Provera
Farlutal
of megestrol Handelsnaam
Megace
. Deze middelen hebben nauwelijks meer bijwerkingen. Bij vrouwen die nog menstrueren, kan de productie van oestrogeen worden gestopt door chirurgische verwijdering van de eierstokken, door radiotherapie van de eierstokken om deze te vernietigen of door toediening van geneesmiddelen die de werking van de eierstokken blokkeren.

Het monoklonale antilichaam trastuzumab Handelsnaam
Herceptin
kan met paclitaxel Handelsnaam
Taxol
worden gecombineerd als eerste behandeling van borstkanker die zich door het gehele lichaam heeft uitgezaaid. Trastuzumab Handelsnaam
Herceptin
kan bij de behandeling van vrouwen met oestrogeenreceptor-positieve borstkanker met hormoonremmers worden gecombineerd. Soms kan trastuzumab Handelsnaam
Herceptin
worden gebruikt om vrouwen te behandelen die niet reageren op chemotherapie.

In sommige gevallen kan radiotherapie worden toegepast in plaats van of voorafgaand aan een behandeling met geneesmiddelen. Als bijvoorbeeld in slechts één deel van een bot kanker wordt ontdekt, zonder verdere aanwijzingen voor terugkeer van de ziekte, kan de behandeling alleen bestaan uit radiotherapie van het betreffende bot. Radiotherapie is meestal de effectiefste behandeling van kanker die naar de botten is uitgezaaid. De ziekte kan op deze manier soms jaren onder controle worden gehouden. Ook bij de behandeling van kanker die naar de hersenen is uitgezaaid, is radiotherapie vaak het effectiefst.

Behandeling van specifieke vormen van borstkanker

Bij carcinoma mastitoides bestaat de behandeling meestal uit chemotherapie en radiotherapie. Doorgaans wordt een mastectomie uitgevoerd.

Bij de ziekte van Paget van de tepel bestaat de behandeling meestal uit een gewone mastectomie en verwijdering van de lymfeklieren. Minder vaak wordt de tepel met een deel van het omringende gezonde weefsel verwijderd.

Bij cystosarcoma phylloides bestaat de behandeling meestal uit mastectomie met een ruime uitsnijding, waarbij de tumor met een groot deel van het omringende gezonde weefsel wordt verwijderd. Als de tumor groot is in verhouding tot de borst, kan een gewone mastectomie worden uitgevoerd. Na chirurgische verwijdering komt de tumor in ongeveer 20 tot 35% van de gevallen op ongeveer dezelfde plaats terug.

illustrative-material.table-short 3

DE RELATIE TUSSEN DE STATUS VAN DE LYMFEKLIEREN EN DE OVERLEVINGSKANSEN

status van de lymfeklieren

kans om na 5 jaar nog in leven te zijn

kans om na 10 jaar nog in leven te zijn

kans om na 10 jaar nog in leven te zijn zonder dat de ziekte terugkeert

geen kanker

meer dan 90%

meer dan 80%

meer dan 70%

kanker in één tot drie klieren

ongeveer 60 tot 70%

ongeveer 40 tot 50%

ongeveer 25 tot 40%

kanker in vier of meer klieren

ongeveer 40 tot 50%

ongeveer 25 tot 40%

ongeveer 15 tot 35%

Nazorg

Na voltooiing van de behandeling worden regelmatig lichamelijke vervolgonderzoeken uitgevoerd, onder andere van de borsten, borstkas, hals en oksel. Deze onderzoeken vinden in de eerste 2 jaar nadat de diagnose is gesteld om de 3 maanden plaats, daarna gedurende nog eens 5 jaar om de 6 maanden. Daarnaast is het belangrijk dat de vrouw regelmatig een mammogram laat maken en zelfonderzoek van de borsten uitvoert. Een vrouw moet onmiddellijk haar arts raadplegen wanneer zij veranderingen in een borst opmerkt. Ook eventuele andere symptomen moeten worden gemeld, zoals pijn, verminderde eetlust, gewichtsverlies, veranderingen in de menstruatie, bloedverlies uit de vagina (buiten de menstruatie) en wazig zien. Elk symptoom dat ongewoon lijkt of niet verdwijnt, moet worden gemeld. Diagnostische procedures, zoals thoraxfoto's, bloedonderzoek, botscans en computertomografie (CT), zijn alleen nodig als de symptomen erop wijzen dat de kanker is teruggekomen.

De gevolgen van een borstkankerbehandeling kunnen het leven van een vrouw ingrijpend veranderen. Steun van familie en vrienden heeft meestal een positief effect. Ook lotgenotengroepen kunnen steun bieden. Soms is counseling zinvol.

Terminale zorg

De kwaliteit van leven van een vrouw met gemetastaseerde borstkanker kan achteruitgaan en de grenzen van verdere behandelingsmogelijkheden kunnen worden bereikt. Het leven zo aangenaam mogelijk houden kan uiteindelijk belangrijker worden dan het leven proberen te verlengen. Pijn als gevolg van kanker kan voldoende worden bestreden met speciale geneesmiddelen. (zie Overlijden en het stervensproces: Pijn)

Dus als een vrouw pijn heeft, moet zij haar arts om pijnbestrijding vragen. Ook psychische en spirituele counseling kunnen helpen.

Een vrouw met gemetastaseerde borstkanker doet er verstandig aan een wilsverklaring op te stellen waarin zij aangeeft welke zorg zij wenst wanneer zij dergelijke beslissingen niet meer zelf kan nemen. (zie Juridische positie van de patiënt: Schriftelijke wilsverklaring)

Het is ook belangrijk om een testament te maken of aan te passen.

illustrative-material.figure-short 4

Wat is een schildwachtklier?

Wat is een schildwachtklier?

Via een netwerk van lymfevaten en lymfeklieren wordt vocht uit de borstweefsels afgevoerd. In de lymfeklieren worden eventuele lichaamsvreemde of abnormale cellen (zoals bacteriën of kankercellen) opgeslagen die in dit vocht aanwezig zijn. Soms passeren kankercellen de lymfeklieren; ze verspreiden zich dan via de lymfevaten naar andere delen van het lichaam. Meestal wordt vocht uit borstweefsel eerst naar één nabijgelegen lymfeklier afgevoerd, maar soms naar meerdere klieren. Dergelijke lymfeklieren worden ‘schildwachtklieren' genoemd.

Een arts kan de schildwachtklier identificeren door een blauw contrastmiddel of een radioactieve stof in het vocht rond de borstcellen te injecteren. Het contrastmiddel is zichtbaar en de radioactieve stof kan met een geigerteller worden opgespoord wanneer de eerste lymfeklier wordt bereikt. De schildwachtklier wordt vervolgens verwijderd en onderzocht om vast te stellen of ze kankercellen bevat. Als dit het geval is, worden andere lymfeklieren in de buurt eveneens verwijderd. Bevat de schildwachtklier geen kankercellen, dan worden de overige lymfeklieren niet verwijderd. Bij ongeveer 2 tot 3% van de vrouwen heeft de kanker zich naar andere lymfeklieren verspreid, ondanks het feit dat de schildwachtklier schoon is.

illustrative-material.figure-short 5

Reconstructie van de borst

Reconstructie van de borst

Nadat een algemeen chirurg een borsttumor en het omringende borstweefsel heeft verwijderd (mastectomie), kan een plastisch chirurg de borst reconstrueren. Daarvoor wordt een prothese gebruikt, gevuld met siliconen of fysiologisch zout. Ook kan weefsel uit andere delen van het lichaam van de vrouw worden gebruikt, meestal uit de onderbuik. Deze operatie is tamelijk gecompliceerd. De reconstructie kan tegelijk met de mastectomie worden uitgevoerd (de vrouw zal dan langer onder narcose moeten blijven) of later (de vrouw moet dan tweemaal een narcose ondergaan).

Bij veel vrouwen ziet een gereconstrueerde borst er natuurlijker uit dan een borst die bestraald is, vooral als de tumor groot was. Als een implantaat met siliconen of een zoutoplossing wordt gebruikt en er voldoende huid over is om deze te bedekken, is het gevoel in de bedekkende huid tamelijk normaal. Geen van beide soorten prothesen voelt bij aanraking echter aan als borstweefsel. Als er weefsel uit andere delen van het lichaam wordt gebruikt, verdwijnt het gevoel uit de huid grotendeels, omdat ook de huid afkomstig is van een ander deel van het lichaam. Een borst die met weefsel uit andere delen van het lichaam is gereconstrueerd, voelt echter meer aan als borstweefsel dan een borst met een prothese van siliconen of een zoutoplossing.

Soms lekt er siliconengel uit de prothese. Als gevolg daarvan kan een implantaat hard worden, ongemak veroorzaken en er minder aantrekkelijk uitzien. Ook komen siliconen soms in de bloedstroom terecht. Sommige vrouwen maken zich zorgen of door lekkende siliconen kanker in andere delen van het lichaam of andere zeldzame ziekten, zoals lupus (lupus erythematodes disseminatus), kunnen ontstaan. Er is vrijwel geen bewijs dat siliconenlekkage deze ernstige effecten heeft, maar omdat de mogelijkheid bestaat, is het gebruik van siliconenimplantaten gedaald, vooral bij vrouwen die geen borstkanker hebben gehad.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Borstinfectie en ‑abces

Volgende: Fibroadenomen

Illustraties
Tabellen
Disclaimer