MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Baarmoederkanker

Baarmoederkanker begint in het slijmvlies van de baarmoeder (endometrium); een exactere benaming is dan ook baarmoederslijmvlieskanker (endometriumcarcinoom). Baarmoederslijmvlieskanker is de meest voorkomende vorm van gynaecologische kanker en de op drie na meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Deze vorm van kanker ontstaat vaak na de menopauze, het meest bij vrouwen tussen 50 en 60 jaar.

Risicofactoren voor baarmoederslijmvlieskanker zijn onder andere:

  • vroege eerste menstruatie (menarche), menopauze na de leeftijd van 52 jaar, of beide
  • menstruatieproblemen (zoals hevig bloedverlies, bloedverlies tussen de menstruaties of lange perioden zonder menstruaties)
  • kinderloosheid
  • tumoren die oestrogeen produceren
  • het gebruik na de menopauze van hoge doses geneesmiddelen die oestrogeen bevatten, zoals oestrogeentherapie zonder een progestageen (een synthetisch geneesmiddel dat op het hormoon progesteron lijkt)
  • het gebruik van tamoxifen
  • overgewicht
  • hoge bloeddruk
  • diabetes mellitus (suikerziekte)
  • andere gevallen van borstkanker, eierstokkanker, dikkedarmkanker (colonkanker) of baarmoederslijmvlieskanker in de familie

Veel van deze factoren vergroten het risico van baarmoederslijmvlieskanker omdat ze een hoge oestrogeenspiegel veroorzaken, maar de progesteronspiegel niet verhogen. Oestrogeen bevordert de groei van weefsel en versnelt de celdeling in het slijmvlies van de baarmoeder (endometrium). Progesteron gaat deze effecten van oestrogeen tegen. Tijdens een deel van de menstruele cyclus is de oestrogeenspiegel hoog. Daardoor kan het risico van baarmoederslijmvlieskanker groter zijn wanneer een vrouw tijdens haar leven vaker menstrueert. Tamoxifen Handelsnaam
Nolvadex
Tamoplex
, een geneesmiddel voor de behandeling van borstkanker, gaat de effecten van oestrogeen in de borst tegen, maar heeft in de baarmoeder dezelfde effecten als oestrogeen. Daardoor kan dit geneesmiddel het risico van baarmoederslijmvlieskanker vergroten. Het gebruik van orale anticonceptiemiddelen die oestrogeen en een progestageen bevatten, lijkt het risico van baarmoederslijmvlieskanker te verkleinen.

Bij baarmoederslijmvlieskanker is in meer dan 80% van de gevallen sprake van adenocarcinomen die uit kliercellen ontstaan. Bij ongeveer 5% betreft het sarcomen. Sarcomen ontstaan in bindweefsel en zijn vaak agressiever.

Symptomen en diagnose

Abnormaal vaginaal bloedverlies is het meest voorkomende vroege symptoom. Voorbeelden van abnormaal bloedverlies zijn bloedingen na de menopauze, bloedingen tussen de menstruaties, onregelmatige of hevige menstruaties of menstruaties die langer duren dan normaal. Eén op de drie vrouwen met vaginaal bloedverlies na de menopauze heeft baarmoederslijmvlieskanker. Postmenopauzale vrouwen met vaginaal bloedverlies moeten onmiddellijk een arts raadplegen. Er kan ook een waterige, enigszins bloederige afscheiding voorkomen. Postmenopauzale vrouwen hebben soms enkele weken of maanden last van vaginale afscheiding, waarna een vaginale bloeding optreedt.

Als een arts baarmoederslijmvlieskanker vermoedt of als de uitslag van een uitstrijkje afwijkend is, wordt poliklinisch een endometriumbiopsie uitgevoerd. Op deze manier wordt meer dan 90% van alle gevallen van baarmoederslijmvlieskanker nauwkeurig opgespoord. Als de diagnose dan nog niet duidelijk is, voert de arts een curettage uit (zie Symptomen en diagnose van gynaecologische aandoeningen: Curettage), waarbij weefsel van het baarmoederslijmvlies wordt geschraapt. Tegelijkertijd kan de arts de binnenkant van de baarmoeder inspecteren met behulp van een dunne, flexibele kijkbuis die via de vagina en baarmoederhals in de baarmoeder wordt ingebracht (hysteroscopie).

Als baarmoederslijmvlieskanker wordt gediagnosticeerd, kunnen enkele of alle van de volgende onderzoeken worden uitgevoerd om te bepalen of de kanker zich buiten de baarmoeder heeft uitgezaaid: bloedonderzoek, leverfunctietests, een thoraxfoto en computertomografie (CT) of magnetische kernspinresonantie (MRI). Soms is nog ander onderzoek nodig. Stagering vindt plaats op basis van informatie die wordt verkregen uit deze onderzoeken en tijdens de operatie waarbij de tumor wordt verwijderd.

Prognose en behandeling

Van de vrouwen bij wie baarmoederslijmvlieskanker in een vroeg stadium is ontdekt, is bijna 90% na 5 jaar nog in leven en genezen de meesten. De prognose is beter als de kanker zich nog niet buiten de baarmoeder heeft uitgebreid. Ook als de kanker relatief langzaam groeit, is de prognose beter. Minder dan eenderde van alle vrouwen met deze vorm van kanker overlijdt eraan.

De effectiefste behandeling voor vrouwen met baarmoederslijmvlieskanker is hysterectomie, de chirurgische verwijdering van de baarmoeder. Als de kanker zich nog niet buiten de baarmoeder heeft uitgebreid, kan de ziekte vrijwel altijd worden genezen door verwijdering van de baarmoeder, eileiders en eierstokken (salpingo-oöforectomie). Meestal worden tegelijkertijd nabijgelegen lymfeklieren verwijderd. Deze weefsels worden onderzocht door een patholoog, die nagaat of de kanker zich heeft uitgebreid en, als dat het geval is, hoe ver. Op basis van deze informatie kan de arts beslissen welke aanvullende behandeling (chemotherapie, radiotherapie of een progestageen) na de operatie nodig is.

Na de operatie kan chemotherapie worden gegeven, ook als er geen uitzaaiingen lijken te zijn, voor het geval dat niet alle kankercellen zijn verwijderd. Meer dan de helft van de vrouwen bij wie de kanker tot de baarmoeder beperkt blijft, hoeft niet te worden bestraald. Als er echter uitzaaiingen zijn, moet de vrouw na de operatie gewoonlijk worden bestraald.

Een progestageen is vaak effectief. (Progestagenen zijn synthetische geneesmiddelen die op het hormoon progesteron lijken en de effecten van oestrogeen op de baarmoeder tegengaan.) Als er uitzaaiingen buiten de baarmoeder zijn, kunnen hogere doses nodig zijn. Deze therapie wordt echter met grote terughoudendheid toegepast omdat de belangrijkste complicatie ervan het optreden is van trombo-embolische processen, die gepaard gaan met een overlijdensrisico dat hoger kan zijn dan dat van de kanker zelf. Andere mogelijke bijwerkingen zijn stemmingswisselingen en gewichtstoename doordat vocht wordt vastgehouden.

Als de kanker is uitgezaaid, niet op een progestageen reageert of terugkomt, kan in plaats van of soms in combinatie met radiotherapie ook chemotherapie (zoals cisplatine Handelsnaam
Platinol
Platosin
, cyclofosfamide Handelsnaam
Endoxan
Cycloblastine
, doxorubicine Handelsnaam
Adriblastina
Caelyx
en paclitaxel Handelsnaam
Taxol
) worden gegeven. Deze middelen zijn veel giftiger dan progestagenen en veroorzaken veel bijwerkingen. Bij meer dan de helft van de behandelde vrouwen wordt de tumor echter kleiner en worden verdere uitzaaiingen voorkomen.

illustrative-material.sidebar 1

Wat gebeurt er bij een hysterectomie?

Bij een hysterectomie wordt de baarmoeder verwijderd. Meestal wordt hiervoor een insnijding in de onderbuik gemaakt. Soms kan de baarmoeder via de vagina worden verwijderd. Beide methoden nemen doorgaans één tot twee uur in beslag en worden onder algehele narcose uitgevoerd. Na de ingreep kunnen vaginaal bloedverlies en pijn optreden. De vrouw moet meestal twee tot drie dagen in het ziekenhuis blijven en het herstel kan tot zes weken duren. Wanneer de baarmoeder via de vagina wordt verwijderd, is er minder bloedverlies, herstelt de vrouw sneller en is er geen zichtbaar litteken.

Behalve voor de behandeling van bepaalde vormen van gynaecologische kanker kan een hysterectomie ook worden uitgevoerd voor de behandeling van een baarmoederverzakking, endometriose of vleesbomen (als deze ernstige symptomen veroorzaken). Soms wordt een hysterectomie uitgevoerd in het kader van de behandeling van kanker van de dikke darm, endeldarm of blaas.

Er zijn verschillende methoden om een hysterectomie uit te voeren. Welke methode wordt gebruikt, hangt af van de te behandelen aandoening. Bij een subtotale hysterectomie wordt alleen het bovenste deel van de baarmoeder verwijderd en wordt de baarmoederhals ongemoeid gelaten. De eileiders en eierstokken worden soms wel en soms niet verwijderd. Bij een totale hysterectomie wordt de gehele baarmoeder inclusief de baarmoederhals verwijderd. Bij een radicale hysterectomie wordt de gehele baarmoeder met de omliggende weefsels, banden en lymfeklieren verwijderd.

Na een hysterectomie stopt de menstruatie. Een hysterectomie leidt echter alleen tot de postmenopauze als ook de eierstokken worden verwijderd. Omdat verwijdering van de eierstokken dezelfde effecten heeft als de menopauze, kan hormoontherapie worden aanbevolen. Veel vrouwen verwachten dat ze zich na een hysterectomie depressief zullen voelen of geen zin in seks meer zullen hebben. Deze effecten komen na een hysterectomie echter zelden voor, tenzij ook de eierstokken zijn verwijderd.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Baarmoederhalskanker

Volgende: Eierstokkanker

Illustraties
Tabellen
Disclaimer